De opkomst van het Internationaal Georiënteerd Onderwijs

Scholen met een internationale afdeling doen het goed. Ook ouders die zelf niet internationaal mobiel zijn, willen steeds vaker dat hun kind het Internationaal Baccalaureaat haalt.

Vorig jaar moest het oudste lyceum van ons land, het Nederlands Lyceum in Den Haag, wegens gebrek aan leerlingen de deuren sluiten. De goedlopende internationale afdeling van de school bleef verweesd achter en even was onduidelijk wat er mee moest gebeuren. Niet omdat er geen gegadigden waren om de stiefmoederlijke zorg op zich te nemen, maar juist omdat er te veel kapers op de kust waren.

In een tijd dat elke school er alles aan moet doen om leerlingen te werven kan een English Stream een aantrekkelijk internationaal cachet geven. In Den Haag en omstreken is de aanvoer van leerlingen uit den vreemde niet alleen gegarandeerd, maar zelfs aan groei onderhevig. Onlangs werd bekend dat het VN-bureau dat moet toezien op de naleving van het verdrag tegen C-wapens met zeker duizend hooggeschoolde medewerkers uit alle delen van de wereld naar Den Haag zal komen. Nog niet zo lang geleden heeft het Europees Octrooibureau zich in Rijswijk gevestigd. Naast het feit dat er in Den Haag vijftien moskeeën zijn en dat een grote beurt voor de auto er goedkoper is dan waar ook ter wereld, worden ook altijd de uitstekende én billijke onderwijskundige voorzieningen in de concurrentiestrijd geworpen.

De Stichting Rijnlands Lyceum, met scholen in Wassenaar, Oegstgeest en Sassenheim en Nederlandse afdelingen in Londen en Aberdeen, bleek uiteindelijk over de beste papieren te beschikken. Als nevenvestiging van het Rijnlands Lyceum Wassenaar en herdoopt tot The International School of The Hague (ISH) werd de afdeling drie maanden geleden officieel geopend door prinses Margriet en staatssecretaris Wallage. Nu telt de school nog 325 leerlingen van ruim veertig nationaliteiten, maar rector Jaap Mos verwacht een groei tot 450 leerlingen in 1995. Vooral leerlingen uit Zuideuropese landen en Azië heeft hij daarbij op het oog, want Engelse, Amerikaanse, Franse en Duitse kinderen bezoeken veelal de eigen nationale scholen in de Haagse regio. Naast kinderen van buitenlandse afkomst is de ISH er ook voor Nederlandse leerlingen van "internationaal mobiele' ouders.

Het onderwijs dat zij krijgen heet in ministerieel jargon IGO, Internationaal Georiënteerd Onderwijs. Deze internationale onderwijsvariant wordt op acht locaties verspreid over het land aangeboden. Het gaat daarbij om basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De IGO-afdelingen zijn altijd aangehaakt bij scholen waar gewoon onderwijs wordt gegeven en ook de subsidiëring is dezelfde als voor elke willekeurige Nederlandse leerling. Dat neemt echter niet weg dat ouders van IGO-leerlingen altijd een flinke duit moeten bijbetalen voor het maatwerk en voor de extra's die deze scholen veelal bieden. De ISH behoort met een jaarlijkse bijdrage van ruim vierduizend gulden tot een van de goedkoopste internationale scholen van het land. Op de Amerikaanse en Engelse school betalen ouders al snel 20.000 gulden.

Beperkte toelating

Ongeveer de helft van de kinderen op de internationale school in Den Haag is van Nederlandse komaf; zij hebben kortere of langere tijd in het buitenland gewoond of zullen binnen afzienbare tijd naar elders vertrekken. Andere criteria om Nederlandse kinderen op de school toe te laten zijn er niet. Staatssecretaris Wallage benadrukte bij de opening van de school meermalen dat hij aan deze beperkte toelating strikt de hand wenst te houden.

Ook de staatssecretaris voelt de zuigkracht die er van dit soort scholen uitgaat. Vooral bij beter gesitueerde ouders leeft de wens om hun kind met een internationale opvoeding een goede start te geven. In alle toonaarden waarschuwde Wallage daarvoor: ""Wij zouden niet willen dat internationale scholen onze reguliere scholen concurrentie aandeden''. Gewone scholen hebben voldoende kwaliteit in huis en krijgen bovendien alle vrijheid - en sinds kort ook een beetje geld - om de "internationale dimensie' te ontwikkelen. Dat kan door uitwisseling met scholen in andere landen, maar ook door in de lessen zelf eens over de horizon te kijken.

