Onthouden:

Een koppig gerimpelde Zwitser, die zijn hoofd schudt. Nee, oud wil hij zijn boerderij niet noemen. Niet veel meer dan honderd jaar, denkt hij.

Water dat van een rots druipt, dat wil zeggen: het begint daarboven als druppelvormig neervallend zonlicht, dooft uit in de schaduw, glinstert nog een beetje na op het pad.

Een salamander, zwart als drop, glanzend als honing. Als je hem op je hand neemt om het gezicht te bekijken: ook de ogen zwart, ontspiegeld. Volkomen duister wat hij ziet.

De hoge jacht van een grijs met rode rotskruiper op een geel met bruine vlinder. Wijken en volgen, volgen en wijken, zodat het er uitziet als een dans. De vlinder wint.

Zweet.

Dorst.

Hijgende ademhaling, zere benen en dan de verrukking van een vlaagje wind, dat speciaal voor deze gelegenheid komt aanwaaien over eeuwige sneeuw.

Water dat zich hals over kop naar beneden stort, glijdend over glad gesteente, kolkend in een uitgesleten kom, struikelend over een drempel, jong water.

Een kleine ringslang op een plek waar-ie makkelijk kan worden doodgetrapt. Knijpt er verrassend snel tussenuit.

Een heer, een Engelsman, op het parkeerterrein bij de Gletscherschlucht. Kent één stad in Nederland. Roermond. Uit de oorlog. Glimlacht opgetogen, maar zijn vrouw staat erbij.