Danser met ervaring in buitenland lang actief

AMSTERDAM, 8 JULI. Nederlandse balletdansers met buitenlandse scholing en/of ervaring houden hun werk langer vol dan dansers die alleen in Nederland werken.

Van de eerste groep houdt 11 procent het voor zijn 27ste voor gezien, bij degenen die alleen in Nederland dansen 33 procent. Van de dansers met buitenlandse ervaring is 15 procent op zijn 39ste nog actief, van de anderen maar 4 procent. Dat blijkt uit een onderzoek onder 357 dansers dat het Nederlands Instituut voor de Dans heeft laten doen naar de werking van de zogenoemde Omscholingsregeling Dansers.

Volgens Paul Bronkhorst van het instituut is de oorzaak niet met zekerheid aan te geven. Het kan liggen aan de kwaliteit van de buitenlandse opleidingen, maar ook aan de kwaliteit van de in het buitenland opererende danser zelf. Hij kan extra goed zijn (hij danst waarschijnlijk niet voor niets in het buitenland), of kan een uitstekende fysiek hebben. Dat houdt in dat hij aantrekkelijker rollen krijgt en zijn werk hem dus ook meer vreugde schenkt.

Uit het onderzoek van de Stichting voor Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de helft van alle dansers voor het 30ste jaar stopt. Weer de helft daarvan is al voor het 27ste jaar opgehouden. Vrouwen stoppen gemiddeld ruim een jaar eerder dan mannen. De fysiek speelt lang niet altijd de belangrijkste rol. Volgens het onderzoek speelt de aard van het repertoire een rol (klassiek of modern), maar ook de kans op betaald werk (is men bij een groot gezelschap of heeft men minder zekerheid).