Suriname wil achterstand onderwijs inlopen; Minister van onderwijs Pigot onderzoekt relatie met Nederlandse universiteiten

DEN HAAG, 8 JULI. Een school in het Surinaamse dorp Beekhuizen moest vorige maand noodgedwongen sluiten: alle lokalen stonden door aanhoudende zware regenval blank. Volgens het schoolhoofd is het al jaren hetzelfde liedje: zodra het regent, lopen de lokalen onder.

Behalve met de taak om de lerarensalarissen te verbeteren en complete nieuwe faculteiten op te zetten voor de universiteit in Paramaribo, krijgt de Surinaamse minister van onderwijs C.A.F. Pigot ook met dit soort problemen te maken. Het onderwijs is er slecht aan toe, door jaren van economische malaise, burgeroorlog en het wegtrekken van studenten en leraren.

Pigot (44) - een geograaf die eerder voorzitter was van de Surinaamse lerarenopleiding en bestuurder van de Anton de Kom-universiteit - reist vandaag terug naar Paramaribo na een bezoek van een week aan Nederland. Hij besprak onder meer samenwerking op het gebied van economie, rechten, geneeskunde en technologie met de universiteiten van Amsterdam, Leiden en Delft. De universiteit van Groningen bood hem een plan aan voor een faculteit bedrijfskunde in Suriname, om in de grote behoefte aan managers te voorzien. In het raamverdrag dat Nederland en Suriname op 18 juni tekenden wordt 250 miljoen uitgetrokken voor onderwijs, volkshuisvesting en gezondheidszorg.

Welke onderwijsprojecten hebben in Suriname voorrang?

“De eerste prioriteit is puur het inlopen van de achterstanden, allereerst de materiële zaken. Het aanschaffen van leermiddelen, herstel van de scholen in het binnenland. Je hebt ook de wateroverlast waar de scholen nu door de regenval onder lijden, ja, maar dat is meer een nationaal plaatje. De regering heeft gelden gereserveerd om een noodprogramma uit te voeren: herstel van wegen, een algehele verbetering van de infrastructuur. Daar past ook het ophogen van de schoolerven in. Wat het binnenland betreft is op dit moment de hoogste prioriteit: gewoon weer klassiek onderwijs terugbrengen. Op sommige plaatsen zijn de scholen kapotgeschoten, verbrand of gewoon verdwenen. Er zitten geen leerkrachten meer, enzovoorts. We zijn nu bezig de voorwaarden te scheppen om het onderwijs daar weer van de grond te laten komen. Een basisvoorwaarde daarvoor is in elk geval het zo snel mogelijk ondertekenen van het vredesakkoord voor het binnenland.”

Hoe denkt u het wegtrekken van hoog opgeleid kader uit Suriname tegen te gaan?

“Het belangrijkste is natuurlijk dat je degenen die je het hardst nodig hebt zo lang mogelijk in Suriname kunt houden. Vandaar dat we waar mogelijk nieuwe opleidingen willen starten, zoals de opleiding bedrijfskunde waarover we nu met de universiteit van Groningen hebben gesproken.”

Maar dan nog zal dat kader in het buitenland altijd meer kunnen verdienen dan in Suriname.

“Ja, dus het is onvermijdelijk om dat probleem op te lossen in het geheel van de structurele aanpassing waar we voor staan. Een andere oplossing is er niet. Binnen het proces van aanpassing willen we daarom ook komen tot acceptabele salarissen en tot de mogelijkheid om degenen die niet functioneel bezig zijn los te koppelen - waardoor er middelen vrijkomen. Binnen dat raamwerk zal je de discussie moeten voeren: wat moet het kader verdienen, welke faciliteiten moet je ze aanbieden. Ik denk dat we op dat punt inderdaad nog wel wat moeten doen, vooral bij de overheid. De particuliere sector is wat dat betreft flexibeler.”

Surinaamse studenten zijn naar Nederland gekomen met een studiebeurs die zou worden kwijtgescholden na terugkeer in Suriname. Velen zijn gebleven en hebben dus nog een schuld bij u. Gaat u daar iets aan doen?

“De Surinaamse overheid heeft met betrekking tot de studenten die terugkeerden altijd een soepele houding gehad. Als je eenmaal terug was, werd er niet achter je aangelopen om je te laten betalen. Jammer genoeg was die soepele houding er ook ten aanzien van degenen die in Nederland bleven. Dus daar gaan we wel wat aan veranderen, ja. Ik ben geen jurist en het kan best zijn dat de mogelijkheden om dat met terugwerkende kracht te doen beperkt zijn, maar in elk geval zullen we het in de toekomst zo regelen dat we onze deviezen wel terugkrijgen. Ik heb dus thuis de mensen ook aan het werk gezet om te komen tot betere contracten.

“Ik denk overigens dat door het raamverdrag met Nederland ook de relatie tussen Surinamers onderling plezieriger is geworden. We hebben een periode gehad waarbij men in Suriname zei: die mensen zijn weggebleven dus die moeten in Suriname ook geen stem meer hebben. Anderzijds had men vanuit Nederland vaak een beetje een arrogante houding. Ik denk dat het nu al veel beter gaat, dat er in Suriname het besef leeft dat we hier een breed potentieel hebben dat we kunnen aanboren, en dat de mensen hier zich realiseren dat wanneer het in Suriname goed gaat, dat ook voor hen een pluspunt is.”

De regering moet veel investeren in het onderwijs. Tegelijk staat een economische sanering voor de deur, met onder meer een forse inkrimping van het aantal ambtenaren. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

“Bij de ondertekening van het protocol tussen de ministers Pronk en Sedoc indertijd op Bonaire is niet voor niets gesteld dat onderwijs, volksgezondheid en huisvesting een andere benadering behoeven dan andere posten. Onderwijs neemt tussen een kwart en eenderde van de totale overheidsuitgaven voor zijn rekening, maar het heeft ook niet zo verschrikkelijk veel ruimte om af te slanken. Je hebt nou eenmaal leerkrachten nodig om voor een klas te zetten. Die mensen zul je wel in dienst moeten hebben en zeer waarschijnlijk zal je ze ook nog goed moeten betalen om ze in dienst te hóuden. Dus de investeringen zullen ook in de naaste toekomst nog hoog zijn.”