Belgische defensieminister Leo Decroix: "Onze prestaties blijven even goed'

BRUSSEL, 9 JULI. Inmiddels weet heel België wie minister Delcroix is. Afgelopen vrijdag ging de ministerraad in grote lijnen akkoord met het beleidsplan van de minister van defensie voor herstructurering van de Belgische krijgsmacht. De dienstplicht verdwijnt per 1 januari 1994. Van de 80.000 militairen (van wie 32.000 dienstplichtigen) zal de helft voorgoed afzwaaien. En tot eind 1997 wordt de defensie-begroting nominaal bevroren op ongeveer 5,5 miljard gulden per jaar. Dat komt in reële termen neer op een jaarlijkse vermindering van zo'n 4 procent.

Slechts op één punt kreeg Delcroix niet helemaal zijn zin. Hij had de afschaffing van de dienstplicht willen koppelen aan de invoering van een algemene gemeenschapsdienst. Als het aan de minister ligt, gaan jongens en eventueel ook meisjes in de toekomst een aantal maanden voor de gemeenschap werken. Op vrijwillige basis, maar toch wel zo gestructureerd dat “ze gek zijn als ze het niet doen”. Bij voorbeeld doordat ze het recht op een werkloosheidsuitkering verspelen als ze niet in gemeenschapsdienst gaan. Maar zo ver is het nog niet. Eerst zal een studie worden gedaan naar de wenselijkheid ervan.

Voor het overige haalde Delcroix zijn slag binnen, en resteert voor de militaire leiding de komende maanden alleen nog maar de concrete invulling van de snoeiplannen. “Niemand, ook ikzelf niet, had vier maanden geleden verwacht dat er zulke verregaande beslissingen zouden worden genomen”, zegt de minister. Maar het feit dat slechts één op de vier jongens en meisjes wordt opgeroepen (“een fenemonale discriminatie”') en het gebrek aan motivatie onder de dienstplichtigen deden hem al gauw besluiten om maatregelen aan te kondigen. Een rol speelt ook dat de Belgische regering nog deze zomer wil beginnen met een ingrijpende sanering van het overheidsbudget met het oog op de totstandkoming van de Europese Monetaire Unie in 1997. Elke frank besparing is daarbij meegenomen, geeft Delcroix toe.

De minister noemt ook militaire argumenten voor het afschaffen van de dienstplicht. Bij een diensttijd van acht maanden, waartoe volgend jaar zou worden overgegaan in België, loont het niet langer de moeite om recruten eerst een uitgebreide opleiding te geven van vier à vijf maanden. Bovendien is de manier van oorlogvoeren enorm veranderd. Massale legers zijn niet meer nodig. Technologische kennis, flexibiliteit en mobiele inzet worden steeds belangrijker, waarbij de nadruk komt te liggen op crisisbeheersing. Daarom kun je beter een goed opgeleid beroepsleger hebben, redeneert Delcroix.

Delcroix heeft in België brede politieke bijval gekregen voor zijn plannen. Maar zowel de NAVO (secretaris-generaal Wörner toonde zich “bezorgd”) als de legerleiding in België reageerde een stuk minder enthousiast. Toen we ons dinsdag meldden op het departement van landsverdediging, had de minister net een verhelderend lunch-gesprek achter de rug met generaal Charlier, de stafchef van het Belgische leger.

Geheel volgens zijn opvatting dat de legerleiding op “een openhartige, duidelijke en eerlijke manier” advies moet geven, had generaal Charlier premier Dehaene en een aantal ministers vorige week op de hoogte gesteld van zijn grote bezwaren tegen de plannen van Delcroix. Delcroix zelf had van te voren toestemming gegeven voor die opmerkelijke actie, maar hij had toen niet gedacht dat de generaal zijn hart zou luchten in een brief van vijf kantjes, met afschrift aan de ook al bezorgde koning Boudewijn. Afgelopen weekend lekte die brief uit. "Een opstand van de legerleiding', kopten de kranten.

