Niet zo erg gevaarlijk Atlas 3, "Gevaarlijk ...

Niet zo erg gevaarlijk Atlas 3, "Gevaarlijk leven'. Contact, 160 blz.ƒ14,90

Poëzie in reiskoffer NWT 1992-4. Uitg.Dedalus (Betapress), 72 blz. ƒ13,25

Bush' roetsj Neue Rundschau 1992-3. Fischer Verlag, 219 blz.DM15

Niet zo erg gevaarlijk

Lezers van deze krant kunnen in Atlas rekenen op Aha-Erlebnisse. In het nieuwe nummer vinden we Tracy Metz, Koos van Zomeren, Chris van der Heijden, Maarten 't Hart en H.M.van den Brink. Thema van Atlas' derde nummer is "Gevaarlijk leven' en Metz opent het met een mooi, autobiografisch verhaal over een klein meisje dat bij een luchtmachtbasis in de Californische Mojave-woestijn leeft. Ze woont in een bijzondere straat met alleen vliegeniersgezinnen: “Er is hier geen overkant, we kijken recht in een grauwe leegte van zand, tumbleweeds en cactussen die met geheven armen de mannen smeken terug te komen. Zij aan zij trotseren wij de wildernis.”

“Een zomertaling is meer natuur dan een muskusrat, een muskusrat is meer natuur dan mijn hond, mijn hond is meer natuur dan ik en ik, nou ja, ik ben toch altijd nog meer natuur dan mijn schrijfmachine” - wie anders dan Koos van Zomeren? Hij beschrijft een wat geïsoleerd (geen tv) maar weinig gevaarlijk verblijf tussen de vogels op Engelsmanplaat.

Het blijkt onzin, dat "Gevaarlijk leven', want al de bijdragen blijken over de natuur te gaan. Met flink wat goede wil: over het gevaar lopen van danwel in de natuur. Redacteur Chris van der Heijden vult 53 bladzijden met "een kleine geschiedenis van de natuur' waarop hij zo'n 50 klassieke werken nalas. Net als Van Zomeren is hij er niet zeker van wat "natuur' nu precies omvat, waar en wanneer de natuur nog puur natuur was. “Het is onvoorstelbaar, gewoon onvoorstelbaar. Voorstelbaar is daarom alleen de natuur die door de fractie cultuur tot "leven' werd gewekt. Het is de cultuur die het beeld van de natuur bepaald heeft en bepaalt.”

Natuur is iets waaraan ik beelden ontleen voor verhalen, zegt Kristien Hemmerechts nogal verrassend. Een tuin in het luxueuze Colorado is voor haar een wonder der natuur - “Maar hoeveel heeft deze gearrangeerde, schoongestoomde tuin met natuur te maken? (-) ondanks de negentien miljoen hectaren National Park zijn de Amerikanen meer vervreemd van de natuur dan de Europeanen.”

Kees Slager schrijft over de Watersnoodramp van 1953, 't Hart over de Klinkenbergpolder in de bollenstreek, redacteur Van den Brink over Kaap Finisterre bij Santiago de Compostela (“Je voelt je Einstein op de rotsen”); en Slavenka Drakulic tenslotte, wanhopig, over een niet gewild vertrek uit Zagreb, waar de oorlog steeds dichterbij kwam - “Uiteindelijk grijpt het je bij de keel, het verandert je in een dier dat schrikt van elk doordringend geluid, in een apatisch wezen dat van de ene hoek van de kamer naar de andere sjokt, de straat op en naar kantoor, waar je niets anders kunt doen dan wachten tot er iets gebeurt, tot je eindelijk geraakt wordt. Je leert de dood in te ademen, "dood' wordt een woord dat je in de mond bestorven ligt, je dromen zijn doortrokken van uiteengereten lijken, je begint je zelfs voor te stellen hoe je zelf zult sterven.” Uit haar nog te verschijnen Balkan-expres: “Er is nu bijna niets meer dat vreemd of afschuwelijk is, in stukken gehakte lijken of sectierapporten waarin beweerd wordt dat de slachtoffers door Servische reservisten gedwongen waren hun eigen ogen op te eten voordat ze gedood werden.”

Misschien was "De menselijke natuur' een betere ondertitel voor dit nummer geweest.

Atlas 3, "Gevaarlijk leven'. Contact, 160 blz.ƒ14,90

Poëzie in reiskoffer

"Poëzie is altijd vakantie': onder dit motto brengt het Nieuw Wereldtijdschrift een zomernummer met ongeveer honderddertig gedichten. Op het omslag des dichters jongensdroom: een druipend natte zwemster, tot aan haar forsgevormde achterste in het water staand en volkomen opgaand in een gedicht. Om haar heen nog veel meer gedichten, de dichter heeft ze tot bootjes gevouwen.

