Buitenlandse namen lastig voor de heren commentatoren

Het zal in München of Montreal geweest zijn dat een Italiaanse dame tamelijk hard liep. De Olympische atlete heette Cacchi en volgens de zeer consequente uitspraakregels van haar moedertaal klinkt die naam als Kakkie. Uiteraard vond de toenmalige Nederlandse televisiecommentator dat geen pas geven en verbasterde haar tot Katsjie.

Een paar jaar eerder had immers zijn collega Herman Kuiphof het voor de kiezen gekregen, toen hij Feijenoords Zweedse topscorer Ove Kindvall correct Oewe Sjiendwal begon te noemen. Een televisieverslaggever die zijn huiswerk doet roept daarmee de hoon over zich af van collega's en een groot deel van het publiek; pesterig werd voortaan over de uitslover gesproken als Herman Sjuiphof.

Vijfentwintig jaar later gaat het nog steeds mis met de Italianen. Jean Nelissen en Mart Smeets hebben de laatste jaren te kampen met een opleving van de Italiaanse wielrennerij en dat vergt enige inspanning. Schoorvoetend krijgt Claudio Chiappucci de K toegewezen waar hij recht op heeft, maar de voormalige winaar van de Dzjiro d'Italia Franco Chioccioli wordt nog steeds met of zonder bolletjestrui voor Tsjotsjoli versleten. Het zal wel te maken hebben met de in dit opzicht nog slordiger Fransen van de Tourradio, maar je mag toch verwachten dat de heren commentatoren wel eens een Milaan-San Remo of Ronde van Lombardije met open oren hebben bijgewoond.

Wie weet wat de Apennijnen de komende jaren nog meer voortbrengen. Daarom nog een keer de regel die geen uitzonderingen kent: c en g zijn hard voor a, o en u, maar zacht (tsj respectievelijk dzj) voor e en i. Een reglementair zachte letter wordt hard door er een h direct achter te zetten, een harde zacht door toevoeging van een i. Trotseer de spot van de goegemeente maar eens door te oefenen op de leider van de allereerste ontsnapping in deze Tour: Cenghialta.