Cindu Chemicals is laatste verwerker van steenkoolteer

ROTTERDAM, 8 JULI. Cindu Chemicals in Uithoorn verwerkt volgens opgave van de branche-organisatie Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) in hoofdzaak zogeheten steenkoolteer, een stroperige donkere substantie die het van de Hoogovens in IJmuiden betrekt. Hoogovens is mede-eigenaar van Cindu.

Steenkoolteer is een restprodukt van de cokes-fabricage. Cindu is de enige verwerker van de teer en Hoogovens waarschijnlijk de enige producent. Vroeger hielden alle stadsgasbedrijven als eindprodukt van de kolenvergassing steenkoolteer over. Toen halverwege de vorige eeuw ontdekt werd dat de steenkoolteer een schat aan organische verbindingen (in hoofdzaak aromatische of cyclische koolwaterstoffen) bevatte die als voorloper van andere produkten (vooral lichtechte kleurstoffen, farmaceutica en kunstharsen) dienst konden doen, ontstond rond de steenkoolteer-verwerking een zware chemische industrie waaraan namen als Bayer, BASF en Sandoz zijn verbonden.

Ruwweg zou men de activiteiten van Cindu kunnen verdelen in een min of meer rechtstreekse fysisch/chemische winning van bruikbare componenten uit de steenkoolteer (waaronder teerolie, bitumen, kreosootolie en pek) en een chemische omzetting van de componenten tot grondstoffen voor de kleurstoffen- en farmaceutische industrie. De VNCI noemt wat dat laatste betreft met name alfa-picoline en pyridine.

Alle derivaten van steenkoolteer zijn meer of minder brandbaar tot explosief. Ook zijn de meeste schadelijk voor de gezondheid, (zeker bij langdurige blootstelling) al heten ze eerder prikkelend dan echt giftig. De consument kent dat uit eigen ervaring van kreosootolie ("carbolineum') een preparaat dat voor het conserveren van hout (zoals dwarsliggers voor de spoorwegen) wordt gebruikt en onder de Bestrijdingsmiddelenwet valt. Aangenomen mag worden dat de meeste produkten in een open vuur tamelijk goed tot ongevaarlijke eindprodukten verbranden. Wat dat betreft is van een uitbreiding van de brand alleen maar heil te verwachten.

Onduidelijk is hoeveel hulpchemicaliën, zoals katalysatoren, op het terrein van Cindu aanwezig waren. Er was vanochtend sprake van containers met boriumtrifluoride (BF3) die door de hitte van het vuur dreigden te exploderen. BF3, inderdaad een katalysator, is nauwelijks brandbaar maar ontleedt bij verhitting in giftige dampen. Ook van andere katalysatoren is wat dat betreft gevaar te duchten.