Frankrijk; Goed jaar voor poujadisten

Les routiers sont sympa' - die spatlapspreuk heeft talloze automobilisten in Frankrijk tot razernij gedreven, wanneer zij op een eindeloze helling stapvoets en dieselrook inhalerend achter een oplegger moesten rijden. Maar het is waar: Franse vrachtrijders worden aardig gevonden. Zelfs nadat ze het verkeer een week lang ernstig hebben verstoord en voor miljoenen guldens aan economische schade hebben veroorzaakt, kunnen de routiers bij het publiek rekenen op veel sympathie.

Een meerderheid van de Fransen vindt dat de chauffeurs strijden voor een goede zaak. Waaròm is wel duidelijk: zij willen het omstreden "puntenrijbewijs' evenmin ingevoerd zien als de beroepsrijders. Het doel - zorgen dat Frankrijk het Europese record verkeersdoden kwijtraakt - valt in het niet bij het gevoel dat fundamentele vrijheden hier worden gekrenkt; de vrijheid om plankgas te geven en de vrijheid een digestif te gebruiken na de lunch.

Maar de sympathie reikt verder. Een aanwijzing daarvoor is het gedrag van hoteliers, tuinders en oesterkwekers, wier broodwinning rechtstreeks schade lijdt door de blokkades. Zij storten hun gram niet uit over de vrachtrijders, maar op de bielzen van de staatsspoorwegen en voor het bordes van de prefectuur. De chauffeurs zien zij als medestanders, die doen wat veel burgers het liefste zelf zouden willen: de staat een beentje lichten.

De staat zelf doet er volgens oud gebruik nog even het zwijgen toe (al heeft Mitterrand zich alvast ingedekt door de chauffeurs vorige week “de slaven van deze tijd” te noemen). Zijn nieuwe eerste minister Pierre Bérégovoy, die nu zijn bijnaam Superbéré moet zien waar te maken, heeft de acties van de chauffeurs “anti-democratisch” genoemd en hen verweten het “poujadisme aan te wakkeren”.

Daar heeft hij gelijk in. Het is een goede tijd voor het poujadisme - genoemd naar het ongeleide projectiel Pierre Poujade, die tijdens de verkiezingen van 1956 tien procent van de Franse parlementszetels wist te winnen door belastingverlaging te prediken als remedie voor alle kwalen - zoals onder meer blijkt uit de aanhang van Le Pen onder kleine middenstanders (en vrachtrijders), ook de populariteit van de Amerikaanse presidentskandidaat en Ross Perot heeft alles te maken met de weerzin - het ras-le-bol, zoals de Fransen het noemen - tegen de parlementaire politiek.

Nu zijn het de vrachtrijders, eerst waren het de studenten, toen de verpleegsters, toen de boeren. Daarom zal Bérégovoy de acties van de routiers nu moeilijk kunnen afdoen als een incident - zoals de blokkades van 1984 als protest tegen dieselaccijnzen en hoge tolgelden - maar achter de schermen een diepgaand zelfonderzoek beginnen. Poujadisten plegen immers de kop op te steken wanneer het bestaande politieke bestel aan uitputting begint te leiden.

Dat dat zo is, staat voor veel commentatoren vast. De staat heeft de laatste tien jaar nieuwe bestuurslichamen en territoriale eenheden geïntroduceerd die elkaar tegenwerken, de bureaucratie vergroten en de burger, zoals de socioloog Michel Crozier heeft gezegd, “het focus voor zijn loyaliteit ontnemen”.

De Franse socialisten regeren in feite zonder parlementaire meerderheid, maar een alternatief lijkt evenmin voor handen. De burger is niet werkelijk geïnteresseerd meer in de politiek en omgekeerd heeft de politiek geen idee wat de burger raakt. Het "puntenrijbewijs' is drie jaar geleden al door het parlement goedgekeurd en nu pardoes en in een slecht-uitgewerkte versie geïntroduceerd, is daarvan het zoveelste symptoom. “De regering had geen flauw benul wat ze daarmee zou aanrichten - zij was als een kind dat in een mijnenveld speelt”, heeft de Franse socioloog François de Closets dezer dagen gezegd.

De regering treft overigens niet alle blaam. Ook de vakbonden hebben in de afgelopen drie jaar geen lont geroken, maar het is geen toeval dat juist de truckers - die merendeels behoren tot de 30.000 zelfstandige Franse transportbedrijfjes - niet of nauwelijks in vakbonden zijn georganiseerd.

De routiers lijken nu hun zin te krijgen, maar het heeft iets van symptoombestrijding. Het is de vraag of de Franse regering zich dat kan permitteren: in september stemt het land over "Maastricht' en de kans dat de burger dan opnieuw zijn kans ruikt en nee zegt uit dwarsigheid stijgt met de dag.