Frans verkeer minst veilige van Europa

Vrachtauto's raken per afgelegde kilometer minder betrokken bij verkeersongevallen dan personenauto's, maar veroorzaken per kilometer twee maal zoveel doden.

Te hard rijden is een van de belangrijkste en wellicht zelfs de belangrijkste oorzaak van ongevallen met vrachtwagens. Het strafpuntensysteem dat Frankrijk wil invoeren voor - onder meer - te hard rijden, zou daarom een rechtstreeks effect op verkeersveiligheid kunnen hebben. Het Franse verkeer is een van de minst veilige van West-Europa.

Frankrijk was in 1990 met ruim 11.000 verkeersdoden per jaar koploper in Europa. Andere grote landen als Italië, Groot-Brittannië en Spanje zitten hier dertig tot vijftig procent onder. In Nederland vallen ruim 1.300 verkeersdoden per jaar. Per "voertuigkilometer' levert het Franse verkeer twee maal zoveel doden als het Nederlandse. Gemeten aan deze maatstaf is in West-Europa alleen het Spaanse verkeer gevaarlijker.

De rol van vrachtauto's bij verkeersongevallen vertoont over heel Europa ongeveer hetzelfde beeld, zo blijkt uit een inventariserende studie van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Per gereden kilometer zijn ze bij veertig procent minder ongevallen betrokken dan personenauto's. Maar omdat vrachtwagens nu eenmaal groter en zwaarder zijn, veroorzaken ze daarbij meer schade en meer doden. Bij botsingen met vrachtwagens is de verhouding tussen het aantal doden binnen en buiten de vrachtwagen 1 op 25.

De belangrijkste oorzaken van ongevallen met vrachtwagens zijn volgens de SWOV-studie te hoge snelheid, te geringe stabiliteit, moeten rijden onder slechte arbeidsomstandigheden en vermoeidheid van de chauffeur. Uit Frans onderzoek blijkt dat een kwart van de vrachtwagenongevallen te wijten is aan slechte voertuigbeheersing bij uitwijken en bijna een kwart aan blokkerende remmen. Beide oorzaken houden nauw verband met te hard rijden.

En het NIVR zelf? Met 25 werknemers en al sinds 1946 een statutair onafhankelijk positie tussen overheid, Fokker en NLR zou dit kleinste ondersteunende instituut zelf wel eens aan een zijden draad kunnen hangen. Maar dat zien de woordvoerders van de stichting anders. “Aangenomen mag worden dat de Nederlandse overheid de ontwikkeling van vliegtuigen in Nederland zal blijven steunen met de kredieten van het revolving fund. Dat is immers een van de troeven in de onderhandelingen. En verder hopen wij er natuurlijk op dat de baten van de aandelenverkoop ten goede zullen komen aan de Nederlandse vliegtuigontwikkeling.”