Naar Lochem (1)

“Waer yemand duysend vreugden soek, mijn vreugd is in dees' Achterhoek”.

Dichter-dominee Willem Sluyter beleed in de 17de eeuw zijn liefde voor de streek waar hij het geloof preekte vol overtuiging. Het coulissenlandschap van het land achter de IJssel is bij uitstek geschikt voor de fiets, maar de wandelaar kan er over de zandwegen ook prima uit de voeten. Licht glooiende masvelden en weilanden, met overal groepjes bomen en soms echte bossen. Vooral op de vele landgoederen schitteren de oude boerenhoeven - het grootgrondbezit heeft ook zo zijn voordelen.

Ruurlo heeft niet direct mijn voorkeur, maar heeft het grote voordeel dat de diesel Zutphen-Winterswijk er een tussenhalte heeft. Vanuit een café zoeken we telefonisch een plek waar we vanavond in Lochem kunnen overnachten, een moeizame operatie. Dan gaan we op weg, uit het dorp langs een krommend zandpad, tussen rijen bomen en struiken door. Kalere asfaltwegen tussen weilanden en akkers, waar de Heksenlaak stroomt, leiden naar een zandweg, met groen omzoomd. We lopen nu evenwijdig aan de Slinge, een waterweg die een paar kilometer noordelijker uitmondt in de Berkel.

De Berkel, de leidraad van deze wandeling, was ooit een belangrijke transportroute tussen Zutphen en het Münsterland. Met platte zeil- en trekschuiten, de Berkelzompen, werden stroomopwaarts koloniale waren vervoerd en stroomafwaarts hout en textiel. In het begin van de achttiende eeuw leidde de Berkelvaart zelfs tot een handelsoorlog tussen de hanzesteden Deventer en Zutphen, omdat Deventer buiten de Zutphense markt om handel wilde drijven. De spoorlijn naar Hengelo, gebouwd in 1865, luidde echter het eind van deze nering in. In 1905 passeerde de laatste zomp de sluis bij Borculo.

Helaas ontzegt het waterschap de wandelaar de toegang tot de oevers van Slinge en Berkel, hoewel die doorgaans goed begaanbaar zijn. Op een brug over de Slinge horen we plots het geluid van een ronkende motor. Over die zo kwetsbare oever rijdt, zijn helm blinkt in de zomerzon, een lid van het korps der Rijkspolitie. Wandelaars, opgelet!

We lopen door en staan wat later bij een afgesloten zijtak van de Slinge. Tot onze grote verrassing zit het donkere water onder de takken van de omringende bomen vol kleinere en grotere vis. Maar op het landgoed de Beekvliet is de hengelsport niet toegestaan. De vissers zitten iets verderop waar de Slinge in de Berkel stroomt. Stuwen voorkomen dat het riviertje stroomafwaarts voor wateroverlast zorgt.

De Beekvliet is een mooi voorbeeld van een coulissenlandschap. In het bos komen bij de Zevensprong zeven paden onder het lover van drie machtige beuken bijeen. Vervolgens leidt de route over de kaarsrechte Maandagsdijk, een zandweg die in de middeleeuwen dienst deed als hessenweg. Langs deze zandwegen reden de hessenkarren, kolossale, hoog beladen wagens, getrokken door vier paarden, met een wijder spoor dan op de andere wegen was toegestaan.

De grote huizen en villa's in het gehucht Barchem laten zien dat de Achterhoek wel vaart. De armoe zit in 1992 dankzij de EG en ondanks het milieu niet op het platteland, maar in de (grote) steden. En straks moeten al die boeren volgens MacSharry min of meer de sociale zekerheid in!

Ook Lochem oogt niet bepaald armoedig. Maar voor we daar zijn passeren we eerst het bos op de 50 meter hoge Lochemerberg (we zoeken de top tevergeefs) en de Witte Wievenkoel. Daar zouden ooit heksen hebben gewoond, maar waarschijnlijk ontstond de kuil door leemwinning.

Lochem ademt rust. Het stadje kreeg al in 1233 stadsrechten, maar van de middeleeuwse muren en grachten is nog maar weinig over. Het middeleeuwse stadhuis, schuin onder de toren van de St.Gudulakerk, mag er echter zijn. In de zwoele zaterdagavond genieten we, op een terras aan het met veldkeien geplaveide marktplein, van een copieuze maaltijd. Op de markt hangt een handvol Lochemse jongeren stoer de bink uit, flesje bier in hand, sigaret in de mond. Af en toe scheurt een auto het stille plein op en verdwijnt na een paar rondjes weer schielijk door een zijstraat. Wie is de baas op de Lochemse markt?

(route ca. 20 km; zie Voetwijzer voor Nederland 8: Van Dommel tot Dinkel, Uitgeverij Op Lemen Voeten, 1992)