Als man de huishoudster trouwt, daalt het BNP

Hoe groot is de economische opbrengst van een land, vraagt The Economist zich af in de editie van 4 juli? Bepaald veel groter dan zijn bruto nationaal produkt, dat grote brokken activiteit buiten beschouwing laat.

Het BNP gaat voorbij aan het produkt dienstverlening dat wordt verricht in het huishouden, zoals schoonmaken, verzorging van kinderen en interieurverzorging. Dit heeft het bizarre gevolg dat als een man zijn huishoudster trouwt, het BNP onmiddellijk zou dalen terwijl het werk grotendeels gelijk blijft. Een recent onderzoek van de OESO bevestigt wat iedere huissloof altijd heeft beweerd - het werken thuis is waardevoller dan wordt aangenomen door degenen die commercie en industrie draaiende houden.

Maar hoe kan de waarde ervan worden bepaald? Er zijn twee methoden, stelt The Economist. De eerste is door meting van de tijd die wordt besteed aan het huishouden, uitgaande van het loon dat betrokkene zou krijgen in het formele economische circuit. De adder onder het gras is echter dat het bespottelijke resultaat van deze methode is dat de afwas gedaan door een investeringsbankier meer waard is dan de afwas gedaan door een verpleegster.

De tweede methode is die tijd te waarderen volgens het loon van een dienstmeisje. Volgens deze methode concludeert de OESO dat de waarde van huishoudelijk werk tussen eenderde tot de helft waarde toevoegt aan het BNP van de vijf grote landen die worden bestudeerd.

De uren die worden besteed aan het het huishouden zijn de laatste jaren teruggelopen naarmate meer vrouwen betaalde banen hebben genomen. Maar de waarde van het huishoudelijk werk is niet noodzakelijkerwijs gedaald, doordat de produktiviteit is toegenomen door blenders, afwasmachines enzovoort. Als de werkloosheid stijgt, brengen mensen meer tijd door met klussen thuis. Als regeringen dit in het BNP meeberekenen zouden er minder recessies zijn.