ABP: zelfstandigheid nodig voor toenemende strijd met concurrentie

DEN HAAG, 7 JULI. Volledige zelfstandigheid voor het ambtenarenpensioenfonds ABP is een “essentiële voorwaarde” om de toenemende concurrentie te kunnen pareren. Dat zei vanmorgen ABP-bestuursvoorzitter J.A.M. Reijnen bij de presentatie van het jaarverslag over 1991 in een reactie op het rapport van de commissie-Pont.

In dit rapport dat vorige week is aangeboden aan minister Dales (binnenlandse zaken) pleiten vertegenwoordigers van overheidswerkgevers, ambtenarencentrales, ambtenaren van het ABP, Binnenlandse Zaken en Financiën voor verzelfstandiging met ingang van 1 januari 1994. “Het einde van gedetailleerde en verdergaande overheidsvoorschriften, van verstarde structuren en van een niet gelijkwaardige positie ten opzichte van andere fondsen lijkt met het advies in zicht”, aldus Reijnen. De onderhandelingen die na de zomer met Dales en de centrales beginnen typeerde hij als “moeilijk, maar zeker niet onmogelijk. Het tij lijkt mij gunstig”.

Het belegd vermogen van het ABP is vorig jaar met bijna 6 miljard gestegen tot ruim 163 miljard gulden en bedraagt op dit moment 164,5 miljard gulden. Het zogenoemde fondsrendement daalde van 7,44 procent in 1990 naar 7,26 procent vorig jaar. Het ABP heeft 65,5 procent van het vermogen in onderhandse leningen belegd; 14,1 procent is belegd in obligaties; 7 procent in hypothecaire leningen en de rest in zakelijke waarden.

Het ABP heeft ten aanzien van het beleggingsbeleid gekozen voor een “fundamenteel andere koers”, aldus Reijnen. Conform andere pensioenfondsen wordt een grotere nadruk gelegd op beleggingen in zakelijke waarden zoals aandelen, vastgoedfondsen en onroerend goed. Deze beleggingen bieden volgens de APB-bestuursvoorzitter een “redelijke bescherming” tegen inflatie. Daat staat tegenover dat zakelijke waarden minder goed bestand zijn tegen conjuncturele schommelingen, maar voor het ABP is dit geen “wezenlijk probleem”, aldus Reijnen.

Het tekort dat het ABP heeft om in de toekomst aan de financiële verplichtingen te voldoen, is gestegen van 19,4 miljard gulden in 1991 tot 27,1 miljard gulden vorig jaar.