Ritzen heeft 200 miljoen tekort

DEN HAAG, 8 JULI. Minister Ritzen (onderwijs) heeft volgend jaar een incidenteel tekort op zijn begroting van ongeveer 200 miljoen gulden. Na 1993 wordt dat snel minder en in 1996 is het verdwenen. Dat blijkt uit een notitie over de onderwijsbegroting die minister Ritzen vorige week vrijdag naar de ministerraad heeft gestuurd.

Bij de berekening van het tekort heeft Ritzen niet de ongeveer 300 miljoen meegerekend die hij waarschijnlijk overhoudt op de uitgaven voor lonen in het onderwijs. De ministerraad discussieert deze week onder meer over de vraag of Ritzen die mag houden of dat die terug moeten vloeien naar de algemene kas. Naar verluidt wil Ritzen de komende jaren tussen de 100 en 300 miljoen vrijmaken voor het inlopen van de salarisachterstand in het onderwijs.

De notitie van Ritzen maakt verder melding van tegenvallende kosten van 220 miljoen door grotere deelname aan onder meer basis- en beroepsonderwijs. Ritzen krijgt dit geld echter van minister Kok (financiën) terug als hij kan aantonen dat die grotere deelname niet door Onderwijs kon worden voorzien.

De notitie maakt ook melding van een dekking van ongeveer 300 miljoen gulden door diverse maatregelen, onder meer door de basisbeurs in het MBO te verlagen. Ook deelde Ritzen deze week de studentenbonden mee dat hij zijn eerdere toezegging dat op de studiefinanciering niet fors zal worden bezuinigd, niet kan nakomen.

Om de kostenoverschrijding in de gezondheidszorg te compenseren, onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om het vaste premiedeel van ziekenfonds en Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten te verlagen en het inkomensafhankelijke deel te verhogen. Dit kan ook gunstige effecten hebben voor de koopkracht van de minima. Deze voorstellen worden de komende weken verder uitgewerkt. In augustus neemt het kabinet hierover een beslissing.