Carien van Boxtel, advocate te Amsterdam.

Carien van Boxtel, advocate te Amsterdam

“Ik ben nu drie jaar advocaat, bij Van der Kroft c.s., een kantoor dat cliënten heeft die werken op het gebied van radio, televisie, reclame, uitgeverij, beeldende kunst, muziek en mode. Direct nadat ik werd beëdigd, kreeg ik al verantwoordelijkheid. Ik maakte vrij snel mijn debuut in de rechtszaal en vormde een eigen groep cliënten. Bij ons kantoor heb ik vooral de omroep- en uitgeverijzaken in de portefeuille. Zo krijg ik bij voorbeeld te maken met de toelaatbaarheid van een commerciële kabelkrant of met het al of niet toevallig nabootsen of plagiëren van teksten, illustraties of ideeën. Bij de beëdiging stonden de anderen onhandig met die toga te hannesen. Ik heb zelf tijdens mijn studie drie jaar als griffier gewerkt, dus was ik vrij vertrouwd met die jurk. Sommige advocaten vinden dat de toga moet worden afgeschaft, maar ik hecht aan het symbool. Het schept gelijkheid tegenover de advocaat van de wederpartij en duidelijkheid tegenover partijen, publiek en pers. Onlangs pleitte ik tegen een beroemde en oudere advocaat, tegen wie ik heel erg op keek. Ik had uit zijn boeken geleerd en les van hem gehad. Maar toen ik die toga aan had, stonden we gelijkwaardig tegenover elkaar. Alle intimidatie valt dan weg, de strijd wordt met dezelfde middelen en uitsluitend verbaal gevoerd. Toch zie je grote verschillen in toga's. Je hebt gebaande en niet-gebaande toga's, matte en glimmende stof, brede en smalle beffen. Zo'n bef kan echt, stijf van het stijfsel, als een plank onder de kin hangen. Van oudsher bestaat een onderscheid in de toga's van de staande en zittende magistratuur en de advocatuur, maar daar is in ons arrondissement, door de vele plaatsvervangers, de klad in gekomen. Alleen de oudere rechters zie je nog in de speciale rechterstoga. Griffiers dragen steeds minder een toga. In Hilversum hebben op het kantongerecht zelfs rechters noch advocaten een toga aan. Dan wordt het heel gênant als je er zelf wèl een aan doet. In het begin leende ik een toga, maar die was te lang; ik ben vrij klein van stuk. Toen ben ik vaak gestruikeld en zelfs een keer gevallen. Nu heb ik een klein exemplaar. De mouwen sla ik helemaal terug, anders kan ik niet schrijven. Laatst droeg ik in een ander arrondissement zo'n vreselijke huur-toga, van een rekbaar wollen stofje. Dat ding hing als een slappe dweil om me heen. Je ziet advocaten vaak vreselijk zweten in hun toga. Zo te ruiken gaan die dingen niet vaak in de was. Sommige beffen zijn helemaal geel en te vet om aan te pakken. Als ik in de hal van de rechtbank loop, voel ik me wel stoer in mijn toga. Dat de mensen denken: Hé, daar loopt een advocate. Dan ben je niet zomaar een klein blond meisje.”