Grote concerns zorgen voor winstgroei beurs

ROTTERDAM, 7 JULI. De netto winst van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen is vorig jaar gestegen met 31 procent. De winststijging is in zijn geheel toe te schrijven aan de vijf grootste concerns. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Alle beursgenoteerde bedrijven samen maakten vorig jaar een nettowinst van 14,4 miljard gulden. In 1990 was dat 11 miljard gulden. De resultaten van banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen werden buiten beschouwing gelaten.

Akzo, Unilever, Philips, Koninklijke Olie en KLM boekten een gezamenlijke netto winst van 9,8 miljard gulden, 3,6 miljard gulden meer dan het jaar daarvoor. In 1989 was de nettowinst van de vijf concerns nog 13,9 miljard gulden. Hoewel de bedrijfsresultaten van de internationals lager uitvielen, werd dat ruimschoots gecompenseerd door betere financiële resultaten en buitengewone baten. Ook de belastingafdracht was minder hoog dan in 1990.

De overige 110 beursfondsen maakten per saldo 200 miljoen gulden minder winst. In 1990 gingen zij er gezamenlijk 1,9 miljard gulden op achteruit. Bedrijven die aktief zijn in de nijverheid en dienstverlening behaalden lagere resultaten. Hogere winsten waren er voor de handel- en transportsector. Het bedrijfsresultaat bij de lokale fondsen verbeterde vorig jaar, maar dat woog niet op tegen de lagere financiële resultaten en minder hoge buitengewone resultaten.

Aan aandeelhouders werd 55 procent van de netto winst uitgekeerd, tegen 68 procent over 1990. Voor de internationals was deze zogenaamde pay out ratio 57 procent, terwijl bij de overige bedrijven de winstuitkeringen en -inhoudingen elkaar in evenwicht hielden. De solvabiliteit van de op de beurs genoteerde bedrijven is vorig jaar gedaald van 36,3 naar 35,1 procent. De rentabiliteit van het eigen vermogen herstelde zich van 9,4 naar 12,2 procent.