We hebben eigenlijk geen wetboek; Proces tegen hoofdverdachte coup Moskou loopt langzaam vast

MOSKOU, 8 JULI. Vasili Starodoebtsev is weer een vrij man. Precies een maand geleden mocht hij ineens de gevangenis Matrosjkaja Tisjina verlaten. Met bloemen is hij in Novomoskovsk verwelkomd. Waarna hij er onvervaard de leiding van zijn naar Lenin vernoemde modelkolchoze ter hand heeft genomen. Over zijn rol als lid van het "staatscomité voor de noodtoestand' (GKTsjP), dat vorig jaar augustus de macht in de Sovjet-Unie dacht te kunnen overnemen, worden daar in Novomoskovsk geen woorden meer vuil gemaakt.

Starodoebtsev is de derde "putschist' die is losgelaten. Boldin, de kabinetschef van Gorbatsjov die in het complot zou hebben gezeten, en de KGB-generaal Groesjko waren hem al eerder voorgegaan. De andere verdachten in het coup-proces zitten nog wel vast. Het is één van de vele curieuze aspecten van een strafzaak, die in augustus vorig jaar met veel bombarie begon maar langzaam in een moeras dreigt weg te zakken. Een ominieus teken voor een natie die een democratische rechtstaat wil zijn.

De formele reden voor hun herwonnen bewegingsvrijheid is dat hun advocaten de dossiers hebben afgehandeld en dat de zaak daarmee rijp is voor behandeling. Voor de overige verdachten (vice-president Janajev, minister van defensie Jazov, premier Pavlov, KGB-chef Krjoetsjkov, KGB-generaal Plechanov, parlementsvoorzitter Loekjanov, "staatsondernemer' Tizjakov alsmede de partijbonzen Baklanov en Sjenin) geldt dat niet. Hun advocaten zijn dagelijks bezig met het lezen van de stukken. Ze hebben zich er desondanks nog niet doorheen kunnen werken. Of een dossier al dan niet is afgesloten, is namelijk zo ongeveer het enige argument om een verdachte voorwaardelijk in vrijheid te stellen. Andere criteria of toetsingsorganen zijn er niet. Zelfs een rechter-commissaris kent het Russische strafrecht niet. Het is het openbaar ministerie zelf dat mag uitmaken of een verdachte vrijkomt of niet. “De controle, die de procureur-generaal uitoefent, is slechts controle op papier. Er is dus geen controle”, aldus Genrich Padva, de advocaat van Anatoli Loekjanov.

Vanuit juridisch oogpunt is Loekjanov de interessantste cliënt. Loekjanov is een der meest spraakmakende verdachten. Vanuit zijn cel distribueert hij zo nu en dan zijn wat larmoyante poëzie - de voormalige parlementsvoorzitter is een verwoed dichter - en laat hij zijn licht schijnen over het “onwettige” verbod dat president Jeltsin vorig najaar per decreet heeft uitgevaardigd en dat morgen door het Constitutionele Hof tegen het licht zal worden gehouden.

In augustus 1991 werd hij al gezien als de “architect” achter de junta. Dat was echter bovenal een politiek oordeel, geen juridisch oordeel. Want wat heeft hij nu eigenlijk precies op zijn geweten? Padva weet het nog steeds niet. Hem wordt niet zozeer verweten dat hij iets heeft gedaan maar vooral dat hij niets heeft gedaan.

De zaak tegen Loekjanov is de lakmoesproef voor de rechtstatelijkheid van het nieuwe Rusland. Padva: “Er zijn slechts verklaringen van parlementariërs die hem hebben horen zeggen dat hij de acties van de GKTsjP niet zo erg zou vinden. Er is het feit dat hij de Opperste Sovjet niet meteen bijeen heeft geroepen. En er is uiteraard dat artikel dat de Izvestia daags na de coup publiceerde waarin Loekjanov zich keerde tegen het Unieverdrag dat kort na de staatsgreep getekend zou worden. Meer is er eigenlijk niet. In de GKTsjP heeft hij immers, net als minister van buitenlandse zaken Aleksandr Bessmertnych die nooit is gearresteerd, geen zitting genomen”.

Het openbaar ministerie onder leiding van procureur-generaal Valentin Stepankov en zijn adjunct Jevgeni Lisov laat op gezette tijden echter weten dat Loekjanov, samen met Krjoetsjkov, nog steeds hoofdverdachte is. Ze zien zelfs niet op tegen interviews, waarin ze uiteen zetten dat mevrouw Loekjanov tot augustus niet eens wist hoe een autodeur van binnen open ging omdat ze gewend was aan chauffeurs die de portier van buiten open deden, in hun ogen een vorm van morele bewijsvoering.

