Een vermoeide huurmoordenaar

Diary of a Hitman. Regie: Roy London. Met: Forest Whitaker, James Belushi, Sherilyn Fenn, Sharon Stone, Seymour Cassel. Uitgebracht op video door CNR/Lumina Film.

Ook voor trouwe bioscoopbezoekers kwam de overrompelende rol van Sharon Stone in Basic Instinct uit de lucht vallen. Op de vrouwelijke hoofdrol in het eveneens door Paul Verhoeven geregisseerde Total Recall na, waren Stones bijdragen aan eerdere films zo goed als onopgemerkt gebleven. Waar ze heeft leren acteren, kan men zien in Diary of a Hitman, het regiedebuut van haar "acting coach' Roy London, die ook Twin Peaks-actrice Sherilyn Fenn onder zijn hoede had. Beide dames verschijnen in ongelijkwaardige rollen in deze low-budget-produktie, die ongeveer tegelijkertijd in de Amerikaanse bioscopen en de Nederlandse videotheken uitkomt.

Londons kennelijke faam verleidde meer interessante acteurs tot deelname aan de film, die hen in staat stelt meer van hun capaciteiten te tonen dan in de gemiddelde Hollywoodproduktie. Forest Whitaker (de slome reus uit Clint Eastwoods Bird) speelt de titelrol van een vermoeide beroepsmoordenaar in deze verfilming van een eenakter van Kenneth Pressman. Via tussenpersoon Seymour Cassel neemt hij met frisse tegenzin nog een laatste opdracht aan: het uit de weg ruimen van de echtgenote (Fenn) van een in Jezus herboren zakenman. De standaardprocedure wil dat de helft van het contract vooruitbetaald wordt. Tot Whitakers verbazing krijgt hij meteen al het hele bedrag; de adder onder het gras is dat ook een baby deel uitmaakt van het contract.

In het appartement van Fenn aarzelt Whitaker. Geheel tegen de regels van zijn vak (maar in overeenstemming met de conventies van een toneelstuk) gaat hij een conversatie aan met zijn slachtoffer in spe. Dat krijgt bovendien nog bezoek van haar zuster (Stone in een slechts enkele minuten beslaand gastoptreden). De film neemt dan een onverwachte wending met slechts een enkel lijk als resultaat.

De enigszins gekunstelde flash-back-vorm die London aan zijn film gaf, bevredigt niet helemaal. Desondanks is het een interessant experiment in het kruisen van een hard filmgenre met een theatrale vormgeving. Heel vroeger zou men in zo'n geval gesproken hebben van een "crime melodrama', maar die term is zeer in onbruik geraakt, lang voordat de censuur filmmakers begon toe te staan zo laconiek om te gaan met zaken van leven en dood als thans gebruikelijk is. Het grensgebied tussen filmkunst en exploitatiefilm levert ook nu weer een boeiende, hybridische vorm op, waar geen enkele traditionele bioscoopexploitant of filmdistributeur goed raad mee weet. Bijna per definitie belandt zoiets direct op de plank van de videotheek.