Gebulder laat Sarajevcani weinig hoop

SARAJEVO, 8 JULI. Aan een van de fronten buiten de Bosnische hoofdstad Sarajevo heerst rust en een haast idyllische samenwerking tussen de strijdende partijen.

Vijftien kilometer verderop, rond het stadje Visoko, wordt bijna dagelijks bloedige strijd geleverd, om over het drama in Sarajevo maar te zwijgen. Maar hier, tussen het Kroatische stadje Kiseljak en het Servische plaatsje Ilidja, zijn de beide groepen in het conflict die elk hun eigen republiek hebben uitgeroepen, het eens over hun onderlinge grens. Dus terwijl op de achtergrond het kanongebulder in de tussen moslims en Serviërs omstreden voorstad Dobrinja hoorbaar is, en af en toe een vliegtuig met hulpgoederen overkomt voor de internationale hulpactie op het nabijgelegen vliegveld van Sarajevo, hebben Kroaten en Serviërs hier welhaast ordelijke grensposten ingericht.

Voorshands blijft het verkeer aan de vreedzame grensovergang beperkt tot af en toe een konvooi van "Pharmaciens sans frontières' of wat buitenlandse journalisten op weg naar Sarajevo. Toch wordt ook al af en toe een plaatselijke bewoner gesignaleerd, voor zaken op weg van de ene sector naar de andere. Voor de 300.000 in Sarajevo opgesloten mensen zou de vrede tussen Kiseljak en Ilidja een vreemd gezicht zijn. Maar dat is nu eenmaal zo: over de verdeling van Sarajevo zijn de betrokken partijen, Serviërs en moslims, het niet eens, en dus wordt om deze stad - na de betrekkelijke rust rond de instelling van de humanitaire luchtbrug - dag na dag weer steeds heftiger gevochten.

“Denk toch eens hoe erg het zou zijn als wij er niet waren”, zegt VN-woordvoerder Fred Eckhard. Het staakt-het-vuren dat eigenlijk de voorwaarde was voor het instellen van de luchtbrug is er nooit van gekomen. “Wij hebben de derde stap gezet, maar de vechtende partijen niet de eerste en de tweede”, zo vat Eckhard de situatie samen. De militairen van UNPROFOR, de vredesmacht van de Verenigde Naties in Joegoslavië, gaan door met het beveiligen van het vliegveld en toevoerwegen, de andere militairen in de vliegtuigen uit vele landen gaan door met het landen en opstijgen op een vliegveld waar met enige regelmaat kogels rondvliegen en op nog geen twee kilometer de artillerie buldert.

Toch is de voortdurende, zo niet escalerende oorlogssituatie in Sarajevo wel degelijk een bedreiging voor de luchtbrug, die tot maandagavond in totaal 587,6 ton hulpgoederen in de stad heeft afgeleverd. De Zweedse burgerchauffeurs van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN, die de goederen van de UNPROFOR-depots naar de 102 verdeelpunten in de stad brengen, hebben er gisteren de brui aan gegeven. Te gevaarlijk, vonden ze. Zij werden al te vaak door sluipschutters onder vuur genomen. Naar lokale opvolgers voor deze weinig aantrekkelijke functie wordt nu gezocht.

Ook Sarajevo heeft zijn tekenen van uiterlijke normaliteit. Op de binnenplaatsen spelen kinderen, in de schaduw van een flatgebouw waarvan de andere kant in drie maanden van strijd grotendeels is weggeslagen. Totdat gisteravond de volledige strijd met zware artillerie en mortieren weer leek uit te breken, was toenemende activiteit van sluipschutters het voornaamste probleem van de bevolking. De schuilkelders werden minder bezocht dan anders, maar het rennen over sommige kruispunten was niet opgehouden.

Op andere punten evenwel staan mensen midden op wijde wegen onrustig te wachten op de enkele stadsbussen, die zijn ingezet om de verbinding tussen de oude stad en de buitenwijken aan de westkant van de stad te onderhouden. Overal langs de wijde allee van oost naar west in Sarajevo staan inmiddels de wrakken van auto's die het in zekere fase van de strijd niet hebben gehaald, getroffen door granaten, geweervuur of erger.

Ofschoon sommige bewoners van Sarajevo, in sommige wijken, de afgelopen maanden daadwerkelijk hun toevoer hebben genomen tot de consumptie van gras en gevangen duiven, worden de moeizaam ingevlogen rantsoenen zeker niet altijd en overal dankbaar ontvangen. “Zend ons wapens inplaats van voedsel”, verklaren volgens ooggetuigen sommige ontvangers van de internationale hulp. En UNPROFOR is nog steeds zonderling impopulair in Sarajevo, en wordt bedacht met weinig vleiende bijnamen als “SERPROFOR”. Maar weinig mensen hier lijken zich te kunnen verplaatsen in de basisrichtlijn van de VN-bemoeienis, dat een gewapende oplossing geen oplossing is, en de klacht over het uitblijven van internationale interventie in het conflict is algemeen.

De grote vrees bij UNPROFOR, en andere buitenlandse waarnemers in de strijd, is nu dat de strijdkrachten van de wettige Bosnische regering in Sarajevo, hun ideeën over een heroïsche strijd kracht zullen bijzetten in de vorm van een soort wanhoopsoffensief tegen de Serviërs in de omringende heuvels, daarbij gebruik makend van nieuwe wapens die de afgelopen dagen vanuit Kroatië Sarajevo kunnen zijn binnengebracht. Hun hoop daarbij is vermoedelijk dat het Westen, bij toenemend geweld, de zo lang verbeide gewapende internationale interventie zal beginnen.

De strijd van gisteravond in het centrum van Sarajevo, waarbij (Bosnisch) mortiervuur vanuit de stad door de Serviërs beantwoord werd met zware artillerie, geeft misschien aan dat het Bosnische offensief al begonnen is. “Alles wat de hulpoperatie stoort is negatief, geweld kan geen oplossing zijn”, meent VN-woordvoerder Eckhard. Het toenemend gebulder op verschillende plekken in de stad geeft weinig reden vor hoop. De inwoners van Sarajevo zullen, in tegenstelling tot die in sommige randgemeenten, op een normaal bestaan nog moeten wachten.