Fabriek in Uithoorn vooral bekend wegens strijd om zeggenschap

ROTTERDAM, 8 JULI. Cindu geniet vooral bekendheid wegens twee felle gevechten om de zeggenschap waarmee het bedrijf in de afgelopen jaren regelmatig de pers haalde. Een van de aandeelhouders van Cindu schreef zelfs geschiedenis door de juridische bescherming die het bedrijf had opgebouwd tegen vijandige overnemingen te doorbreken. Het was de eerste keer dat dit in Nederland lukte.

Cindu had zich in 1989 beschermd tegen een mogelijke machtsovername door de uitgifte van zogenoemde preferente aandelen. Het bedrijf wilde zich wapenen tegen J. van den Nieuwenhuyzen, die een meerderheidsbelang had opgebouwd in het concern om het pijpbekledingsbedrijf Key & Kramer te verwerven. Cindu-bestuurder J.G.L. Verdurmen was huiverig voor de bedoelingen van de bestuursvoorzitter van het Begemann-concern: hij meende dat Van den Nieuwenhuizen uit was op uitverkoop van Cindu. Verdurmen hield Van den Nieuwenhuyzen op een afstand door dochteronderneming Key & Kramer te verkopen aan het Groningse Esha.

Vervolgens verkocht Van den Nieuwenhuyzen zijn pakket aan de Belg C.G. Wilford, die de strijd aanbond met de beschermingsconstructies van Cindu. Onder leiding van bestuursvoorzitter Verdurmen had Cindu een harnas tegen aandeelhouders opgebouwd. Wilford bouwde een pakket van 94 procent gewone aandelen op, maar leek daarmee geen macht te kunnen krijgen.

Wilford kon geen zeggenschap krijgen omdat Cindu juridisch zo is opgebouwd dat de raad van commissarissen zichzelf kan benoemen. Wilford kon zo dus geen toezicht houden op het dagelijkse management van de onderneming die hij bijna volledig in eigendom had.

Daarnaast zat Cindu de grootaandeelhouder dwars met de preferente aandelen: daarmee verwaterde het belang van Wilford in Cindu tot 45 procent. De uitgifte van preferente aandelen is onder Nederlandse beursfondsen een gebruikelijke methode om machtige aandeelhouders buiten de deur te houden.

Wilford wist zich evenwel door psychologische oorlogsvoering een plaatsje te verwerven in de raad van commissarissen. Rechten had hij niet. In de Nederlandse wet staat nergens dat een aandeelhouder, ook al heeft hij alle aandelen, recht heeft op een plaats in de raad van commissarissen. Eenmaal in de raad wist Wilford vanuit zijn minderheidspositie daadwerkelijke invloed uit te oefenen: het bestuur van de onderneming trok de preferente aandelen in.