Vuilnisoorlog

De in het artikel "Vuilnisoorlog in Amsterdam-Zuid' (NRC Handelsblad, 4 juli) gewraakte methode van huisvuilinzameling is niet uniek. In tientallen Nederlandse gemeenten brengen de inwoners hun afval naar een verzamelplaats, die vaak een stuk verder weg ligt dan de 25 meter die wij aanhouden. Sterker nog, in een aantal andere Amsterdamse stadsdelen gebeurt het op precies dezelfde manier.

Misschien wel uniek is het dat, bijna een jaar na de invoering, een groep bewoners zich blijft verzetten tegen de nieuwe regeling. Dit verzet bestaat, naar goed gebruik in Amsterdam-Zuid, uit het versturen van adressen en bezwaarschriften. Het gros van de inwoners maakt zonder veel problemen gebruik van de verzamelplaatsen. De onhebbelijke gewoonte het huisvuil te vroeg buiten te zetten vormt al jaren een probleem in Amsterdam en kan niet op rekening van het nieuwe systeem worden geschoven.

Stadsdeel Zuid is zeker uniek met de ontheffingsregeling voor mensen die lichamelijk niet in staat zijn om de afstand van de oude naar de nieuwe plek te overbruggen. In het overleg met belangengroepen zijn verschillende varianten voor zo'n regeling besproken en ook weer verworpen. De uiteindelijk gekozen regeling lijkt voor vrijwel alle betrokkenen aanvaardbaar te zijn.

De in het artikel geuite twijfel aan onze ontvankelijkheid voor ideeën van bewoners kan binnenkort aan de praktijk getoetst worden, nu we de mogelijkheid onderzoeken om het huidige haalsysteem en het vrijwillige brengsysteem (bakken voor glas, papier en textiel) te integreren. Dat moet dan leiden tot afvalabri's van vijf bakken, waar bewoners hun huisvuil gescheiden kwijt kunnen op de momenten dat het hen schikt. Het is de vraag of er een systeem voor huisvuilinzameling bestaat dat alle burgers tevreden stelt.

Het nieuwe systeem in Zuid heeft in ieder geval geleid tot minder ziekteverzuim onder het personeel. Wat telt is het resultaat: schonere straten.