Concurrentie blijft ver achter; Lichte carbon-fietsen uitkomst voor Oranje in ploegentijdrit Leek

LEEK, 9 JULI. De missie was geslaagd. Dat was althans de mening van bondscoach Piet Kuijs en zijn vier discipelen na afloop van de internationale ploegentijdrit in Leek. De Oranje-formatie (Voskamp, Den Braber, Ten Kortenaar en Kil) moest na de vijfde plaats bij de wereldtitelstrijd in Stuttgart gisteren vormbehoud tonen op de 100 kilometer. Weer en trajekt werkten niet echt mee, de nieuwe carbonfietsen van 25.000 gulden wel. Met 2.03.56 werd de bedroevende internationale concurrentie op afstand gereden.

De tijdrit over 100 kilometer valt op de internationale kalender jaarlijks nauwelijks terug te vinden. Het specialistische onderdeel is echter wel een Olympisch nummer. Door werkzaamheden aan de weg werd het traditionele trajekt te Kollum in de richting Groningen-Leek verlegd.

De helft van de uitgenodigde ploegen wist het dorp echter niet te vinden. Slovenië (zonder afmelding), Bulgarije (geen toestemming van het Olympisch Comité), Zweden (twee geblesseerde renners) en Polen (zieke coureurs) bleven weg. Over bleven de sterkste formatie van Nederland, een derde-rangsploeg uit Duitsland, de op Olympische kwalificatie jagende Belgen en vier verdwaalde coureurs uit Saoedi-Arabië, die zich in Nederland op Barcelona voorbereiden en in het tropische Leek net voor donker binnen waren.

Kwalitatief stelde de ploegentijdrit dus weinig voor. Kuijs en zijn mannen maakte het verder niet uit. Vormbehoud was de eis van het NOC. De weersomstandigheden (wind) en het trajekt (bochtig) maakten een eindtijd van twee uur of iets daarboven volgens Kuijs onmogelijk. Daarnaast had de bondscoach op zijn kilometerteller na 2 uur, 3 minuten en 56 seconden ruim 102 kilometer staan. Het parcours was dus ook nog te lang.

“Met deze tijd hebben de jongens aan de opdracht voldaan. Zwakke plekken heb ik niet gezien. Het tempo viel bij niemand terug. Er staat een eenheid ”, aldus de Brabander, die de ploeg in Barcelona niet om de eerste twee plaatsen ziet strijden. “Italië en Duitsland hebben nu eenmaal veel meer financiële middelen. Voor de derde plaats komen in Spanje zeven tot acht ploegen in aanmerking, waaronder Nederland.”

De vier van Nederland kreeg vorige week de beschikking over ultra-modern materiaal. De lichte carbon-fietsen bevielen uitstekend. “De Italianen beschikten er echter vorig jaar bij de wereldtitelstrijd al over. Dan sta je met je fietsje uit '86 toch vreemd te kijken”, gaf Ten Kortenaar het verschil met de Azurri aan.