"Voor de politie zijn we bang, zeker als je voor jezelf rijdt'

LYON, 7 JULI. Lyon rijdt weer. Orde-troepen van de CRS hebben vanochtend aan de belangrijkste blokkades in en rond de stad een eind gemaakt. Gisteravond werden de versperringen bij Bron en St. Fons opgeruimd. Vanochtend viel de belangrijkste barrage, de Pont Pasteur. Langzaam komt het verkeer op de périferique van Lyon weer op gang. Hier en daar rijden vrachtwagens in demonstratieve slakkegang voor de files uit, maar de conclusie is onvermijdelijk; de acties van de chauffeurs zijn aan het verlopen.

“Tegen de CRS is niet te vechten,” zeggen de vrachtrijders die langs de kant van de Autoroute A7 staan. Maar zij willen nog van geen compromis weten. “We bezetten straks weer andere kruispunten.”

De Nederlandse chauffeur Jaap van den Berg is opgelucht, dat nu alles voorbij is. Hij strandde een week geleden op weg naar Marseille. Om half zeven vanochtend kwam de politie bij de Pont Pasteur. “Er is geen geweld gebruikt”, zegt hij.

Gisteravond nog hing een zwarte rookkolom boven Irigny. De ordetroepen van de CRS, de Franse Mobiele Eenheid hadden een eind gemaakt aan de chauffeursblokkade in dit voorstadje van Lyon, maar veel helpen deed het niet. Vijfhonderd meter verderop werd opnieuw een kruispunt geblokkeerd, ditmaal door de bewoners van een naburig woonwagenkamp. Bomen werden omgehakt en belandden krakend op de weg. Op de ene weghelft werd 2CV-bestelwagentje eenprooi van de vlammen. Aan de andere kant stonden grote autobanden in lichterlaaie.

De woonwagenbewoners zijn woedend. De politie had bij het breken van de chauffeursblokkade twee vrouwen uit het kamp geslagen.

De avond viel en de menigte groeide snel aan tot een paar honderd man. De meesten van hen stonden met stenen in de hand die ze voortdurend tegen elkaar aan tikten. Op het talud waren een paar jongens in de weer met flessen en stroken textiel. “Voor Molotov-cocktails.”

Dan werd hun aandacht door iets anders getrokken. Twintig solidaire motorrijders kwamen luid toeterend naar het kruispunt gereden. De menigte juichte, de motorrijders maakten het V-teken, lieten hun motoren gieren en reden na een paar minuten in gesloten formatie weer weg.

Wat in Irigny mislukt is, slaagde in andere voorsteden van Lyon wel. Ordetroepen, geassisteerd door lichte pantservoertuigen, helikopters en brandweerauto's braken bij Bron en Saint-Fons de blokkades.

Geëmotioneerd vertelt vrachtrijder Robert bij de uitvalsweg van Corbas richting Vénissieux, hoe de CRS ruiten insloeg en bestuurders met de wapenstok bewerkte. “Dat was nergens voor nodig. Wij zijn geweldloos,” zegt een andere chauffeur, “maar nu heeft iedereen op de tv kunnen zien hoe ze ons op ons bek hebben geslagen en onze camions kapot hebben gemaakt.”

Driftig gebarend doen ze voor hoe in de cabines hun zendapparatuur werd doorgeknipt.

Robert en zijn collega's staan bij een truck die geparkeerd is op een rotonde, zuidelijk van Lyon. Mokkend kijken ze naar het personenverkeer dat langsdruppelt. Een Citroën wordt tot stoppen gemaand, de bestuurder kijkt geschrokken voor zich uit. Heb je gezien wat een smoel die kerel trekt”, zegt een staker tegen zijn maat. Ze lachen grimmig. Een oudere vrouw loopt traag voor de auto langs. “Het is simpel,” zegt ze, “als je solidair bent mag je doorrijden, anders moet je blijven.”

“Voor de politie zijn de stakers bang”, zegt Robert, “zeker wanneer je voor jezelf rijdt. Honderden chauffers zijn naar huis gegaan toen de blokkades gebroken werden.” Volgens hem mogen buitenlanders van de politie ongehinderd wegrijden, maar “tegen ons wordt proces-verbaal opgemaakt”.

Zelf rijdt hij voor een bedrijf. “Het kost ons ook geld”, zegt hij bedachtzaam. “Maar als een blokkade gebroken is gaan we op nog meer plekken de boel bezetten”. Maar in zijn stem klinkt eerder gelatenheid door dan strijdlust.

De parkeerwachter van een hotel in Lyon vertelt dat zijn vrouw nauwelijks nog vers fruit of verse groente kan vinden. “Ook zuivelprodukten worden schaars. Onze buurvrouw heeft een kindje van twaalf maanden en gisteren kwam ze bij ons vragen of we melk voor haar hadden.” Maar het meest is hij verontwaardigd over het voortduren van de acties tijdens de vakantie. “Je hebt het hele jaar hard gewerkt voor een paar weken vrij, en dan krijg je dit.”