Volgens Padva is het openbaar ministerie zo op Loekjanov gebeten omdat “Loekjanov de allerverstandigste en meest serieuze politicus van het stel is”. “Iedereen weet natuurlijk dat Gennadi Janajev, die als voorzitter van de GKTsjP formeel hoofdverdachte zou moeten zijn, geen serieuze politicus was. Loekjanov is, als aanhanger van de Sovjet-Unie, natuurlijk dé ideologische tegenstander van hen die na de wisseling van de macht aan het roer zijn gekomen. Hij stond voor een centrale staat, de socialistische idee en de partij en is derhalve de belangrijkste vijand. Bovendien had hij een persoonlijke band met Gorbatsjov. Ze waren weliswaar geen vrienden maar wel goede kennissen. Gorbatsjov voelde zich niet voor niets door Loekjanov beledigd en verraden, toen hem bij terugkeer duidelijk werd dat zijn oude studiegenoot niets had gedaan. Toenmalig procureur-generaal Nikolaj Troebin van de voormalige Sovjet Unie meende daarom na de coup dat hij moest laten zien dat hij heel erg van Gorbatsjov hield en heeft daarom de arrestatie van Loekjanov doorgedreven.”

Loekjanov moet terecht staan wegens “landverraad” op grond van artikel 64 van de Russische strafwet waarmee Aleksandr Solzjenitsyn ooit is ontdaan van zij staatsburgerschap. Padva: “Absurd. Rusland zou zich moeten schamen voor dit artikel. Zelfs emigratie is conform deze wet nog altijd een vorm van landverraad. Ze zouden ook andere artikelen hebben kunnen aanwenden. Artikel 170 en 171 bijvoorbeeld, die betrekking hebben op machtsmisbruik. Maar zo'n subsidiare aanklacht willen ze niet omdat op artikel 171 drie tot tien jaar gevangenisstraf staat en op artikel 64 vijftien jaar tot de doodstraf. Bovendien, als het landverraad was dan was het landverraad jegens de Unie. En die bestaat niet meer.”

“We hebben een rare wetgeving, we hebben eigenlijk helemaal geen wetgeving”, aldus Padva. Daarom is het in het nieuwe Rusland nog altijd mogelijk dat advocaten, tijdens de procesvoorbereiding, een verklaring moeten ondertekenen waarin ze beloven uit de processtukken niets aan “derden” naar buiten te zullen brengen. Padva zelf heeft dat als enige junta-advocaat niet gedaan. Hij zit al 39 jaar in het vak en kan zich dus een en ander permitteren. “In deze zaak maakt justitie daar natuurlijk niet zo'n punt van. Iedereen let er immers op. Maar bij minder spectaculaire zaken wordt er wel de hand aan gehouden. Dat belemmert je als advocaat enorm. Objectief is de vrijheid en onafhankelijkheid der advocaten natuurlijk toegenomen. Tenminste je als je onze situatie vergelijkt met die in het vroegere Rusland. Maar je als maatstaf neemt hoe de advocatuur zou moeten werken in een rechtstaat is er nog weinig veranderd. Dan is onze rechtstaat nog een fictie.”

Over de reden van die geringe prioriteit antwoordt Padva met de anecdote over die Russische toerist die in Engeland is, zich erover verbaast dat alle grasvelden er zo fraai uitzien en zijn gastheer vraagt hier hij dat voor elkaar krijgt. Waarop de Brit antwoordt: och, dat is heel eenvoudig, gewoon tweehonderd jaar elke dag bijknippen. Padva: “Wij hebben hier al honderden jaren géén rechtstaat. Dat kun je dus niet in één dag even veranderen. Bovendien wil de huidige macht dat helemaal niet. Ook voor de nieuwe machthebbers is het huidige systeem immers handiger. Een rechtstaat begint bij de macht. Als de macht, zelfs de hoogste, over zichzelf durft te zeggen: sorry, dat was onechtmatig, dan is er pas een begin gemaakt”. Daarom is het voor Genrich Padva zelfs de vraag of het proces tegen Loekjanov ooit zal plaatsvinden. Het zou hem niet verbazen als de zaak vroegtijdig een stille dood sterft.