Vrijwel elke school heeft onbevoegden in dienst

LEIDEN, 8 JULI. Bijna alle scholen voor voortgezet onderwijs hebben leraren in dienst die niet de vereiste papieren hebben voor het werk dat ze doen. In de meeste gevallen gaat het om leraren die lesgeven op het niveau van een tweedegraads leraar wis-, natuur- of scheikunde, economie of een technisch vak.

Dit blijkt uit een onderzoek dat het Leidse bureau Research voor Beleid in opdracht van de Commissie Toekomst Leraarschap heeft verricht naar onbevoegd lesgeven in het voortgezet onderwijs. Volgens het bureau, dat onderzoek heeft gedaan op 442 scholen, maken scholen gebruik van de diensten van mensen die niet over de vereiste papieren beschikken omdat voor de economische, de technische en de exacte vakken tekorten aan leraren bestaan. Daarnaast staken veel scholen hun wervingsactiviteiten zodra blijkt dat de aangenomen leraar, ook al is hij onvoldoende bevoegd, goed voldoet. Met name in de technische vakken zou gelden dat leraren zonder de vereiste papieren, toch zeer vakbekwaam kunnen zijn.

Volgens 91 procent van de schoolleiders zijn “didactische en pedagogische vaardigheden belangrijker dan de formeel juiste onderwijsbevoegdheid”. 88 procent vindt “goede vakkennis belangrijker dan de formeel juiste onderwijsbevoegdheid”. Hoewel schoolleiders het belang van bijscholing en begeleiding van onvoldoende bevoegde leraren benadrukken, doen zij daar niet veel aan: bijscholing moet vaak uit eigen zak worden betaald, mentoren zijn er bijna niet en functioneringsgesprekken worden nauwelijks gehouden.

Volgens Research voor Beleid zou moeten worden overwogen vakbekwame, maar onvoldoende bevoegde leraren spoedcursussen te laten volgen, zodat zij zo hun bevoegdheid toch kunnen halen. De Commissie Toekomst Leraarschap, onder voorzitterschap van oud-Kamerlid A. van Es, brengt volgend jaar advies uit.