"Ik heb gerend voor mijn leven"

UITHOORN, 8 JULI. “Het leek alsof de wereld verging”, zegt Jan van de Weeg. Hij woont in Uithoorn op tweehonderd meter van de Cindu-fabriek. De portretten vielen van de muur, het slot sloeg uit de voordeur door de kracht van de explosie, zegt hij. Hij zit op het hekje voor zijn huis, in zijn hand heeft hij een stuk leiding dat in zijn tuin werd geslingerd. Het raam van de huiskamer is door de de explosie uit de sponningen gerukt. Terwijl hij zijn relaas vertelt, neemt een werknemer van glashandel Amstelland de schade op.

Op de achtergrond schieten de vlammen hoog boven de bomen. Een dikke rookkolom verduistert de zon. Er hangt een lucht van verbrande autobanden. Het buurmeisje is in shocktoestand weggevoerd. Zij speelde in de huiskamer toen het raam kapot sprong.

Werknemers van Cindu zitten versuft langs de kant van de weg. Hun groene en blauwe overalls zijn besmeurd met roet. Zij mogen niets zeggen over de oorzaak van de brand. “Er is iets mis gegaan met het wisselen van een pomp,” zegt een van hen ondanks het verbod. Een andere werknemer zegt: “Het was een grote knal”. “Ik heb gerend voor mijn leven”, zegt zijn buurman.

Door de explosie zijn onderdelen van de fabriek tot vierhonderd meter verderop terecht gekomen. Het gebouw van Sigma Coatings is beschadigd door een staalkabel.

In de lagere school De Springschans aan de andere kant van Uithoorn worden werknemers en buurtbewoners opgevangen. Om half een wordt het bericht doorgegeven dat de brand onder controle is en dat het explosiegevaar is geweken. Op dat moment is er nog geen zekerheid over het aantal doden of gewonden.

De receptioniste van de fabriek heeft tranen in haar ogen. “Ik heb de deuren open gezet en ben weggerend. Het is een schok voor me. Maar ik maak me meer bezorgd over de jongens op de werkvloer, de bedrijfsbrandweer. We weten niet wie er is achtergebleven.”

In het opvangcentrum wordt stil gekeken naar de nieuwsuitzending even voor een uur. Mensen omarmen elkaar. Een meisje breekt in snikken uit. Na afloop van de nieuwsuitzending leest het hoofd van de school ter plekke een lijst met namen voor van zeven gewonden. Ze zijn afgevoerd naar ziekenhuizen in de omgeving en naar het brandwondencentrum in Beverwijk. Alle gewonden hebben tweede of derdegraads brandwonden, horen de werknemers die zich verzameld hebben. Er wordt nog een vermist. Een werkneemster begint hard te huilen. “Waar is John dan”, schreeuwt ze. Drie vermisten zijn terecht, zegt het schoolhoofd even later. Leden van de bedrijfsbrandweer, die in eerste instantie ook als vermist waren opgegeven, bleken mee te blussen op het terrein, kan hij meedelen. Uit het groepje werknemers gaat een opgelucht applaus op.