In de nota "Grenzen Verleggen' die afgelopen winter door Ritzen en Wallage werd uitgebracht, worden hun standpunten over de internationalisering van het onderwijs uitvoerig uit de doeken gedaan. Europa, en dan het liefst het Europa dat per fiets is te bereiken, blijft favoriet bij de bewindslieden, die vooral met het oog op hun lege portemonnee een "internationalisering zoveel mogelijk dichtbij huis' voorstaan.

Ook rector Jaap Mos merkt dat het internationale onderwijs goed in de markt ligt. Regelmatig krijgt hij verzoeken om leerlingen zonder buitenlandse achtergrond te plaatsen. Vooral het diploma van het Internationaal Baccalaureaat (IB), dat de laatste jaren in hoog tempo aan prestige wint en toegang verschaft tot vrijwel alle universiteiten ter wereld, is een felbegeerd papiertje.

Het niveau van het IB ligt wat de exacte vakken betreft hoger dan het Nederlandse VWO, maar de zaakvakken zitten tussen HAVO en VWO in, legt de rector uit. Er wordt meer aandacht besteed aan vakken als filosofie en kunstzinnige vorming en het doet een groter appèl op de zelfstandigheid en het probleemoplossend vermogen van leerlingen. Vooral dat laatste is volgens Mos een groot pluspunt. Hij vindt de IB-leerlingen "qua persoonlijkheid' verder ontwikkeld dan de gemiddelde VWO-er. ""Het IB heeft een heel aantrekkelijk, modern curriculum'', meent Mos, ""er zitten onderdelen in waar ons VWO nog een hoop van kan leren''.

Dat ouders van slimme VWO-leerlingen graag willen dat hun kind een IB-diploma haalt, vindt Mos dan ook niet zo vreemd. ""Het gewone onderwijs loopt heus niet meteen leeg, maar ik kan me wel voorstellen dat Wallage, als socialist, bang is voor internationaal onderwijs dat alleen toegankelijk is voor de happy few.'' De rector haast zich te zeggen dat op de Haagse internationale school echt niet alleen ambassade- en Shell-kinderen zitten: ""We hebben hier ook allochtonen uit de Schilderswijk''.

Uitvoerig essay

Er zitten twee onderdelen in het IB-programma die Mos graag een plaats in het Nederlandse onderwijs zou geven: het uitvoerige essay dat eindexamenleerlingen moeten schrijven over een zelfgekozen onderwerp en de 150 uur die verplicht moeten worden besteed aan het CAS-programma. De letters CAS staan voor creativity, action en service. Het programma behelst zaken die buiten de directe lessfeer vallen, zoals fondswerving voor Roemeense weeskinderen en helpen in een verpleeghuis, maar ook het bezoek aan een toneelvoorstelling valt er onder, het ontwerpen van affiches voor een culturele dag en het meedoen aan een overlevingstocht waarvoor zelf de tenten worden genaaid en de potten worden gebakken.

Omgehakte bomen

Neha Gupta (16) uit India werkte eerst één uur per week in park Clingendael. Ze zeulde met takken van omgehakte bomen en ook op de boerderij deed ze voorkomende werkzaamheden. Ze spreekt redelijk goed Nederlands, want ze woont hier al twaalf jaar en bezocht eerst een gewone Nederlandse school. Door een vriendin die geen Nederlands spreekt werd ze als tolk meegenomen naar een bejaardentehuis.

Neha: ""Ik raakte daar aan de praat met een man van 93 die me van alles over zijn leven heeft verteld. Het was erg interessant, want wat hij heeft meegemaakt, daarover lees je nooit iets in de geschiedenisboekjes.'' Daarnaast heeft Neha het afgelopen jaar jongerejaars bijles gegeven in economie, Nederlands en Frans en meegeholpen in de bibliotheek. Ze kan het allemaal noteren in haar staat van dienst, want alle CAS-activiteiten worden nauwgezet bijgehouden en door een begeleider bekeken en gecontroleerd.

André Langbroek (18) geeft al maanden bijles wiskunde aan een eersteklasser en gaat één keer per week helpen bij demente bejaarden. Vorige zomer kwam hij terug uit Indonesië, waar hij drie jaar de internationale school van Jakarta bezocht. ""Ik had natuurlijk ook naar een gewoon VWO kunnen gaan'', zegt hij, ""maar ik vind deze school een stuk leuker. Je komt hier met zoveel verschillende culturen in aanraking.''

