EG-voorzitter bepleit "Operatie Brussel Uitkleden'; Europa naar Brits model: doodklap voor federalisten

STRAATSBURG, 9 JULI. "Operatie Brussel Uitkleden' kan beginnen. Gisteren luidde de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, in Straatsburg het voorzitterschap van het Verenigde Koninkrijk van de EG-ministerraad in met een pleidooi voor “minimale bemoeizucht” van de Gemeenschap met het nationale beleid van de lidstaten.

Het "subsidiariteitsbeginsel', zoals het in Eurojargon luidt, wordt na het Deense nee tegen de Europese Unie door alle lidstaten als paraplu gebruikt voor ieders frustraties en ambities. Voor de een is het een handige stok om Brussel mee te slaan en een bliksemafleider voor de kiezers die bang van "Maastricht' zijn geworden. Voor de ander is "subsidiariteit' het ideale baken om de Denen straks toch de Europese Unie binnen te kunnen loodsen. De Duitsers denken er de opstandige Länder mee te kunnen sussen; Brussel doet een stap terug, óók ten gunste van de regionale besturen.

Voor de Britten is het "principe van minimale inmenging' vooral een defensief concept - het pièce de résistance van hun voorzitterschap van de EG. Europa naar Brits model bemoeit zich alleen met een lidstaat als het vrije verkeer van goederen, personen en kapitaal daartoe dwingt. Het is voor hen de definitieve bevestiging van de EG als verbond van natie-staten en daarmee de doodklap voor de federalisten en de centralisten. Die zitten niet alleen bij de Commissie en het parlement, maar ook in het Hof van Justitie, menen de Britten.

Hurd zei vorige week in Londen tegen de Europese vrouwenbeweging dat vonnissen die de integratie-gedachte bevorderden “begrijpelijk waren toen de Gemeenschap een teer plantje was, maar de tijden zijn veranderd. De balans moet nu weer in evenwicht worden gebracht”.

In het Europese parlement vielen dergelijke opvattingen gisteren, zoals te verwachten, slecht. De socialist Galle sprak van een “doelbewuste campagne”, een “malafide” gebruik van de term subsidiariteit, een opportunistische voortzetting van de anti-Europese retoriek van Thatcher. Had Major niet in het House of Lords gezegd: “We hebben niets tegen bureaucraten, zolang het maar de onze zijn.” De christen-democraat Penders ziet in de nadruk op niet-inmenging een regelrechte ontkenning van het supra-nationale karakter van de EG. “De Britten voelen niet aan dat de Gemeenschap na de oorlog bedoeld was om Frans-Duitse conflicten voortaan te smoren in samenwerking en integratie. Zj zijn en blijven het gelukkigst met intergouvernementele samenwerking tussen natie-staten. Met Polen een verdrag sluiten om de Duitsers vast te binden, dat is hùn idee van evenwicht.”

Niemand ontkent dat de Britten slechte ervaringen hebben met dat supra-nationale Europa. Daar was bijvoorbeeld de rechtszaak die ex-commissaris Ripa di Meana (milieu) Londen aandeed, omdat het Britse zwemwater niet aan de Euro-normen voldeed. “Het lijken er de middeleeuwen wel”, had de Italiaan uitgeroepen - van Blackpool tot Brighton kon men Ripa wel villen. Ripa legde bovendien de aanleg van een aantal wegen in Engeland stil omdat de EG-regel voor een milieu-effect rapportage niet was opgevolgd. Dergelijke ingrepen bracht Hurd begin dit jaar tot de uitroep dat Brussel in “alle hoeken en gaten” van het dagelijks leven probeert door te dringen.

Daarnaast waren er serieuze politieke conflicten. De Britten willen niets weten van een EG-richtlijn voor een maximale werkweek van 48 uur. Ook de opheffing van de personencontrole aan de grens achten de Britten nonsens. Hoe kunnen EG-burgers per 1 januari 1993 vrije doortocht worden geboden, als controle op wie er wel en niet uit een EG-land komt, onmogelijk is, vragen zij zich af. In het BTW-"dossier' tikt voor premier Major nog een tijdbom: door de harmonisatie van de BTW dreigen de Britten meer voor voedsel en kinderkleding te moeten betalen.

Dergelijke spanningen zijn er in andere landen overigens ook. De Fransen moesten de smaak van de Gauloise-sigaret aanpassen onder dwang van de Europese teer-normen. Camembert zou dankzij de Brusselse bacterie-normen alleen nog van gepasteuriseerde melk gemaakt mogen worden. Nu is het nog vaak van rauwe melk.

De Duitsers kwamen in conflict met Brussel toen zij de marktpositie van hun ambachtelijk gebrouwen bier via het Reinheitsgebot van vreemde concurrenten wilden vrijwaren. Commissaris Ripa joeg de Duitse automobilist op de kast toen hij de snelheidsbeperkingen in Europa wilde harmoniseren. Roken, drinken, autorijden, zwemmen, eten : het dagelijks leven lijkt inderdaad met een uniform grijze Euro-saus te worden overgoten.

