Minimal art in het veenmoeras; Monument van Rückriem bij laatste turfput

De laatste turf in Nederland is vorige week gestoken. Dit historische feit wilde Norit, het bedrijf dat de turf in Drenthe won, met een kunstwerk in het veengebied markeren. De Duitse kunstenaar Ulrich Rückriem kreeg de opdracht. Zijn sculptuur, een enorm, gespleten blok graniet, is sinds kort te zien in het veengebied bij de laatste turfput in het Amsterdamsche Veld, tussen Schoonebeek en Emmen.

Norit moet stoppen met de turfwinning omdat het laatste hoogveengebied in Drenthe, het Bargerveen van zo'n 2.000 hectare, niet mag worden aangetast. Het moet natuurreservaat blijven. In Duitsland gaat Norit zeker tot het jaar 2000 door met de winning van turf, grondstof voor "actieve kool' (voor zuiveringsinstallaties en maag- en darmpillen).

Directeur G. Schaeffer van Norit in Klazienaveen kwam met het idee voor een kunstwerk: “We hebben als bedrijf zo lang profijt gehad van dit veengebied, we wilden iets terug doen. Iets achterlaten. Bovendien sluiten we een belangrijke historische periode af - turfwinning in Nederland. Dat is een mijlpaal.”

Met dit idee stapte hij naar een kennis in zijn woonplaats Emmen, Sjouke Zijlstra, theaterdirecteur en voorzitter van de stichting die het enige nog overgebleven land art-kunstwerk van de Amerikaanse kunstenaar Robert Smithson (1938-1973), The Broken Circle and Spiral Hill beheert, dat in een zandafgraving in Emmen ligt.

Zijlstra schakelde het Praktijkbureau voor beeldende kunst-opdrachten van WVC in. Ton van Gestel van het Praktijkbureau kwam kijken in het veengebied, dat nu het praktisch is leeg gebaggerd weer moeras wordt, aansluitend bij het reservaat Bargerveen: “Mijn reactie was: wat moet je nou met kunst in zo'n ruig, uitgestrekt, indrukwekkend natuurgebied?”

Namens de vijf arbeiders die nog dagelijks voor Norit in het veen werken, zat het hoofd van de veenderij, veenbaas Bertus Snippe, in de commissie die werd gevormd om een kunstenaar te kiezen. Hij wist heel goed wat hij niet wilde: “Niet zo'n beeld van zo'n veenmannetje of turfvrouwtje, die heb je hier in de omgeving genoeg.”

Van Gestel legde de commissie, waarin ook Schaeffer en Zijlstra zaten, documentatie van verschillende kunstenaars voor die hij geschikt achtte. Ze kozen alle drie voor het werk van de Duitse minimal art-kunstenaar Ulrich Rückriem (1938).

Het was, aldus Van Gestel, veenbaas Snippe die de doorslag heeft gegeven. Bij het zien van het werk van de andere kunstenaars zei hij niet veel, maar bij de eenvoudige, monumentale stenen sculpturen van Rückriem had de veenbaas gezegd: “Daar kan ik me tenminste iets bij voorstellen!”.

“Het merkwaardige is,” vertelde Van Gestel bij de officiële onthulling van het beeld op 1 juli, “dat Rückriems beelden nu juist helemaal niets voorstellen. Het zijn bewerkte stukken steen, natuur in cultuur gebracht. En dat is natuurlijk ook wat er in het veen gebeurt.”

Hoewel Rückriem een kunstenaar is die moeilijk bereikbaar is - hij is voortdurend aan het werk in steengroeves in Oostenrijk, Zweden of Noorwegen - was een tweeregelig briefje met twee foto's van het ruige veengebied voldoende om hem te interesseren. Met Snippe koos hij de locatie uit, in het nieuwe veenmoeras, op de kruising van twee oude veenwegen.

Daar staat nu een reusachtig blok van graniet, zeker drie meter hoog. Door er gaten in te boren - zo min mogelijk - heeft Rückriem het laten splijten in zes rechthoekige stukken. Voor die techniek is veel kennis van het steenhouwen nodig, die Rückriem onder meer heeft opgedaan als leerling steenhouwer bij de restauratie van de Dom in Keulen, eind jaren vijftig.

Die zes stukken steen zijn weer in hun oorspronkelijke vorm samengevoegd, tot het grote brok graniet dat uit de steengroeve is gehaald. De boorgaten zijn in de ruige, onbewerkte steen duidelijk te zien, maar de breuklijnen zijn fijn als potloodlijntjes.

Rückriem (van wie ook werk op de Documenta in Kassel is te zien) maakt sinds 1968 voornamelijk van dit soort steles (gedenkstenen) die hij steeds splijt en weer in elkaar zet. Rudi Fuchs, directeur van het Haags Gemeentemuseum, heeft Rückriems kunst, waaraan het werkproces, wat er met de steen gedaan is, zo duidelijk af te lezen valt, eens "grote beeldhouwkunst zonder trucs' genoemd.

In een museum zou ik er misschien aan voorbij lopen, maar in dit uitgestrekte veengebied, met hier en daar nog een zwerfkei die sinds de ijstijd is blijven liggen, krijgt Rückriems werk juist door dit oersimpele, eerlijk ambachtelijke karakter zijn kracht.

Veenbaas Snippe had gelijk. Iedere poging om in deze 'oer'-omgeving het (eeuwenlang armoedige en ellendige) werk van mensen in het veen in een realistisch beeldje te verbeelden, zou al gauw iets sentimenteels en futiels krijgen. Een anecdote, meer niet. Rückriems sculptuur is meer dan dat. Het biedt ruimte voor alle associaties en anecdotes die bij deze plaats horen (de zware lichamelijke arbeid, de natuur, die zich na menselijke ingreep weer herstelt, etc.) en blijft daarnaast een indrukwekkend stuk bewerkt graniet.

Het door de Norit-directeur Schaeffer genomen initiatief heeft meer gevolgen gehad dan alleen de plaatsing van Rückriems beeldhouwwerk, dat een ton kost, en waaraan behalve Norit, ook WVC en de provincie Drenthe meebetaalden. De stichting Broken Circle, die de formele opdrachtgever voor Rückriems kunstwerk was, heeft nu twee land art-achtige kunstwerken in het Drentse landschap onder zijn hoede. En dat moeten er meer worden, aldus voorzitter Zijlstra. De stichting wil in ieder geval jaarlijks land art-manifestaties in en rond Emmen gaan organiseren. “Wij hebben er hier de ruimte voor,” zegt hij, “en twee inspirerende voorbeelden.”