Rabin moet kiezen tussen coalitie en openbare hygiëne

TEL AVIV, 7 JULI. De plannen van Arbeidspartijleider Yitzhak Rabin om het Israelische politieke leven van corruptie te zuiveren, dreigen te worden gedwarsboomd door zijn wens de Shas-partij in zijn brede regeringscoalitie op te nemen. Het ziet er intussen naar uit dat hij erin slaagt op korte termijn die coalitie tot stand te brengen.

Shas-leider Arie De'eri, minister van binnenlandse zaken in de vertrekkende Likud-regering, heeft gisteren Rabin schriftelijk beloofd zijn ministerschap in diens regering te zullen opschorten indien hij in staat van beschuldiging wordt gesteld. Voor de juridische adviseur van de regering, Josef Harish, is dat echter beslist onvoldoende. Ook de Likud-minister van politie, Ronni Milo, heeft Rabin vanmorgen in een radio-vraaggesprek gewaarschuwd terwille van de “openbare hygiëne” De'eri buiten de nieuwe regering te houden. Volgens Milo is het onverantwoord een persoon in de regering op te nemen die zich al twee jaar opzijn zwijgrecht beroept om het politie-onderzoek naar zijn vermeende frauduleuze praktijken te saboteren. De welbespraakte De'eri, ook wel het “politieke wonderkind” van de religieuze partijen genoemd, is van oordeel dat Harish en Milo hem opnieuw in opspraak brengen om het coalitie-overleg van Shas met de Arbeidspartij te torpederen.

Om althans de schijn van een nieuw tijdperk van ethische waarden in de Israelische politiek op te houden zag Rabin zich gisteren genoodzaakt over de affaire-De'eri een persconferentie te beleggen. Voor Rabin is de belofte van De'eri om coalitieredenen voldoende om Shas en De'eri zelf in zijn regering op te nemen.

Afgezien van deze morele tegenslag lijkt Rabin erin te slagen op 13 juli al het vertrouwen van zijn regering van de Knesset te vragen. Een dag tevoren komt het centrale comité van de Arbeidspartij bijeen om de lijst van socialistische ministers te bekrachtigen.

Onmiddellijk na de spectaculaire verkiezingszege van de Arbeidspartij op Likud kondigde Rabin aan te zullen streven naar een zo breed mogelijke regering. Indien zich geen verrassingen voordoen, zal hij enerzijds de twee ultra-orthodoxe partijen Shas en het Verenigd Torah Jodendom en de twee anti-religieuze partijen Merets en Tsomet in zijn coalitie bijeenbrengen. Het is zelfs niet uitgesloten dat in een latere fase ook de Nationale Religieuze Partij tot zijn regering zal toetreden.

Voor meningsverschillen over de Palestijnse bestuursautonomie, het oproepen van jesjiwah-studenten en de kwestie van de religieuze status-quo zijn, zoals dat in het Israelische coalitie-overleg gaat, tussenoplossingen gevonden. Briefwisselingen tussen de partijen en de kabinetsformateur komen over zaken waarover geen overeenstemming kan worden bereikt in de plaats van paragrafen in het regeringsprogramma. Tsomet heeft van Rabin de belofte gekregen dat er verkiezingen worden uitgeschreven indien de kwestie van territoriale concessies aan de orde komt. De mogelijke benoeming van Tsomet-leider oud-opperbevelhebber Rafael Eitan tot minister van onderwijs stuit nog op fel verzet van Merets wegens Eitans racistische, anti-Arabische houding.

Rabin stuurt op een zo breed mogelijke coalitie aan om grote vaart achter het vredesproces te kunnen zetten. Hij en zijn partij zijn vastbesloten in de regering een dominerende rol te spelen. Op belangrijke ministeries die niet in handen van de Arbeidspartij komen, zullen socialistische onderministers worden benoemd.

Volgens de Israelische pers van vandaag zal Rabin ook het ministerie van defensie onder zijn hoede nemen, zooals voor 1967 het privilege was van de sterke premier David Ben Gurion. Dat het hem ernst is ook het vredesproces krachtig te sturen, valt af te leiden uit de vorming van een “bureau voor vredeszaken” bij het bureau van de premier. De invloed van de te benoemen minister van buitenlandse zaken, hoogstwaarschijnlijk Shimon Peres, op de besluitvorming in het vredesproces zal daardoor minimaal zijn. Reeds tijdens het coalitieoverleg bewijst Rabin daarmee dat hij vastbesloten is zich als een sterke premier te doen gelden. De voor Israelische begrippen snel verlopende kabinetsformatie is in de eerste plaats het gevolg van de sterke parlementaire positie van de Arbeidspartij en het feit dat de religieuze partijen niet langer op de wip zitten.