Maatregelen tegen de chaos in Europa

HELSINKI, 8 JULI. Het toenemend aantal tegenstellingen en conflicten maakt van Europa zo langzamerhand een chaotisch continent.

De behoefte aan maatregelen om die chaos nog enigszins binnen de perken te houden, is de basis van de top van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) die de komende twee dagen in Helsinki wordt gehouden. De staatshoofden en regeringsleiders van de 51 deelnemende landen zullen hun goedkeuring hechten aan een aantal maatregelen die conflicten moeten voorkomen en uitgebroken confrontaties moeten indammen. Tijdens het vooroverleg, dat ruim drie maanden heeft geduurd, is over een aantal voorstellen overeenstemming bereikt. Die overeenstemming is de afgelopen nacht definitief vastgelegd in "het Helsinki-document 1992 - de uitdaging van verandering', dat vrijdagmiddag plechtig wordt getekend.

De CVSE gaat over tot de instelling van een Hoge Commissaris voor nationale minderheden. Deze functionaris, die in beginsel onafhankelijk kan optreden, heeft als opdracht in een vroeg stadium etnische spanningen te signaleren. Hij kan zich in verbinding stellen met etnische groepen die om een of andere reden in de verdrukking zitten en brengt daarover verslag uit. “Hij kan als het ware een soort gele kaart uitdelen aan een land dat niet goed omgaat met zijn minderheden”, aldus een Westerse diplomaat, die aanvaarding van dit door ons land geïnitieerde voorstel “een succes voor Nederland” vindt.

Helemaal vanzelfsprekend was de acceptatie van deze functionaris niet. Veel landen, ook Westerse, stellen geen prijs op pottekijkers. De Verenigde Staten en Frankrijk wijzen er op dat er in hun landen geen minderheden zijn, omdat iedere burger voor de wet gelijk is. Groot-Brittannië vindt de Noordierse kwestie zonder inmenging van buitenaf al ingewikkeld genoeg. Vooral de eerste fase van de werkzaamheden van de Europese Hoge Commissaris, waarin deze een redelijke mate van vrijheid van handelen heeft, stuitte bij deze landen dan ook op reserves. Het is mede aan de volledige steun van tal van Midden- en Oosteuropese landen te danken dat de Hoge Commissaris de eindstreep heeft gehaald, zonder dat hij al te zeer is uitgekleed.

Het is de bedoeling dat deze functionaris - uitgekeken wordt naar een politicus met een groot internationaal aanzien - in voorkomende gevallen namens de CVSE ook als bemiddelaar kan optreden, bijvoorbeeld na overleg met het Comité van Hoge Ambtenaren.

De CVSE zal in voorkomende gevallen een beroep op de NAVO of op de Westeuropese Unie (WEU) kunnen doen voor vredebewarende operaties, zo wordt in het nieuwe akkoord van Helsinki bepaald. Tot het laatst toe is het onzeker geweest hoe deze bepaling zou worden geformuleerd. Minister Van den Broek van buitenlandse zaken schoof enkele maanden geleden de NAVO naar voren als een mogelijk gewapende arm van de CVSE. Tijdens de bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken van de NAVO-landen, begin vorige maand in Oslo, heeft de NAVO zich als zodanig aangeboden. Ook de WEU bood enkele weken later, tijdens een overleg in Bonn, haar diensten aan. Frankrijk heeft zich echter tot op het laatst verzet tegen het uitdrukkelijk noemen van de NAVO in de tekst van de verklaring van Helsinki, omdat met het noemen van de NAVO de Amerikaanse rol bij de veiligheid van Europa wordt beklemtoond - en dat strijkt de Fransen altijd tegen de haren in. Pas de afgelopen nacht gaven de Fransen hun verzet op, maar daar moest wel eerst het beraad tussen president Bush en Mitterrand in München aan te pas komen. Diplomaten achten de formulering die in het document is terechtgekomen “een diplomatieke nederlaag voor de Fransen”.

De leiding van de CVSE zal worden versterkt. Net als bij de ministers van buitenlandse zaken van de EG-landen treedt de CVSE met een trojka naar buiten, waarin de huidige, de vorige en de eerstvolgende voorzitter zitting hebben. Momenteel zijn dat de ministers van buitenlandse zaken van Duitsland, Tsjechoslowakije en Zweden. In voorkomende gevallen kan een groep CVSE-landen belast worden met een bepaald probleem. Dat zullen steeds wisselende groepen zijn, afhankelijk van het probleem, om te voorkomen dat een soort Veiligheidsraad voor Europa ontstaat, waarin de grote landen de dienst uitmaken.

In Helsinki zal vrijdag officieel een Forum voor Veiligheidssamenwerking worden opgezet, waarin de besprekingen over beheersing van de conventionele bewapening zullen worden ondergebracht. Tot nu toe werden deze besprekingen gevoerd tussen de 16 lidstaten van de NAVO en de zes landen van het voormalige Warschaupact, een gezelschap dat door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie al uitgegroeid was tot 29 landen. Dit forum, dat nog dateert uit de tijd van de Koude Oorlog, wordt in Helsinki officieel gesloten met de ondertekening van het CFE 1A-akkoord dat maxima stelt aan het aantal manschappen dat de 29 landen onder de wapenen mogen hebben. Vanaf nu zullen afspraken over verdere reductie van de bewapening, van de omvang van de strijdkrachten en maatregelen ter versterking van de veiligheid besproken worden door álle bij het CVSE-proces betrokken landen. Daarbij valt te denken aan uitbouw van vertrouwenwekkende maatregelen, uitwisseling van militaire informatie, inzage in defensieplanning, samenwerking bij conversie (het geschikt maken van militaire produktielijnen voor civiele doeleinden) en eventuele regionale afspraken. Van Finse zijde is er direct al op gewezen dat men in het kader van dit forum bijvoorbeeld de Russische troepenconcentraties bij de Finse grens ter sprake kan brengen.

Hoe veelbelovend de nu geformuleerde afspraken allemaal ook lijken, in de praktijk is het CVSE-bouwwerk nog altijd zeer kwetsbaar. Heel tragisch blijkt dat bijvoorbeeld bij de vergeefse inspanningen van de CVSE in de kwestie-Nagorny Karabach, maar ook bij minder spectaculaire confrontaties. Liechtenstein blokkeerde gisteren een voorgenomen CVSE-overleg in Praag zolang er geen regeling is voor de teruggave van bepaalde bezittingen. Praag werd daardoor inderhaast tot een oplossing gedwongen. De regel van de (bijna)-unanimiteit is zowel de kracht als de zwakte van de CVSE.

In een periode waarin "de financiële ruimte voor nieuw beleid' krap is, hamert Andriessen op het thema van de strategische allianties en een Kamermeerderheid steunt hem daarin. Veel ondernemers kunnen het zich niet permitteren om geheel zelfstandig een nieuwe markt te betreden of een nieuw produkt te ontwikkelen. Samenwerking is dan het devies.