DEBUUT VAN CARRERA HERINNERT AAN VERHALEN VAN MARQUEZ; Maagdenroof op Mexicaans platteland

La mujer de Benjamin. Regie: Carlos Carrera. Met: Eduardo López Rojas, Arcelia Ramirez, Malena Doria, Eduardo Palomo. In: Amsterdam, De Uitkijk.

Sinds enkele jaren dient Mexico zich aan als een filmland waar iets moois en jongs aan het opbloeien is. Relatief onbekende regisseurs duiken tijdens festivals op met bescheiden, van talent getuigende films, die zelden de hemel lijken te willen bestormen, maar die toch universeel herkenbare thema's op een intelligente manier weten te presenteren.

Met slechts een handvol korte animatiefilms op zijn naam debuteerde Carlos Carrera (1962) vorig jaar in het Berlijnse Forum met La mujer de Benjamin, een speelfilm die geproduceerd werd door het Mexicaanse Centro de Capacitación Cinematográfica, welke fraaie naam een workshop of leerstudio doet vermoeden. La mujer de Benjamin paart de eenvoud van een neo-realistische vertelling (met professionele acteurs in de hoofdrollen) aan de absurditeit van een parabel. In een klein dorpje delen een broer en een zus van middelbare leeftijd vreugdeloos elkaars leven. De forse ex-bokser Benjamin wordt stevig onder de duim gehouden door zijn zus Micaela, die een levensmiddelenwinkeltje drijft. Daar mag de geestelijk minder begaafde Benjamin eieren in zakjes doen en bovendien zijn vrienden, een verzameling verlopen drinkebroers, voorzien van gratis bier. Terwijl zijn zuster met meneer pastoor naar een grammofoonplaat van Tosca luistert en dweepziek diens vrome praatjes indrinkt, koestert Benjamin een stille liefde voor Natividad, de 17-jarige dochter van een minder solvente klant. Het geraffineerd onschuldige kind droomt op haar beurt van een aantrekkelijke, goed gecoiffeerde vrachtwagenchauffeur in haltershirt. Tijdens een heimelijke nachtelijke escapade van het meisje met haar aanbidder, zien Benjamin en zijn vrienden hun kans schoon. Ze schaken Natividad en sluiten haar op in het kamertje van Benjamin. Nu kan hij de hele dag naar haar kijken en verdere toenaderingspogingen in alle rust voorbereiden.

Zusterlief reageert aanvankelijk woedend als haar broer, minder achterlijk dan het zich aanvankelijk liet aanzien, in bijzijn van het meisje voorleest uit haar dagboek vol erotische ontboezemingen aan het adres van meneer pastoor. Zij ziet zich gedwongen tot medeplichtigheid aan de ontvoering, want in de buitenwereld zou het meisje haar mond zeker voorbijpraten.

Een halfslachtige ontsnappingspoging van de gijzelaarster leidt tot een van de mooiste scènes van de film; met de haar door Benjamin genereus aangeboden bankbiljetten in een schort gebonden zit Natividad boven op het dak van de winkel. De eerste die ze op straat om hulp kan roepen is haar moeder. Geconfronteerd met de keuze tussen terugkeer naar de ouderlijke repressie of het verder uitmelken van twee van haar afhankelijke, redelijk vermogende stakkers, besluit deze gelegenheids-Lolita tot de laatste optie. Zo troont ze voortaan in de winkel, de situatie meester en rijk voorzien van gekregen, verdiende en gestolen pesos. Slechts de prins op het witte paard, de jonge truckersgod, kan haar nog op andere gedachten brengen. Maar die moet het in een uitputtend titanengevecht op de vuist afleggen tegen de onverwachte krachten van Benjamin.

In deze simpele vertelling weet Carrera veel nuances uit te drukken. Het thema is niet alleen de tegenstelling tussen arm en relatief rijk, maar ook het door religieuze repressie verknipte seksuele relatiepatroon op een ontvolkt platteland. Er komt geen enkele "normale' man-vrouw verhouding voor in de film; incest, prostitutie, vergeestelijkte hysterie en maagdenroof zetten de toon. De verwezenlijking van de droom van het meisje, over een uit liefde gekozen partner, wordt gesmoord door de tegenstand van haar moeder en vervolgens door een tragische botsing van twee tegengestelde vormen van "machismo': de bezitsdrift van de ontvoerder en de gewelddadige overmoed van haar potentiële bevrijder.

Regisseur en co-scenarist Carrera hamert zijn maatschappijvisie er niet in bij de toeschouwer. La mujer de Benjamin laat zich ook bekijken als een boertige geschiedenis over gewone mensen, die geen van allen helemaal goed of slecht zijn. Op een bepaalde manier is de schurk van het verhaal eigenlijk de grootste held en zijn vrouwelijke slachtoffer moreel ambivalent. Het is verre van verwonderlijk dat de ambiance van de film herinnert aan een verhaal van Gabriel Garcia Marquez dat van de magische elementen is ontdaan. Merkwaardig genoeg, en dat is een compliment voor de regisseur, laten veel van de onderwerpen die hij aanstipt zich moeiteloos vertalen naar een heel andere context. Zo doen Benjamin en zijn vrome zuster denken aan de bronstige slager en zijn heilig verklaarde echtgenote in Alex van Warmerdams De Noorderlingen. Een typisch Hollandse en een typisch Mexicaanse film hoeven zich niet per definitie te beperken tot waardering binnen de eigen cultuur. De kunst ligt in het observeren van het eigene op een manier die overal ter wereld herkend kan worden. Ook al is La mujer de Benjamin een bescheiden debuut dat niet bestand lijkt tegen nodeloze overschatting, er moet in vele culturen een publiek voor te vinden zijn.