Cory Aquino bleef "eenvoudige huisvrouw'

Corazon Aquino Cojuangco (59) nam vorige week na zes jaar afscheid als president van de Filippijnen, een van de roerigste landen ter wereld. Ze stelde zich niet kandidaat bij de verkiezingen van 11 mei en zag ex-generaal Fidel Ramos, de kandidaat van haar voorkeur, winnen. Balans van de carrière van een politica die geen politica wilde zijn.

“U zult zich afvragen wanneer de president zal ophouden de naam van Ninoy aan te roepen. Mijn antwoord is: op het moment dat hier een president staat anders dan door Ninoys offer.” In haar laatste State of the Union, vorig jaar, verwees president Corazon Aquino nog één keer naar haar echtgenoot Benigno Aquino, de in 1983 vermoorde leider van de oppositie tegen Marcos. Tot de laatste dag van haar presidentschap presenteerde Aquino zich als de eenvoudige plaatsvervanger van Ninoy, of beter: als diens trouwe huisvrouw.

De geschiedenis produceert dezer dagen in de Filippijnen een van zijn vele ironieën: Cory Aquino's opvolger Fidel Ramos was in zijn functie van hoofd van de nationale politie onder Marcos medeverantwoordelijk voor de wandaden van diens bewind en droeg indirect bij aan "Ninoys offer'.

Dat Cory toch haar steun gaf aan Ramos is veelbetekenend voor de Filippijnse politiek, een circus waarin enkele grote families de dienst uitmaken en scheidslijnen vaag zijn. De liaison met Ramos past ook in het beeld dat Corazon Aquino na zes jaar achterlaat: een vriendelijke, oprecht ogende, maar een staatshoofd met een onstandvastig, wisselvallig beleid.

Na het presidentschap van Aquino staat het land er niet beter voor dan na 21 jaar onder Marcos. De buitenlandse schuld (29 miljard dollar), de armoede (50 procent van de bevolking onder de armoedegrens) en de werkloosheid (geschat op 20 procent) zijn onveranderd hoog. De oorlogen tegen communistische en moslimrebellen gaan door, terwijl de hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de landhervormingen niet konden worden ingelost. Het enige dat Aquino op haar conto kan schrijven is de terugkeer naar de democratie, al is die, gelet op de onregelmatigheden bij de verkiezingen in mei, bepaald nog niet perfect.

Aquino heeft als excuus voor haar zwakke optreden altijd gezegd: “Ik ben maar een eenvoudige huisvrouw”. Dat is waar. Cory Aquino Cojuangco, die stamt uit een puissant rijke familie van suikerplanters en bankiers, was tussen haar huwelijk met Ninoy in 1954 en zijn dood in 1983 een traditionele Filippijnse echtgenote. Ze zorgde voor het huis en de kinderen. Op politieke bijeenkomsten van haar man had ze tot taak de thee te serveren en de koekjes rond te delen.

21 augustus 1983 was de dag die het leven van Corazon Aquino dramatisch veranderde. Die dag werd Ninoy bij terugkeer, na drie jaar ballingschap in de Verenigde Staten, op het vliegveld van Manila doodgeschoten, waarschijnlijk op last van Marcos. Cory Aquino nam als hommage aan Ninoy op zich de strijd tegen de presidentiële dictatuur persoonlijk voort te zetten. Met succes, drie jaar later bracht een volksopstand de weduwe aan de macht.

De verdrijving van Marcos en de benoeming van Cory tot president leidden in februari 1986 tot uitzinnige vreugdetaferelen in de Filippijnen. Corazon, in haar opzichtige kanariegele mantelpakje, was de hoop van "het volk' - nu zou alles beter gaan. Ze erfde een land dat door de oligarchie van het echtpaar Marcos in duigen lag: schulden, werkloosheid, armoede, verziekte politieke verhoudingen, oorlog. Zelfs indien Aquino het voornemen zou hebben gehad de gecompliceerde problemen van haar land echt aan te pakken, zou ze daaraan een geduchte taak hebben gehad.

In de eerste tijd van haar bewind leek het erop dat Aquino inderdaad korte metten wilde maken met de oude politiek. Onder invloed van linkse adviseurs werden verregaande plannen voor de landbouwhervorming opgezet, maar de president liep al gauw tegen haar grenzen en tegen familiebelangen aan. Haar plannen voor de hervorming voor het grondbezit stuitten uiteraard op groot verzet uit haar eigen klasse. Aquino was zich daar wel van bewust en het tekent haar eerlijkheid dat ze er desondanks mee kwam en hervormingen, hoe voorzichtig ook, in gang zette. (Ferdinand Marcos was overigens eveneens een voorstander van landhervormingen.)

Wie nu in de Filippijnen zijn oor te luisteren legt zal weinig treurigheid ervaren over het vertrek van Aquino. De meeste mensen waren allang ernstig in haar teleurgesteld en haar beslissing zich niet herkiesbaar te stellen voor een tweede termijn werd mede ingegeven door haar vermoeden dat ze weinig kans op herverkiezing zou maken. Toch is het niet terecht de misère van de Filippijnen geheel op het conto van Aquino te schrijven.

Ze liep tijdens haar presidentschap tegen machtsstructuren (landadel, het leger, de kerk) aan die sterker waren dan zij of haar plannen werden op democratische wijze verworpen. Zo maakte Aquino zich vorig jaar sterk voor behoud van de Amerikaanse basis die de Filippijnen veel inkomsten opleveren, maar de Senaat bepaalde anders. Een problematiek waar de president eveneens weinig invloed op had was de overbevolking die het land in een wurggreep heeft. De machtige invloedrijke katholieke kerk is gekant tegen geboortenbeperking waardoor de bevolking, nu ruim 60 miljoen zielen, jaarlijks met 2,5 procent toeneemt.

Door de voortdurende onrust tijdens haar bewind en de herhaalde pogingen van opstandige militairen tot een staatsgreep (zes in getal), kreeg het presidentschap van Aquino na verloop van tijd het karakter van een wedloop met de tijd: haalt ze haar ambtstermijn of haalt ze het niet. De laatste couppoging in december 1989 was de meest bloedige en vormde de ernstigste bedreiging van haar regering. Maar het leek alsof ze gesterkt uit de strijd kwam, daarna zijn er geen serieuze aanvallen op de democratie meer geweest. En dat: de democratie, koesterde ze als niets anders.

President Corazon Aquino was geen revolutionair, een radicale hervorming van de Filippijnen stond haar nooit voor ogen. Aquino was de voorzitter van het armenhuis, een welgestelde vrouw die het goed voorhad met de minderbedeelden, meer niet. Ze geloofde heilig aan het oprechte van de mens in het algemeen en aan dat van Ninoy Aquino in het bijzonder. Ze zei: “Het goede dat wij doen is nooit tevergeefs. Zelfs het licht in een lege kamer gaat nooit verloren.”