Bedrijf voldoet aan bijna alle milieu-eisen

ROTTERDAM, 8 JULI. Tien jaar geleden werden de bewoners van Uithoorn als ook het bedrijf Cindu opgeschrikt door de constatering van de inspectie van de volksgezondheid dat in groenten die in de omgeving van de fabriek verbouwd werden, veel te hoge concentraties van de kankerverwekkende stof benzo(a)pyreen voorkomen.

Aan deze zekerheid waren zeker vijf jaren van actievoering door de plaatselijke milieugroep "Cindroom' en honderden klachten over water-, bodem- en luchtvervuiling voorafgegaan. Twee maanden later bleek dat niet alleen de boerenkool en andijvie maar alle bladgroenten die binnen vijfhonderd meter van de fabriek verbouwd werden, ongeschikt voor consumptie waren.

Cindu, afkorting van Chemische Industrie Uithoorn, staat sinds 1922 aan de Amstel en wordt in de volksmond al heel lang de "teerpot' genoemd. In 1968 ging het bedrijf een fusie aan met Key en Kramer uit Maasssluis. Het bedrijf bleek ook daarna niet bij machte om tot een "milieuvriendelijke' produktie te komen. Dat werd in 1982 duidelijk op een hoorzitting van de Raad van State over de gevraagde verlening van vergunningen op grond van de hinderwet en de wet luchtverontreiniging aan het bedrijf. Cindu verzette zich toen tegen een - eerder met de overheid overeengekomen - saneringsprogramma omdat dat te duur zou worden. Inwoners van Uithoorn stelden van hun kant dat Cindu, ondanks “vergaande reorganisatie in de milieuhuishouding”, nog steeds niet voldeed aan de overeengekomen voorwaarden en dat die daarom moesten worden aangescherpt. Later in 1982 - tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamercommissie voor milieu - betoogde de concerndirectie bovendien dat ook de schoonmaak van de giftige grond voor het bedrijf veel te kostbaar zou worden. Volgens de dienst milieu en water, afdelingen vergunningen van de provincie Noord-Holland is Cindu er nadien toch nog vrij volledig in geslaagd aan alle milieu-eisen, uitgezonderd die aangaande geluidsoverlast, te voldoen.