A'damse raad akkoord met Kunstenplan: Fodor nu definitief voor het Vormgevingsinstituut

AMSTERDAM, 9 JULI. De Amsterdamse gemeenteraad heeft gisteren, behoudens enkele wijzigingen, het hoofdstedelijke Kunstenplan 1993-96 goedgekeurd. Museum Fodor aan de Keizersgracht moet definitief wijken voor de vestiging van het nieuwe, landelijke Vormgevingsinstituut, maar kan zijn podiumfunctie voor jonge Amsterdamse kunstenaars behouden.

Tijdens het debat werden 21 moties ingediend, waarvan er tien werden aangenomen. Zo stemde een meerderheid van de raad in met een D66-motie om de komende vier jaar de rijksbijdrage voor de beeldende kunst van 275.000 gulden te reserveren voor voortzetting van de functie van Fodor. Cultuurwethouder E.C. Bakker zegde toe mee te zullen werken aan het vinden van een alternatief voor de kunstenaars die nu nog in Fodor exposeren. Een voorstel van Groen Links om Fodor bij het Vormgevingsinstituut in te laten trekken kreeg onvoldoende steun in de raad. Volgens A.J. Holvast (Groen Links) is, na de beoogde uitbreiding van één naar drie grachtenpanden, het onderkomen veel te ruim voor het Vormgevingsinstituut alleen. “Ik schat dat 30 tot 40 procent van het pand overblijft”, zei Holvast.

Volgens het Kunstenplan moet Fodor zijn totale budget inleveren ten behoeve van uitbreiding van het Stedelijk Museum. Van dat bedrag van 800.000 gulden wordt voorlopig 300.000 gulden aangewend om het jeugdtheater Huis aan de Amstel van de ondergang te redden. “Maar wanneer wij daadwerkelijk aan de uitbreiding van het Stedelijk toekomen zal er weer drie ton op de cultuurbegroting moeten worden gevonden”, zei Bakker. “Dan komt het probleem in volle omvang terug”.

Een aantal instellingen die niet in het Kunstenplan waren opgenomen, krijgen toch subsidie. De Kleine Komedie krijgt als gevolg van een PvdA-motie alsnog 60.000 gulden uit het programmeringsbudget voor kleine theaters. De Balie, Bellevue/Nieuwe de la Mar en Frascati moeten daarvoor inleveren. Een motie van D66 om het filmhuis Rialto, het openluchttheater in het Amsterdamse Bos en de Stichting Studio Laren te behouden, werd met algemene stemmen aangenomen. Daartoe zal per 1 januari 1994 een jaarlijkse subsidie van 150.000 gulden worden onttrokken aan het Amsterdamse Promenade Orkest (APO), dat zich meer moet toeleggen op de sector kunsteducatie (schoolconcerten) en begeleiding van amateurvoorstellingen (operetteverenigingen). Het openluchttheater krijgt jaarlijks 75.000, Rialto 67.000 en Studio Laren 8.000 gulden. Over 1993 krijgt het APO nog wel een incidentele subsidie van 1,5 ton.

Een aantal fracties had liever minder bezuinigd op de poptempel Paradiso dan de voorgestelde drie ton, maar de raad stemde er uiteindelijk wel mee in. Volgens de wethouder kan Paradiso voorlopig uit de voeten, omdat het een eigen vermogen heeft van 1,7 miljoen gulden. Hij beloofde de raad onmiddellijk te zullen inlichten als het centrum toch in financiële nood komt.

Aangenomen werd ook een voorstel van de VVD om een inventarisatie te maken van achterstallig onderhoud aan gebouwen met een culturele bestemming en aan de hand daarvan prioriteiten te stellen. Een VVD-motie om daarvoor subsidie te onttrekken aan twee filmfestivals - het International Documentary Festival en Cinekid - haalde het echter niet. Ook kreeg de VVD geen steun voor een plan om de Beurs van Berlage een ton te laten inleveren, zolang over het gebruik van dat gebouw onduidelijkheid bestaat. Tot de minister van WVC in mei voor Fodor koos werd aangenomen dat het Vormgevingsinstituut in de Beurs zou komen. De VVD wilde het bedrag ten goede laten komen aan het Concertgebouw. Dat krijgt, evenals theater Carré, minder subsidie omdat het zeer goede resultaten heeft geboekt en wordt dus in feite "gestraft' voor goed management.

Op voorstel van de PvdA zal de gemeente onderzoeken of de gescheiden subsidiestromen ten behoeve van allochtone en autochtone instellingen en gezelschappen kunnen worden samengevoegd. De raad besloot een structurele subsidie van 70.000 gulden toe te kennen aan de stichtingen El Hizjra en Al Farabi, die zich bezighouden met kunst voor allochtonen. De subsidieaanvragen van de Nieuwe Dansgroep en Dansproduktie (samen 80.000 gulden) zullen worden opgenomen in een prioriteitenonderzoek voor de dans in Amsterdam.

Het fiat van de gemeenteraad betekent dat het Nationale Ballet, toneelgroep Amsterdam, het Koninklijk Theater Carré en het Concertgebouw in de periode 1993-1996 samen ongeveer anderhalf miljoen gulden moeten bezuinigen. Daarvan komt 6,5 ton voor rekening van het Nationale Ballet. Het besluit betekent tevens groen licht voor een aantal grote projecten: uitbreiding van het Stedelijk Museum, een nieuw centrum voor moderne muziek, een nieuw theater voor Toneelgroep Amsterdam en een nieuw filmtheater. De gemeente wil ook meewerken aan de bouw van een pophal met plaats voor 5000 bezoekers, een initiatief van het Rotterdamse impresariaat Mojo. Vanuit de gemeenteraad kwam de suggestie deze hal in het stadsdeel Zuidoost te bouwen.