Samen met een schoolvriend gaat hij iedere woensdag na schooltijd twee uur helpen in verpleeghuis De Schildershoek. ""Op dat uur zijn ze het onrustigst'', heeft André inmiddels ontdekt. ""Ze roepen de hele tijd zuster, zuster en ze willen allemaal naar huis.'' Hij moet er echt hard werken, vindt hij. De laatste keer was er zo weinig personeel dat ze het op de afdeling niet zonder de hulp van de twee scholieren hadden geklaard.

Leraar kunstzinnige vorming Ko Verlare is de grote organisator van het CAS-programma op de Haagse internationale school. Hij knikt tevreden als André over zijn belevenissen met de demente bejaarden vertelt. ""Je kan ze maatschappijleer geven, maar ze leren tien keer zoveel in een bejaardentehuis.'' Verlare heeft nu met een negental bejaarden- en verpleegtehuizen in de omgeving afspraken gemaakt over het vrijwilligerswerk van zijn leerlingen. Zijn contacten lopen via de de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers, die dolblij is de gelederen met jong bloed te kunnen versterken.

Te hoog gegrepen

Lang niet alle leerlingen stromen door naar het Internationaal Baccalaureaat-examen. Ongeveer de helft gaat na vijf jaar niet verder dan het IGCSE-diploma, een internationale variant van het nieuwe Britse programma voor voortgezet onderwijs. Het hoogste niveau van dit programma is vergelijkbaar met HAVO, het laagste met MAVO.

Rector Mos vindt het IGCSE-curriculum op dit moment het best denkbare alternatief voor het IB, al loopt hij niet over van enthousiasme voor het programma. De aansluiting met het Internationaal Baccalaureaat verloopt niet bepaald soepel, zodat kinderen in de zomervakantie vaak nog allerlei extra schoolwerk moeten doen als ze de overstap willen maken. Ook moet er naar zijn smaak te veel "gestampt' worden door de leerlingen, terwijl er weinig nadruk ligt op het verkrijgen van inzicht. Een pluspunt vindt hij dat het IGCSE door zowel zwakke als sterke leerlingen kan worden gevolgd.

Op dit ogenblik wordt er een nieuw "pre-IB-programma' ontwikkeld door de International Schools Association in Genève. Op het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest, dat ook over een internationale afdeling beschikt, wordt daar nu mee geëxperimenteerd. Mos heeft er hoge verwachtingen van, temeer daar een doorlopend IB-curriculum van zes à zeven schooljaren wereldwijd eenheid kan brengen op de internationale scholen.

Of het Europees Baccalaureaat, een initiatief van de EG, daar op den duur nog tegenop kan concurreren, is zeer de vraag. Ongelukkigerwijze staat de enige Europese school die ons land rijk is in Bergen NH. Daar hebben de werknemers van het Europees Octrooibureau in Rijswijk natuurlijk weinig aan. Tijdens de Europese top in Maastricht, enkele maanden geleden, heeft de Franse president Mitterand Lubbers er nog eens fijntjes op gewezen dat Nederland wel voor Europees onderwijs moet zorgen op de plek waar de Europeanen wonen. Wallage heeft de acht IGO-scholen in het land vervolgens gevraagd hoe zij denken aan deze Europese verlangens tegemoet te kunnen komen.

Alle reden voor rector Mos dus om de internationale school in Den Haag juist voor deze doelgroep aantrekkelijker te maken. In de toekomst moet er niet alleen in het Engels les gegeven worden, maar ook in het Frans en het Spaans. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor de eigen taal en cultuur van de verschillende nationaliteiten op school. Voor de ouders wil de school cursussen gaan organiseren die hen vertrouwd moeten maken met de Nederlandse samenleving.

Dat biedt ook de kinderen meer houvast, want de culturele en emotionele verwarring kan bij sommige van deze jonge wereldburgers soms hoog oplopen. Mos vindt dat niet zo gek: ""Op donderdag vliegen ze in, op vrijdag zitten ze hier op school. Het hele schooljaar door is het een va-et-vient van leerlingen, wat soms gepaard gaat met veel verdriet om verloren vriendschappen, de goudvis en de hond die moeten achterblijven en onzekerheid over wat het leven op een volgende standplaats in petto heeft.''