Maar van zo'n beschuldiging wil minister Delcroix (“ik til er niet zo zwaar aan”) niets weten. De generaal is volgens hem oprecht bezorgd over de gevolgen van de herstructurering. Hij vindt de plannen te drastisch en hij vindt dat de dienstplicht te snel wordt afgeschaft. Die bedenkingen heeft hij geuit voordat de ministerraad afgelopen vrijdag de knoop doorhakte.

Delcroix: “Het zou anders zijn geweest indien de generaal zijn brief na vrijdag had geschreven. Maar na het gesprek dat ik met hem heb gevoerd, is er geen twijfel mogelijk: hij zal de beslissing van de regering ten volle en loyaal uitvoeren”. Nu de beslissing is gevallen, “zullen de militairen zwijgen”, voegde Charlier daar zelf na afloop van zijn onderhoud met de minister aan toe.

Delcroix noemt Charlier “een groot man, die ik oprecht bewonder om zijn intellect en zijn karakter”. Maar de minister laat er geen onduidelijkheid over bestaan wie aan de touwtjes trekt. Was het niet logisch geweest om eerst de militairen een inventarisatie te laten maken van de toekomstige noden en behoeften van het leger, om daar vervolgens een prijskaartje aan te hangen?

“Nee”, antwoordt de minister beslist. “De politiek bepaalt de keuze, de militairen voeren het uit. Het zijn niet de militairen die trancheren, dat heb ik heel duidelijk willen stellen. Mijn beleidsbrief past perfect in de democratische context. Of beter gezegd: het is de enige juiste weg”.

Delcroix zit er ontspannen bij. Hij zegt dat hij er niet tegen op ziet om de komende maanden met minister Claes van buitenlandse zaken de Belgische plannen te verdedigen voor de collega's van de NAVO. Net zoals in het verleden zal België de normale NAVO-procedures volgen en met de bondgenoten onderhandelen over vermindering van zijn bijdrage. Delcroix kan niet ontkennen dat hij al een flink voorschot heeft genomen op die onderhandelingen, maar “ik geloof niet dat het erg is om af en toe de NAVO bij de hand te nemen om samen stappen te zetten”.

“We willen niet sneller gaan dan de NAVO, maar parallel optrekken. U moet niet vergeten dat het eindresultaat van mijn plannen pas in 1997 zichtbaar zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de NAVO binnen vijf jaar andere arrangementen vraagt van de bondgenoten dan op dit moment het geval is”.

Met andere woorden: België blijft binnen het toekomstige, afgeslankte kader van de NAVO-verplichtingen. Vooralsnog zijn de militaire deskundigen bij de NAVO daar niet zo zeker van. De afgelopen tijd heeft de NAVO zijn troepenbestand al met ongeveer eenderde verminderd. België doet nu op eigen houtje een nieuwe, forse stap terug en de kans bestaat dat bij voorbeeld Duitsland en Nederland (waar dit najaar zal worden beslist over afschaffing van de dienstplicht) ook nieuwe reducties zullen aankondigen.

“Het gevaar is dat we in een soort vrije val terecht komen, zonder dat we als bondgenootschap een ondergrens hebben vastgesteld. Je ziet nu een tendens tot renationalisatie, waarbij iedereen steeds verder teruggaat. Nationaal gaat men harder lopen dan internationaal is afgesproken en we moeten oppassen dat we niet allemaal hetzelfde gaan schrappen”, zegt een militaire deskundige bij de NAVO.

Hij vreest dat de geloofwaardigheid van het Belgische leger in het geding komt. Dat het Belgische leger een soort veredeld politiekorps zal worden, alleen maar geschikt om relatief eenvoudige taken op het gebied van crisisbeheersing uit te voeren. Van een adequate defensiemacht zal geen sprake meer zijn. Ook is het volgens hem de vraag of het haalbaar is een modern uitgerust leger van zo'n 40.000 beroepssoldaten samen te stellen voor het bedrag dat minister Delcroix ervoor wil uittrekken.