Die boodschap is in Brussel aangekomen, zeker na het Deense nee. De Commissie blaast de aftocht. “Het belangrijkste is niet om machtig te lijken, maar om nuttig te zijn”, zei Delors vorige week in Londen. Samen met de voltallige Commissie vergaderde hij er met het Britse kabinet - Delors en Major deden er hun uiterste best om eendrachtig de afbrokkeling van het Verdrag van Maastricht te keren.

Deze week werden alvast de rechtzaken tegen de Britten over het zwemwater en de milieu-effectrapportage bij de wegaanleg ingetrokken, respectievelijk uitgesteld. Een politiek compromis over de BTW op voedsel, kinderkleding en de 48-urige werkweek voor de Britten is inmiddels onder handbereik. Ook nieuwe wetgeving wordt aangepast. Voorzitter Delors en Commissaris Brittan (mededinging) geven in recente toespraken veel aandacht aan een nieuwe richtlijn voor staatssubsidies. Ondernemingen kunnen voortaan zonder angst voor een verbod uit Brussel 50.000 ecu over een periode van drie jaar van hun overheid aanvaarden. “Het is niet aan ons om de gemeenteraad voor te schrijven of de plaatselijke bakker subsidie mag krijgen om zijn gevel te veranderen”, aldus Brittan.

Delors beloofde vlak voor de top in Lissabon ook dat een aantal Commissie-bevoegdheden op milieuterrein teruggegeven zullen worden aan de lidstaten. De Gemeenschap zou zich kunnen beperken tot die milieuvervuiling die grenzen overschrijdt. Dus geen EG-milieuregels bij wegaanleg, maar wel bij lucht- en watervervuiling. Commissaris Brittan schreef in de Financial Times vorige week dat de Gemeenschap zich evenmin met de kwaliteit van het drinkwater zou moeten bemoeien.

Bij haar controle-taken kan de Commissie ook een stap terugdoen. In een toespraak tot de Londense balie noemde Brittan vorige week niet zonder trots de Tarmac-Steeley zaak, waarin een fusie tussen twee fabrikanten van bouwmaterialen een baksteenmonopolie in Noord-Oost Engeland dreigde te veroorzaken. De Commissie had volgens het Verdrag de exclusieve bevoegdheid om in te grijpen, maar zag er van af omdat “toepassing van nationale wetgeving de doelstelling van het verdrag (vrije concurrentie) net zo goed zou verwezenlijken”, aldus Brittan.

Vrije concurrentie is als rechtsbeginsel inmiddels zo geaccepteerd door de lidstaten dat de Commissie vaker kan besluiten zaken over te laten aan nationale rechters. “Zelfs als de handel tussen lidstaten onderling door een fusie wordt geraakt”. Voortaan zullen ondernemers die zich tot Brussel wenden met klachten over ongeoorloofde fusies worden “aangemoedigd” zich tot hun nationale rechter te wenden, beloofde Brittan. Voor één van de meest activistische Commissarissen in Brussel zijn dat bijzondere uitlatingen.

Maar zowel Brittan als Delors wijzen er op dat “minimale inmenging” gemakkelijker is gezegd dan gedaan. EG-regelgeving voor de bereiding van gehaktballen is gemakkelijk te ridiculiseren, geven zij toe. Maar het lachen vergaat die Nederlandse vleesexporteurs die van de Italiaanse markt worden geweerd omdat hun produkten er als gezondheidsrisico's te boek staan.

Het zijn maar al te vaak de lidstaten zelf die om gedetailleerde regels vragen, hoofdzakelijk uit wantrouwen tegen de bereidheid van de collega's om hun markten open te stellen, zo verdedigt de Commissie zich. Zo komt het dat Brussel gedwongen is het geluidsniveau van grasmaaiers te regelen. “Het beste (de eenheidsmarkt) kan de vijand zijn van het goede (subsidiariteit)”, aldus Delors. In Lissabon is niet alleen afgesproken dat de Commissie voortaan iedere nieuwe rechtsregel expliciet moet rechtvaardigen (the necessity test aldus Hurd). Ook de lidstaten worden daartoe verplicht - dan wordt vanzelf wel duidelijk wie er aan de bron van de meeste detail-regeltjes staat, zo verwacht de Commissie.

Het grootste probleem blijft echter het beginsel van niet-inmenging zelf. In het verdrag van Maastricht staat het omschreven als de bevoegdheid voor Brussel om alleen op te treden bij doelstellingen die “niet voldoende” door de lidstaten zelf “en derhalve beter door de Gemeenschap” kunnen worden verwezenlijkt. Iedere keuze om Brussel wel of niet in te schakelen is en blijft dus subjectief.