Tapie richt nu zakelijk oog op Marseille

PARIJS, 8 JULI. Precies twee jaar na de "zaak van zijn leven' - de overname van de Duitse sportschoenengigant Adidas - heeft Bernhard Tapie de handdoek in de ring gegooid. Gisteren deed de eigenaar van het voetbalteam Marseille Olympique zijn bedrijf over aan Pentland, een Britse producent van sportartikelen, die al een jaar op zijn kans wachtte. Bernhard Tapie is na zijn (tijdelijk) afscheid van de politiek nu ook niet langer "manager' van een multinational.

Tapie die op 23 mei, zes weken na zijn benoeming, aftrad als minister van stadsontwikkeling, is natuurlijk nog wel zakenman: aan de transactie met Pentland en het afstoten van een aantal andere bedrijven van "Bernhard Tapie Finance' houdt hij volgens eigen berekeningen een kleine miljard francs (ruim 300 miljoen gulden) over. Buitenstaanders schatten zijn "oorlogskas' op een half miljard francs. Na een vakantie met zijn jacht Phocea kan hij zich dus rustig voorbereiden op zijn politieke come-back.

Tapie moest als minister aftreden omdat een rechtszaak, aangespannen door een vroegere zakenvriend, meer overhoop haalde dan aanvankelijk was verondersteld. De ex-compagnon Georges Tranchant, tevens afgevaardigde voor de gaullistische RPR, is vastbesloten om Tapie “te laten hangen”. Tapie zou 13 miljoen francs, de winst bij de verkoop van een bedrijf dat eigendom was van Tapie en Tranchant, in eigen zak hebben gestoken. Komend najaar valt het vonnis. Na zijn aftreden gaf Tapie zichzelf acht weken de tijd “om te kiezen tussen zaken en politiek”.

Met de verkoop van Adidas - dat al geruime tijd minder winst maakt dan merken als Nike en Reebok - en de juridische afwikkeling van de affaire met Tranchant, kan Tapie zich dus inlopen op een terrein waar hij populair is: Marseille. Over drie jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De tweede stad van Frankrijk is volgens zijn berekeningen dan waarschijnlijk failliet en kan een geslaagde zakenman daarom dan best gebruiken. Tenslotte verdiende Tapie zijn fortuin in de afgelopen dertien jaar door bijna failliete bedrijven op te kopen en ze na sanering weer van de hand te doen.