Nieuwe opzet voor justitiële jeugdhulp en reclassering

DEN HAAG, 7 JULI. De raden voor de kinderbescherming en instellingen voor (gezins)voogdij moeten opgaan in nieuw op te richten bureaus jeugdbescherming. Deze bureaus moeten bovendien worden belast met de uitvoering van alternatieve straffen voor minderjarigen en de jeugdreclassering.

Dat stelt de stuurgroep heroriëntatie jeugdbescherming en reclassering in een nota die is aangeboden aan staatssecretaris Kosto (justitie). In de stuurgroep zijn onder andere (gezins)voogdij-instellingen, raden voor de kinderbescherming en reclassering vertegenwoordigd.

Doel van de nieuwe opzet is de jeugdbescherming doelmatiger en inzichtelijker te laten functioneren. Zo moeten, aldus de stuurgroep, in de toekomst bij de bureaus jeugdbescherming afdelingen voor melding en onderzoek, voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en voor de jeugdreclassering komen, die in rechtstreeks contact staan met de cliënten. In elk arrondissement zou zo'n bureau jeugdbescherming moeten komen terwijl een overkoepelend, landelijk, bureau zou moeten optreden als onderhandelingspartner van het ministerie van justitie, stelt de stuurgroep in haar nota.

Voorts pleit de stuurgroep voor meer garanties voor democratische controle en openbaarheid van de kinderbescherming. Ook moet er een gelijkvormige klachtenregeling komen en moeten ouders en kinderen die met de jeugdbescherming in aanraking komen de mogelijkheid krijgen in beroep te gaan bij de Arob-rechter danwel zich te wenden tot de Nationale Ombudsman, aldus de stuurgroep.

De voorstellen van de stuurgroep zijn onder andere gegrond op de aanbevelingen van een door Justitie ingestelde onafhankelijke commissie-Gijsbers, een rapport van de speciale Tweede-Kamercommissie Vliegenthart en een nota van staatssecretaris Kosto (justitie).