Braken met Bukman

EG-commissaris McSharry kreeg onlangs de benodigde steun voor zijn plan om het Europese landbouwbeleid te veranderen. Aanvankelijk waren de reacties op het voorstel, dat van eind 1990 dateert, uiterst verdeeld. Onze minister Bukman (landbouw, natuurbeheer en visserij ) bleek er van geschrokken, zo konden we in de krant lezen. Het voorstel van de landbouwcommissaris was voor Europese begrippen namelijk nogal revolutionair. Het zou een begin maken met de vermindering van allerlei soorten steun die van het Europese landbouwbeleid een kostbaar treurspel hebben gemaakt.

Kort samengevat ziet dit beleid er nog zo uit: in de EG ligt het gemiddeld prijsniveau voor een aantal landbouwprodukten een stuk hoger dan op de wereldmarkt. De prijzen zijn zo vastgesteld dat de gemiddelde landbouwer een redelijk inkomen kan verdienen. Deze Europese "markt' wordt van de wereldmarkt afgeschermd door een tariefmuur: de (lagere) prijs van produkten die van buiten naar binnen willen komen wordt door een invoerheffing op het EG-peil gebracht. Omgekeerd, wil een EG-produkt op de wereldmarkt terechtkunnen, dan moet de prijs tot het wereldniveau omlaag worden gebracht. Het nadelige verschil tussen de wereldmarktprijs en de EG-prijs wordt de exporteur in de vorm van een exportsubsidie uitbetaald.

EG-landbouwers kunnen hun produkten altijd kwijt. Als de "markt' ze niet opneemt, dan kunnen ze aan "Brussel' worden aangeboden. Jammer dat ze er destijds niet aan hebben gedacht wat de voor de hand liggende reactie is van een ondernemer die zeker weet dat hij - hoeveel hij ook produceert - alles tegen een winstgevende prijs kwijt kan. Die ondernemer gaat vanzelfsprekend zijn produktiecapaciteit vergroten. Meer land, stallen en koeien. Gevolg: steeds grotere overschotten. Overschotten die met exportsubsidie op de wereldmarkt worden aangeboden of in silo's en pakhuizen worden opgeborgen. Zo ontstonden vlees-, graan- en boterbergen, melk- en wijnplassen.

Wat is er mis met dit beleid? Een beknopte opsomming: EG-consumenten betalen hogere prijzen voor hun voedsel dan wanneer er vrije prijsvorming was; EG-burgers betalen extra belasting om aan de subsidies bij te dragen; landbouwers buiten de EG zien hun afzet teruglopen door de gesubsidieerde EG-exporten; en de EG-landbouwers zijn door de ontwerpers en handhavers van dit beleid op het verkeerde been gezet; zij hebben normaal gereageerd op verkeerde prikkels.

Binnen de Uruguay-ronde van het GATT-overleg (de algemene overeenkomst inzake tarieven en handel) hebben de VS en de Cairnes-groep (veertien landen waaronder Australië, Nieuw Zeeland, Argentinië, Brazilië, Canada, India, Thailand en Indonesië) drastische ingrepen in het EG-landbouwbeleid geëist. Het gegarandeerde prijsniveau en de exportsubsidies zouden flink omlaag moeten. Daardoor zouden op den duur de overschotten verdwijnen, die de wereldmarktprijs onder druk zetten. Op de wereldmarkt ondervinden de landbouwers in de genoemde landen - zelf natuurlijk ook niet allemaal schatjes - ernstige hinder van de concurrentievervalsing door de EG.

In het kader van die eisen kwam McSharry dus anderhalf jaar geleden met dat nu goedgekeurde hervormingsvoorstel, waarvan onze minister zo geschrokken zei te zijn. Kern ervan is de overstap van produktsubsidies naar inkomenssubsidies. Produktsubsidies lokken immers overproduktie uit, inkomenssubsidies niet - zolang je er maar voor zorgt dat ze onafhankelijk zijn van de geproduceerde hoeveelheid.

In het McSharry-plan zal via een aantal maatregelen het volume van een aantal produkten omlaag worden gebracht. Een van die maatregelen is het (tijdelijk) braak laten liggen van landbouwgrond. De teruggang in inkomen door dit "braken' moet door inkomenssubsidie worden opgevangen.

Minister Bukman vond het maar niets. Je mag van boeren die met hun gezonde bedrijven gewend zijn voor een markt te produceren geen steuntrekkers maken. Dat klonk de Nederlandse landbouwer als muziek in de oren.

Toch zouden die zelfde landbouwers er meer mee gediend zijn als bewindslieden ze niet voor de gek hielden. We mogen toch aannemen dat minister Bukman weet dat de "EG-markt' geen normale markt is, waar vraag en aanbod de prijs bepalen. Het is een kunstmatige, door overheidsingrijpen gereguleerde markt. De landbouw ontvangt al tientallen jaren grote bedragen aan steun, maar dan op een manier die de boer in de waan laat dat hij een winstgevende onderneming bestiert.

Het is heel begrijpelijk dat de landbouwer nu met de handen in het haar zit. Hij heeft hoge vaste lasten - denk aan de bankkredieten - en nu zullen zijn opbrengsten teruglopen. De inkomenssteun zal zo hoog moeten zijn dat hij de tijd krijgt om z'n overcapaciteit via "natuurlijk verloop' weg te werken, dat wil zeggen: door afgeschreven produktiemiddelen niet vervangen. Intussen moet hem worden uitgelegd dat het ontvangen van geld voor het braak laten liggen van land geen schande is. Braak laten liggen betekent: wel inzaaien met gras, klaver of vlinderbloemigen; onkruid bestrijden; of de braakliggende grond opnemen in het vruchtwisselingsschema.

Een boer is vanouds al een landschapsbeheerder. Die functie wordt nu versterkt. De gemeenschap die zo op een fraaie natuur is gesteld, zal voor dat beheer een goede prijs moeten betalen. Is het voorzien in zo'n dringende behoefte voor die boer niet een veel aangenamer bezigheid dan bij voorbeeld het produceren van een suikerbietenoverschot dat ergens op de wereld een rietsuikerproducent kapot maakt?