Toch bestaat tweederde van het NWT uit proza. Geert van Istendael ontdekte in een antiquariaat een scabreus en antiklerikaal werkje van de negentiende-eeuwse Maastrichtse dichter J.Th.H. Weustenraad, "bekend' van een ode aan de Belgische locomotief: De Persessie van Scherpenheuvel (¢41828), geschreven in plat Maastrichts. “En zup et oet in eine keir. / Et smaak uuch? Jao. Ze sjöp get aossem, / Passert de tong euver de lip, / Bezuut miech, lach weer ins...Kanaalje! / Doe zouws ins geere zien gewip (-) Tot drijmaol ging de paus nao Rome / En kwaom mèt e wit mötske trök”.

De Roemeen Norman Manea opent met een dodelijk stuk over Ceauçescu, dictator en dus de "Witte Clown van de macht' en de kunstenaar, die eeuwige "Domme August'. Hij vergelijkt Ceauçescu met Hitler, die door Chaplin zo meesterlijk werd geïmiteerd in The Great Dictator en vraagt zich af hoe juist zulke minkukels zo veel ellende teweeg kunnen brengen - “Zou het kwaad echt alleen zijn belichaamd in zulke kleingeestige en belachelijke boodschappers? Manifesteert het navrante embleem van de Hel zich alleen in onbeduidende doch gruwelijke, stotterende pantomimespelers?”

Jeugdboekschrijver Anthony Horowitz vertelt over zijn fascinatie voor Kuifje (“Ik geloof oprecht dat kapitein Haddock een van de grootste komische scheppingen is in de beeldende kunst of de literatuur”) en over het gebruik dat hij van Hergé maakt in zijn eigen werk. Martien J.G. de Jong compileerde brieffragmenten van Gerrit Achterberg waarin het adagium "Wat niet goed is, is niet geschreven' voorkomt, maar zonder daar een verhelderende conclusie uit te trekken.

Enkele van de vertegenwoordigde dichters zijn Charles Ducal, Peter Ghyssaert, Luuk Gruwez, Mark Insingel, Esther Jansma, Rutger Kopland, Roel Richelieu van Londerseele, Eddy van Vliet. Poëzie is altijd vakantie. Maar hoeveel lezers stoppen een dichtbundel in hun zomervakantiekoffer?

Eén van de 130, van Jo Govaerts:

Niet de zon maar

de zon in het water

waar dat in golfjes

aan land wil

en wil

niet de helling maar

de helling van je rug

en niets van dit alles maar

alles in je

woorden in de

wind warrelend

om mij heen

NWT 1992-4. Uitg.Dedalus (Betapress), 72 blz. ƒ13,25

Bush' roetsj

Uit Duitsland brengt een tijdschrift de boodschap dat Amerika als wereldmacht wankelt. Neue Rundschau verzamelde elf bijdragen van hoofdzakelijk Amerikaanse auteurs over "Abenteuerspielplatz Amerika'.

Nu het Oostblok verkruimelt en in Europa de al die tijd dictatoriaal onderdrukte conflicten uitgevochten worden put Amerika daar geen overwinnaarskracht uit, stelt de redactie. De reus staat op lemen voeten - nu de Koude Oorlog voorbij is worden de binnenlandse problemen pijnlijk duidelijk zichbaar: rassenonlusten, schrille of misschien wel catastrofale sociale tegenstellingen, de kwestie van political correctness, de als bedreiging gevoelde immigranten (“früher Amerikas Jungbrunnen”), geldgebrek bij overheden en diepe armoede voor veel burgers.

De rellen in Los Angeles waren de aanleiding tot dit nummer. Maar het eerste artikel behandelt president Bush' winterreis naar Japan waar hij onder tafel roetsjte. Volgens Lewis H. Lapham van Harper's Magazine ging Bush nog veel erger af in Japan door domweg niet in te zien dat het in 1945 op de knieën gedwongen Oosterse land inmiddels Amerika economisch gemakkelijk de baas is. In die zin was het onder tafel glijden van de president symbolisch.

Alle bijdragen zijn bijzonder pessimistisch van toon. Het stuk "PC zwischen PoMo und MuCu' (Politically Correct, PostModern en MultiCulturalism), Talking Heads-musicus David Byrne's "Funky MultiCulture' (“Ein zärtlicher oder zorniger Abschied von einem Traum, die nie Wirklichkeit wurde”), David Katz' opsomming van de nieuwe vijanden die Amerika zich gezocht heeft - de roetsj van Bush in Japan komt meer dan eens aan de orde. Wat kun je verwachten, vraagt Katz, van een president die Halcion slikt, een slaapmiddel dat de Britten verboden hebben om z'n bijwerkingen; zoals grootheidswaanzin, paranoia, plotselinge geweldsuitbarstingen.

Neue Rundschau 1992-3. Fischer Verlag, 219 blz.DM15