Belastinggeld stinkt niet

De fiscus in de rol van diefjesmaat. Dit is het beeld dat de belastingdienst kan oproepen door criminelen te dwingen een deel van hun buit in de schatkist te storten. Je kunt het ook pragmatisch zien. Alles wat de misdadiger zijn onrechtmatige voordeel afpakt, is welgedaan. Het zou te gek zijn als een crimineel een soort belastingvrijdom zou genieten, terwijl nette burgers de helft van hun inkomen wordt afgenomen - door de fiscus, niet door een crimineel.

Enkelen houden er evenwel bezwaar tegen dat de staat mede drijft op een aandeel in geroofde en door drugshandel verkregen gelden. Zij vinden dat de handen van de overheid niet mogen worden bevuild door geld waar "bloed' aan kleeft. Belastingheffing zien zij als een vorm van maatschappelijke acceptatie van het crimineel verkregen inkomen. De belastinginspecteur, een boef en een rechter horen in hun ogen niet samen om tafel te zitten om te beoordelen of een pistool tot de aftrekposten hoort.

Toch is dat precies wat er op 26 april 1989 bij de belastingrechter in Den Bosch gebeurde. Centraal stond de buit van de roofoverval op 14 november 1985 op een vestiging van de Grenswisselkantoren, waarbij 120.000 gulden was buitgemaakt. Ieder van de overvallers kreeg daarvan een derde mee naar huis. Lang hebben ze er niet van kunnen genieten, want ze werden ingerekend en tot viereneenhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Dit mede voor een eerdere overval op de Nederlandse Middenstandsbank.

Wie denkt dat er aan tafel bij de Bossche belastingrechter een ethische discussie werd gevoerd over de al dan niet vuile handen van de fiscus, vergist zich deerlijk. Nederlandse fiscalisten zijn het er unaniem over eens dat de fiscus amoreel moet zijn. Met andere woorden, hij mag zich niet afvragen of iemand zijn geld op een zedelijke of een onzedelijke manier heeft gekregen. Fiscale neutraliteit heet dat. In Duitsland is dit beginsel zelfs in de wet verankerd. Bij ons vond men dat niet nodig wegens de vanzelfsprekendheid van die fiscale neutraliteit.

Toch bestond er om een fiscaal-technische reden lange tijd onduidelijkheid over de fiscale status van criminele activiteiten. Om belastbaar te zijn, moeten inkomsten namelijk in het maatschappelijk ruilverkeer zijn verdiend. Daardoor vallen vriendendiensten of het zelf kweken van groente buiten de belastingheffing.

De Tilburgse hoogleraar Van Dijck verkondigde in 1988 dat men een bankoverval niet als een onderdeel van het maatschappelijk ruilverkeer kan zien. Bij het Grenswisselkantoor zal men na de overval echt niet het gevoel hebben gehad iets geruild te hebben. Het Gerechtshof in Den Bosch nam de hooggeleerde redenering over. Het bepaalde dat de roofovervaller over zijn buit geen belasting behoeft te betalen. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) had hier grote moeite mee en legde de zaak voor aan de hoogste rechter in belastingzaken: de Hoge Raad.

Die maakte onlangs korte metten met de in Tilburg en Den Bosch heersende opvatting. De Raad schaarde zich veeleer achter het standpunt dat de Amsterdamse hoogleraar Wattel onlangs in zijn proefschrift verdedigde: wie steelt, is wel degelijk actief in het economisch verkeer en moet gewoon belasting betalen. Overigens vroeg de Hoge Raad zich af waarom de inspecteur de overvaller niet als een beoefenaar van een vrije beroep had aangeslagen, net als een tandarts of een notaris. Dan was er fiscaal gesproken waarschijnlijk geen vuiltje aan de lucht geweest. De buit heet dan bedrijfswinst en uit de criminele verlies- en winstrekening blijkt het te belasten bedrag.

Het oordeel van de Hoge Raad is onaantastbaar. Het effect van zijn uitspraak is net zo groot als van een nieuwe wet op criminele inkomsten; aangenomen zonder parlementaire discussie. Maar pas op: Brussel rukt op. Voor de omzetbelasting (BTW) heeft Nederland het laatste woord overgedragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Dat zetelt in Luxemburg. De meerderheid van de Europese magistraten komt uit een rechtscultuur waar men anders tegen het probleem aankijkt. Zij verwierp al in het begin van de jaren tachtig de Nederlandse en Duitse visie. In haar ogen zijn criminelen de vijand van de staat en daarmee ga je niet de buit verdelen. De verkoop van hasj is daarom officieel belastingvrij. Tabak en alcohol zijn evenwel zwaar belast.

In de verhouding tussen de fiscus en wetsovertreders handelt de Nederlandse overheid nu volgens twee tegenstrijdige normen. Volgens de Europese norm dat de overheid haar handen van besmet geld moet afhouden en ook volgens de Nederlandse norm dat de fiscus niet snuffelt aan haar belastinggeld. De dubbelzinnige overheidsnorm stoelt bovendien op een dubbele bodem. Advocaat Wladimiroff werd kort geleden door Justitie vervolgd omdat hij als honorarium geld zou hebben aangenomen waarvan hij geweten moet hebben dat het van een misdrijf afkomstig was. Op dat zelfde moment bevocht Financiën bij de Hoge Raad het recht om van misdrijf afkomstig geld te belasten. Omdat de Hoge Raad dat nu heeft toegestaan, is Minister Kok (Financiën) van de roofoverval op het Grenswisselkantoor 20.000 gulden rijker geworden. Voor deze socialist geldt net als voor de Romeinse keizer Vespasianus: geld stinkt niet. Tenminste, als het in je eigen beurs zit en niet in die van een advocaat.