Delcroix toont zich niet onder de indruk van deze kritiek. “De prestaties van ons leger zullen er niet op achteruitgaan. Integendeel. Kwantitatief leveren we nu een grotere bijdrage, maar wat is de effectiviteit daarvan? We kunnen niet doorgaan met het steeds verder uitwringen van de dweil en het leger in zijn huidige omvang in stand houden. Dan krijg je een geheel scheve verhouding tussen personeelskosten en de totale kosten. Daarom is het beter kwantitatief een flinke stap terug te zetten. Na de hervorming zullen we dan een kwalitatief veel beter leger overhouden. Dat zal nagenoeg geheel ter beschikking staan van de NAVO”, zegt hij zelfverzekerd.

“Natuurlijk krijg ik geen sensationaal applaus voor mijn plannen. Maar de vraag is of ik bezig ben de NAVO te ondermijnen. Dat is absoluut niet zo. Ik ben een groot Atlanticus, een Europeaan en een NAVO-minnaar. Ik zou tijdens de Golf-oorlog wel munitie hebben geleverd aan de Engelsen. Dus twijfel niet aan mijn instelling”.

In de aanloop naar de Golf-oorlog weigerde de vorige Belgische regering om munitie te leveren aan de Britse strijdkrachten. Dat heeft het Belgische imago bij de NAVO-partners geen goed gedaan. Maar het huidige optreden van de 650 Belgische blauwhelmen in Joegoslavië heeft dat geschade prestige inmiddels weer opgevijzeld, constateert Delcroix tevreden.

De minister vertelt trots dat de Belgen van alle kanten worden gecomplimenteerd voor de wijze waarop ze hun VN-taken in Joegoslavië uitvoeren. Vertegenwoordigers van andere landen komen kijken hoe de Belgen de zaken in hun sector aanpakken. Dat bewijst dat België perfect in staat is om zijn internationale verplichten na te komen, aldus Delcroix. “Inter omnes Gallos, Belgae fortissimi sunt”, citeert hij met instemming Julius Caesar. Onder alle Gallische volkeren zijn de Belgen de dappersten. Dat blijven ze nog steeds, ook al wordt hun leger een stuk kleiner, zegt de minister.

Hij was erbij in Berlijn toen in november 1989 de Muur werd neergehaald. En in augustus vorig jaar stond hij voor het Witte Huis in Moskou waar Boris Jeltsin zich had verscholen voor de putschisten. Hij legde geld op tafel voor een kopieermachine zodat de geschreven boodschappen van de Russische leider snel onder het volk verspreid konden worden.

En nu heeft Leo Delcroix met zijn 42 jaar zelf geschiedenis gemaakt. De afgelopen dagen is de naam van deze christendemocratische politicus niet uit het Belgische nieuws geweest. En ook op het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel worden de bewegingen van de Vlaming Delcroix tegenwoordig met meer dan gewone belangstelling gevolgd.

Delcroix zal de geschiedenisboekjes ingaan als de man die de dienstplicht in België afschafte en het leger halveerde. Officieel wordt de dienstplicht slechts "opgeschort'. Maar dat kan niet verbloemen dat België als eerste bondgenoot van de NAVO definitief heeft afgerekend met de Koude Oorlog en vredesdividend wil opstrijken.

Voordat Delcroix vier maanden geleden minister van landsverdediging werd in het rooms-rode kabinet van premier Dehaene, had hij nog nooit een kazerne van binnen gezien. Twee oudere broers gingen voor hem de dienst in. Hij kon zich volledig wijden aan zijn studies: wijsbegeerte en letteren, rechten en economie.

Zijn loopbaan is al even veelomvattend. Hij was leraar antieke cultuur, docent arbeidsrecht, personeelsdirecteur van een bierbrouwerij en adjunct-directeur van de christelijke werkgeversvereniging in Limburg. Als politicus opereerde Delcroix tot dusverre op de achtergrond. In 1984 werd hij nationaal secretaris van de CVP, het Vlaamse CDA. Eind vorig jaar maakte hij op verzoek van de CVP nog even de overstap naar een zetel in de Senaat.