Concertgebouw door nieuwe ornamenten bijna als vanouds

AMSTERDAM, 8 JULI. Met het plaatsen van de eerste nieuwe pyloon op de rechter hoektoren is gisteren een begin gemaakt met het definitief herstellen van een deel van de sinds decennia verdwenen authentieke ornamentiek aan het Amsterdamse Concertgebouw. In de loop van de volgende maanden zullen de resterende pylonen, vleugelstukken, rozetten, flambouwen en vorstkammen worden aangebracht.

Het uit 1888 daterende gebouw zal er dan - op de nieuwe foyervleugel na - uiterlijk weer goeddeels uitzien als een eeuw geleden. Het aan de bovenkant nu nog zo kale en grove exterieur van het Concertgebouw zal met zijn nieuwe detaillering dan weer een complement vormen op het aan versieringen zo uitbundig bedeelde Rijksmuseum aan de overkant van het Museumplein.

Het herstel van de ornamentiek op de hoektorens van het Concertgebouw is een onderdeel van een grondige restauratie van gevels, schilderwerk en andere versieringen, die ernstig te lijden hadden van achterstallig onderhoud. De bakstenen worden schoongespoten en al het houtwerk en de natuursteen wordt opnieuw geschilderd.

Het klassieke Griekse front met de timpaan van de muziektempel aan de Van Baerlestraat is al klaar. De bustes van Beethoven, Sweelinck en Bach die onder de vogelpoep zaten, zijn opnieuw bronskleurig geschilderd en opnieuw als zodanig herkenbaar. Ook het beeldhouwwerk in het timpaan van Joh. Franse is nu weer te determineren als een groep muzikanten. Een dun, nauwelijks zichtbaar net moet voortaan de vogels weghouden. Net als rozetten in de gevel en de letters CONCERT-GEBOUW is ook een aantal blaasinstrumenten opnieuw met bladgoud verguld. Maar de andere, zoals panfluit, orgel, lier en luit waren nooit verguld en zijn nu weer grijs geschilderd.

Wellicht was destijds het vergulden van alle instrumenten te duur, want ook op de rest van de gevel is bij de bouw bezuinigd. De acroteria op het dak van het middenrisaliet, vazen en ballen op de dakkapellen van de hoektorens en beeldhouwwerk in de nissen, die te zien zijn op de bouwtekeningen van architect Van Gendt zijn wegens geldgebrek nooit uitgevoerd.

De zinken ornamenten op de hoektorens die nu weer worden aangebracht werden alle weggehaald, nadat er in de jaren '50 enkele naar beneden waren gevallen. Eén sterk verweerde pyloon lag nog op de zolder van het Concertgebouw en heeft als voorbeeld gediend voor de nieuwe exemplaren. De andere ornamenten zijn gereconstrueerd van foto's en soortgelijke sierstukken op andere gebouwen uit die tijd. Later zal nog de gouden lier, die nu sinds een jaar of twintig op het dak van het Concertgebouw staat, worden vervangen door een nieuw exemplaar dat meer lijkt op het origineel.

De renovatie van de buitenkant van het Concertgebouw kost 1,6 miljoen gulden, waarvan de NV het Concertgebouw veertig procent betaalt en Monumentenzorg zestig procent. Voor het toekomstig onderhoud is een miljoen per jaar nodig, waarvoor directeur M. Sanders al enige tijd geleden steun heeft gevraagd van de gemeente Amsterdam, overigens zonder resultaat totnutoe.

Ook een deel van het interieur van het Concertgebouw zal de komende jaren worden vernieuwd. Op het ogenblik wordt het Maarschalkerweerd-orgel zowel van binnen als van buiten gerestaureerd. De vergulde versieringen op de houten orgelkast, die door vuil en verwering geheel onzichtbaar waren geworden, stralen nu al voor een deel weer met een door generaties nooit geziene gouden glans, waardoor het orgel een veel fijnzinniger aanzien heeft gekregen. Dat is ook het geval met de schoongemaakte en aan de randjes opnieuw vergulde groen-grijze "leitjes' op de drie koepels van de orgeltorens.

In de verdere toekomst zullen opnieuw versieringen worden aangebracht aan de bovenkant van de bogen in de benedengangen. Ook het stilistisch zo armetierige lichtgele plafond van de Gote Zaal, dat in 1962 werd aangebracht en nu scheuren vertoont, zal worden hersteld. Directeur Sanders is echter niet van plan om daarbij de originele versieringen, die dertig jaar geleden werden weggehaald, opnieuw aan te brengen. “Esthetisch zou dat inderdaad mooier zijn, maar de akoestisch adviseur Peutz kan niet garanderen dat zoiets geen invloed zal hebben op de klank van het Concertgebouw. Destijds heeft men, door het plafond niet te herstellen maar te vervangen door het huidige, een onverantwoord risico genomen. Ik durf het niet aan, na wat er bij voorbeeld is gebeurd met de akoestiek van de teruggerestaureerde Carnegie Hall in New York, om dat plafond weer te herstellen.”