Opiniepeiling kent een grote foutenmarge

Er voltrekt zich een nieuwe aanslag op de betrouwbaarheid van de Nederlandse politieke opiniepeilers. In het verkiezingsjaar 1986 zat hun voorspelling van de uitslag er op cruciale punten naast. Nu zijn ze het al geruime tijd onderling sterk oneens over de electorale kracht van PvdA, VVD en CDA.

DEN HAAG, 7 JULI. Het blijft een mysterie. Stijgen de sociaal-democraten nu in de polls of leiden alle inspanningen van "marathonloper' Kok nog altijd niet tot meer electorale steun?

Volgens de opiniepeilingen van het bureau Inter/View van Maurice de Hond blijft de partij nog altijd hangen op het dieptepunt van vorig najaar: circa 25 zetels, zo'n zestien procent van de stemmen als er nu verkiezingen zouden worden gehouden. Maar concurrent-opiniepeiler het NIPO constateert sinds januari een langzame maar gestage groei voor de PvdA. Het geeft de partij inmiddels zo'n 20 procent, omgerekend goed voor ruim 30 zetels.

Ook de liberalen tasten in het duister over hun electorale toekomst. Van Inter/View krijgt de VVD 26 zetels, van het NIPO slechts 21. Het CDA scoort bij Inter/View 52 zetels, maar bij het NIPO 45. Bij D66 heerst rust: beide bureaus geven de partij ongeveer 30 zetels. Voor de andere partijen is echter de spannende vraag: wie heeft er gelijk?

De opiniepeilers zelf verwijzen laconiek naar de relatief grote foutenmarges waarbinnen zij werken. De Leidse politicoloog R.B. Andeweg trok een paar jaar geleden al in een kritische beschouwing van de Nederlandse opiniepeilingen de conclusie: “De peilingen geven een overdreven zeker beeld en zijn daardoor minder gevoelig voor abrupte omslagen in de kiezersgunst. (...) In het gunstigste geval vormen zij een aardig volksvermaak, in het ergste geval leveren zij pseudo-nieuws, kolommenvulling in komkommertijd.”

Ten eerste wordt er niet zozeer gemeten wat een burger zou stemmen maar vooral wat hij zou antwoorden als een wildvreemde man of vrouw hem naar zijn stemgedrag vraagt. Ten tweede worden uit kostenoverwegingen altijd te weinig mensen ondervraagd. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wordt bij de uitkomsten van opiniepeilingen altijd expliciet de foutenmarge van de steekproef gepubliceerd. Die foutenmarge kan behoorlijk groot zijn. Als bij een steekproef van ongeveer 1000 mensen, een aantal waar Inter/View en NIPO mee werken, 20 procent van de ondervraagden zegt PvdA te zullen stemmen is er altijd een statistische onnauwkeurigheid van ongeveer tweeënhalf procent naar boven of naar beneden.

Maar deze statistische onnauwkeurigheden verklaren nog niet de hardnekkige verschillen tussen Inter/View en NIPO, waarbij Inter/View de PvdA constant laag schat en NIPO haar langzaam omhoog laat kruipen. De oorzaak voor dit structurele verschil moet waarschijnlijk gezocht worden in de bewerkingen die de bureaus altijd uitvoeren op hun gegevens. Met behulp van allerlei sociologische "correctiefactoren' wordt geprobeerd de foutenmarge te verkleinen. Een klassieke correctie geschiedt bijvoorbeeld op grond van het percentage mensen dat zegt SGP te stemmen. De SGP'ers vormen een groep die geacht wordt ongeveer constant te blijven. Een andere bewerking van de cijfers is gebaseerd op de veronderstelling dat de verdeling links - rechts in Nederland altijd ongeveer gelijk blijft. Ook worden er belangrijke aanpassingen gepleegd op grond van vorig stemgedrag. Door die bewerkingen, die gemakkelijk bijstellingen met vier procent tot gevolg kunnen hebben, is het zelfs statistisch onmogelijk geworden om een foutenmarge te berekenen, die in Nederland dan ook nooit wordt vermeld.

Ieder bureau past voor die bewerkingen eigen geheime procedures toe, die berusten op ervaring en intuïtie. Daarom kan een opiniepeiler als Maurice de Hond, de directeur van Inter/View, een persoonlijke roem verwerven die onmogelijk was als het in zijn vak alleen aankwam op het optellen en delen van duizend antwoorden per week.

In feite creëeren de bureaus door de geheimzinnige bewerkingen hun eigen beeld van de werkelijkheid dat slechts geleidelijk wordt aangepast. Als de SGP plotseling veel extra steun zou winnen, zal dat door deze correcties lange tijd niet te zien zijn in de gepubliceerde peilingen. Dit zelfde conservatieve effect is nu waarschijnlijk de oorzaak van de verschillende uitslagen voor de grotere partijen. Alleen de tijd of echte verkiezingen kunnen uitmaken wie er gelijk heeft.

Het is veelbetekenend voor de onzekerheid van de cijfers dat Inter/View en NIPO zelf bij de bekendmaking van hun percentages nooit een omrekening in Kamerzetels toevoegen. Want een stijging met 4 procent, die nog gemakkelijk binnen de foutenmarge kan vallen, lijkt ten onrechte een veel preciezer getal als het omschreven wordt als een groei van zes zetels, zo redeneert men.

In Amerika is inmiddels een alternatief voor de politieke opiniepeiling ontwikkeld: een soort aandelenbeurs waarin een groot aantal deelnemers dagelijks handelt in aandelen die corresponderen met politieke partijen of politici. De ervaringen zijn bemoedigend en ook in Nederland wordt er aan de Universiteit van Amsterdam mee geëxperimenteerd. Voorlopig zullen de politici het echter moeten blijven doen met de altijd al onzekere èn nu ook nog eens sterk verschillende cijfers van de opiniepeilers.