Hoge Raad: vergoeding voor besmette patiënt

DEN HAAG, 8 JULI. De Hoge Raad heeft een 61-jarige man, die in het najaar van 1989 bij vergissing een hoeveelheid met aidsvirus (HIV) besmet bloed kreeg toegediend opnieuw in het gelijk gesteld. Het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, dat in cassatie was gegaan moet hem 200.000 gulden betalen.

De man, die inmiddels aan aids lijdt had in januari 1991 een kort geding aangespannen tegen het AMC om schade-vergoeding te krijgen. Tegelijkertijd heeft hij een bodemprocedure aangespannen. Het kort geding was nodig omdat zijn levensverwachting korter was dan de looptijd van de normale procedure. Dat de man binnen drie jaar na infectie zou overlijden wordt door de medische statistiek aannemelijk geacht. De president van de Amsterdamse rechtbank veroordeelde het AMC tot betaling van 200.000 gulden. Het AMC tekende daarop beroep aan bij het hof in Amsterdam. Ruim een jaar geleden bekrachtigde het hof de uitspraak van de kort gedingrechter. Het AMC is daarna in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij waarbij het AMC voor dit soort zaken is verzekerd, erkent de fout, die op de afdeling Nucleaire Geneeskunde werd gemaakt. Daar kreeg de man abusievelijk bloed ingespoten van een aidspatiënt door een assistent geneeskundige in opleiding. De maatschappij meent echter dat een vergoeding van 150.000 gulden toereikend is. In de bodemprocedure heeft de man een vergoeding geëist van 800.000 gulden. De 200.000 gulden is daarop een voorschot.

Volgens het AMC heeft zich in de rechtspraak een "bovengrens' afgetekend wat betreft de ernstigste gevallen van medische schade van 150.000 gulden. Door de uitspraak van Amsterdamse president is nu "de verhouding tot andere smartegelduitkeringen scheef getrokken' en zijn "gangbare maatstaven doorbroken'. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de taxatie van de rechter in hoger beroep aannemelijk is en dat de man door de rechter in de bodemprocedure in elk geval 300.000 zal worden toegekend.