Friesland houdt vast aan verhuizing van landbouwinstituut

Het wil niet vlotten met de samenwerking tussen Groningen en Friesland. Onlangs kwam een eind aan het getouwtrek om de hoofdvestiging van Rijkswaterstaat, die naar Leeuwarden gaat. De strijd om het Groningse Van Hall-instituut gaat door.

GRONINGEN, 7 JULI. Het Van Hall-instituut, de Rijks Hogere Landbouwschool die al tachtig jaar in Groningen is geworteld, moet verhuizen naar Leeuwarden. Dat werd in 1989 besloten in het "herenakkoord' tussen de Friese en Groningse commissarissen Wiegel en Vonhoff. Met de ministers van landbouw, onderwijs en WVC spraken zij een onderwijs-cultuurruil af: het Frysk Orkest verdween en het conservatorium en het kunstonderwijs moesten verhuizen van Leeuwarden naar Groningen. Ter compensatie kreeg Friesland de Groningse lerarenopleiding en het Van Hall-instituut.

De laatste onderwijsinstelling heeft zich steeds verzet tegen de verhuizing. Na drie jaar vruchteloos actievoeren behaalden de docenten en studenten onlangs een succes: de rechter besliste in hoger beroep dat de fusie tussen de Agrarische Hogeschool in Leeuwarden en het Van Hall-instituut moest worden stopgezet. De medezeggenschapsraad was ten onrechte niet geraadpleegd over de fusie en de verhuizing, zo bepaalde de rechter.

De minister van landbouw legt het conflict nu voor aan een geschillencommissie. Tevens gaat hij tegen het arrest in cassatie. De verhuizing is daarmee voorlopig van de baan. Maar Friesland, dat inmiddels aan alle bepalingen van het herenakkoord heeft voldaan, houdt vast aan overplaatsing van het Van Hall-instituut naar Leeuwarden. “De afspraak moet gehonoreerd worden”, meent Wiegel. Het voorstel van de medezeggenschapsraad om het Van Hall-instituut in Groningen te houden en in Leeuwarden nieuwe studierichtingen te beginnen, noemt hij “een aalmoes waar wij geen genoegen mee nemen”. Ook zijn collega Vonhoff - die zelf de overeenkomst sloot - vindt dat het herenakkoord “in al zijn lengte en breedte” moet worden uitgevoerd. Wiegel: “De Groningse tegenstanders zeggen "Leeuwarden is zo ver weg'. Maar we spreken in Friesland ook met twee woorden en we eten hier met mes en vork. Bovendien is het herenakkoord een kabinetsbeslissing die door de Kamer is ondersteund.”

Voorzitter A. Schlebusch van de vereniging "Van Hall blijft' zegt dat ze niets tegen de Friese hoofdstad heeft. “Lesgeven kun je overal. Maar als we verhuizen betekent dat een verlies voor het Noorden”, meent de lerares Nederlands. “Uit het fusierapport blijkt dat we met een overplaatsing naar Leeuwarden 400 studenten verliezen. Dat kost arbeidsplaatsen en komt het onderwijs niet ten goede.” Ook wijst Schlebusch erop dat de interesse voor het landbouwonderwijs afneemt. Toch groeit het leerlingental van het Van Hall-instituut met een paar honderd leerlingen per jaar. Zij komen af op de studierichting milieukunde die het instituut in 1984 als eerste opleiding in Nederland startte. “Milieukunde is de kurk waar onze school op drijft. Als we vertrekken naar Friesland, gaan technische scholen in Groningen onmiddellijk ook milieukunde geven. Daar wordt Leeuwarden niks wijzer van.”

H. van Mil was ten tijde van de ondertekening van het herenakkoord directeur van het Van Hall-instituut. Van een journalist moest hij horen dat zijn school verplaatst zou worden. Inmiddels is hij lid van het gezamenlijk college van bestuur van de twee agrarische hogescholen; de eerste stap van de fusie, die nog vóór het arrest van het hof werd gezet. “Concentratie in Leeuwarden leidt tot meer efficiency”, zegt Van Mil, die zich bij het vertrek naar Leeuwarden heeft neergelegd. “Wij zijn een gesubsidieerde instelling dus we moeten doen wat de overheid wil, al bestaat er geen objectieve noodzaak voor een verhuizing.”

Volgens Van Mil moet de verhuizing snel plaatsvinden, omdat Leeuwarden anders een EG-subsidie van 7,5 miljoen dreigt mis te lopen, die voor 1995 moet zijn besteed aan faciliteiten voor het nieuwe onderkomen.

De Groningse wethouder van onderwijs, H. Pijlman, hoopt op een compromis. “Het is in het belang van beide instituten dat Van Hall in Groningen blijft als een nevenvestiging van de school in Leeuwarden”, zegt de wethouder. “Groningen en Leeuwarden vliegen elkaar in de haren, maar dat is alleen gunstig voor het Westen dat ons zo tegen elkaar kan uitspelen. Je komt alleen uit deze impasse als je de scholen erbij betrekt.”

De medezeggenschapsraad van het Van Hall-instituut bood vorige week aan het juridisch verzet te staken als Friesland akkoord gaat met een lesplaats in beide steden. Maar bilocatie blijft in Leeuwarden onbespreekbaar. “Er ligt een akkoord en dat moet tot op de letter uitgevoerd worden”, houdt de Friese gedeputeerde J. Liemburg vol. De voorbereidingen voor de nieuwbouw van de gefuseerde instelling gaan in Leeuwarden dan ook gewoon door.