Behoud de dromedaris

Op uitsterven staat het dier nog niet, maar bedreigd wordt het Noordafrikaanse kamelenbestand zeker.

De witte Mehari, een slank "strijdros' dat 2.40 meter hoog kan worden, is de afgelopen twintig jaar zelfs zo zeldzaam geworden dat tot in Frankrijk toe organisaties zich voor hem zijn gaan inzetten.

“Er zijn nog zo'n 50.000 Mehari-dromedarissen over”, zegt een Franse deelnemer aan een congres over de Noordafrikaanse kameel, ofwel dromedaris, dat onlangs in het Zuidtunesische stadje Douz werd gehouden. “Het is de hoogste tijd maatregelen te nemen om te zorgen dat dit ras niet definitief verdwijnt.”

De grote droogtes in de Sahel van de jaren zeventig en tachtig veroorzaakten een enorme sterfte onder de Mehari. De Touareg, samen met de Chaânba in Algerije en de Regeibat in Mauretanië en de door Marokko geannexeerde Westelijke Sahara, hebben hun Mehari verdorstend en verhongerend zien verdwijnen. Vijftien jaar geleden was het in Zuid-Algerije, Niger of Mali nog heel normaal grote kuddes Mehari te zien. Nu komen zij in het landschap nog maar sporadisch voor.

Maar niet alleen met de Mehari is het in Noord-Afrika slecht gesteld. Alle 35 bestaande dromedarisserassen doen het steeds slechter in dat gebied.

De getallen spreken voor zich. In tien jaar tijd liep het aantal kamelen in Marokko terug van 230.000 tot 81.000 nu. In diezelfde tien jaar zag Algerije zijn dromedarissenbestand slinken van 260.000 tot 140.000. Tunesië, waar in de jaren vijftig nog 200.000 dromedarissen rondliepen, heeft er op dit moment nog maar 85.000. Libië beschikt over 135.000 dromedarissen, een terugval van 60 procent. Van de Unie van Maghrebijnse landen UMA (Union de Maghreb Arabe) is alleen Mauretanië met 740.000 dromedarissen een echt land voor liefhebbers gebleven. Maar ook daar hebben droogte en oprukkende vierwielaandrijving huisgehouden: in de jaren zeventig lag het aantal dromedarissen in Mauretanië nog ver boven het miljoen.

Ook wereldwijd gezien gaat het niet goed met het dier, zeker niet in Afrika. Van de circa 17 miljoen exemplaren woont 80 procent op dat continent. Grote uitschieters zijn Somalië, met 5,5 miljoen kamelen, en Soedan met 2,5 miljoen. Daarna volgt Ethiopië met bijna 1 miljoen en wie in Kenia moeite heeft de bedreigde olifanten en rinocerossen te vinden, kan daar nog altijd 630.000 kamelen bewonderen.

Maar al die getallen zijn zeker vijf of zes jaar oud. Over wat droogte en oorlogen aan dromedarissen in de Hoorn van Afrika hebben overgelaten, bestaat nauwelijks inzicht. “We kunnen alleen uiterst somber zijn”, aldus dr. Abd el-Kadir, lid van het Tunesische comité tot behoud van de dromedaris. “Dromedarissen dienen niet alleen voor transport, zij dienen voor alles. De dieren geven melk, wol en vlees. En als er geen eten meer is, rest er voor de mensen die dromedarissen houden nog maar één middel, het dier slachten. Dat gebeurt in Somalië, Ethiopië en Soedan op dit moment op grote schaal. De dromedaris plant zich traag voort, zodat het jaren duurt voordat het bestand weer is aangevuld. Door de nood gedwongen vertrekken de van hun kudden beroofde kamelenhouders naar de steden om van Westerse voedselhulp te leven. Het steeds snellere verdwijnen van de dromedaris is voor veel landen daarom niet alleen een ecologische, maar vooral ook een economische ramp.”

Volgens de Franse ex-minister Thierry de Beaucé, een van de mede-organisatoren van het congres, zijn er in de Sahel ten westen van Soedan slechts een kleine 5 miljoen kamelen over. “Als er de komende jaren echter opnieuw een grote droogte uitbreekt, is dat aantal in een ommezien opnieuw gehalveerd. Dan wordt de dromedaris in dit deel van de wereld echt een bedreigde diersoort. Want het gaat niet alleen om de droogte. De concurrentie van de vrachtauto is moordend. Het dier dreigt de kant op te gaan van het paard in West-Europa. Ook daar zijn vele paarderassen, met name de sterke boerentrekrassen, praktisch van de landkaart verdwenen. Het is tijd de noodklok te luiden, anders wacht de dromedaris hetzelfde lot.”