Slagvaardig GAK

ONLANGS DEED EEN krant een poging de voorwaarden te beschrijven voor het verkrijgen van de vorige maand door de Tweede Kamer aanvaarde nieuwe nabestaandenuitkering.

De illustratie die bij het artikel stond afgedrukt had veel weg van het "Oud Hollandsch Ganzenbordspel'. Nieuwe gevallen mèt en zonder kinderen, geboren voor of na 1949, geboren voor of na 1952, meerderjarige en minderjarige kinderen en, vanzelfsprekend, een inkomenstoets. Eerlijk zal de nieuwe regeling ongetwijfeld zijn, maar ook uitvoerbaar? Veel regels, veel uitzonderingsbepalingen, veel betrokkenen, dat is hèt kenmerk van het Nederlandse sociale-zekerheidsstelsel. Eén ding is zeker: het levert in elk geval werk op.

Deze week kwam een rapport van het organisatiebureau Horringa & De Koning over het functioneren van het GAK in de openbaarheid. Deze overkoepelende uitvoeringsorganisatie van 13 bedrijfsverenigingen, die in totaal 16.000 medewerkers telt, is de afgelopen decennia min of meer automatisch meegegroeid met de stijging van het aantal mensen met een uitkering, en het aantal regels zonder dat ooit de fundamentele vraag werd gesteld of dit ook wel de meest logische weg was. De conclusie van het organisatiebureau was dan ook weinig verrassend: er is sprake van “onnodige en weinig efficiënte overlegstructuren, een tekort aan slagvaardig handelen en sturen en het ontbreken van een college dat zich operationeel eindverantwoordelijk voelt”. Kortom, het standaardoordeel dat over elke uit zijn krachten gegroeide instelling wordt geveld. Zoals ook het antwoord van het GAK dat in de toekomst bedrijfsmatiger gewerkt moet worden, een grote mate van voorspelbaarheid heeft.

VOORTBOUWEN OP het oude, of een geheel nieuwe slagvaardiger uitvoeringsorganisatie opbouwen, dat is de vraag waar de politiek thans voor staat. Het kabinet heeft vorig jaar gekozen voor de eerste weg. Het gebouw komt er weliswaar anders uit te zien, maar het fundament blijft hetzelfde. En dat is een organisatie waarbij de georganiseerde werkgevers en werknemers en de overheid het geheel voor het zeggen hebben. Het is de structuur waarbij het conglomeraat van tegengestelde belangen in stand wordt gehouden en die er mede toe leidde dat een regeling als de WAO finaal uit de hand liep.

Een concreet alternatief is er nu ook dankzij het initiatief-wetsvoorstel van het curieuze politieke samenwerkingsverband van VVD, D66 en Groen Links. Deze partijen durven de stap te zetten die aan het maatschappelijk middenveld vastgeklonken partijen als CDA en PvdA niet aandurven, namelijk een uitvoeringsorganisatie opbouwen die geheel los van de sociale partners komt te staan. Daarmee komt een eind aan de situatie waarbij de organisatie van de uitvoering de bestuurlijke organisatie van de sociale partners volgt. Of, zoals de initiatiefnemers stellen, het model waarbij verticale structuren in de vorm van bedrijfsverenigingen (werkgevers en werknemers) bestaan waar horizontale structuren in de vorm van regionale samenwerking gewenst zijn.

De huidige uitvoeringsstructuur heeft een geheel eigen bureaucratie gecreëerd. Het voorstel van de drie oppositiepartijen brengt de "op maat'-aanpak een stuk dichterbij. Waarbij degene die werkloos danwel arbeidsongeschikt is bij één loket terecht kan en waar niet de uitkering vooropstaat, maar de vraag hoe iemand weer zo snel mogelijk aan het werk kan. Dat kan alleen als de uitvoeringsorganisaties een grote mate van zelfstandigheid krijgen toebedeeld. Dus zonder directe bemoeienis van de sociale partners.