Van Dam wil naar de Spelen

Zwemmer Caspar van Dam wil naar de Olympische Spelen. Hij verdient het, zegt hij zelf.

Op 14 juni waren de kwalificatie-wedstrijden. Als eis gold de tiende tijd van de wereld. Van Dam zwom toen de elfde tijd. Gisteren verbeterde de 21-jarige zwemmer in Amersfoort zijn Nederlands record op de honderd meter vlinderslag tot 54,71 seconden. Slechts één honderdste seconde boven de limiet. “Dat is zo weinig, dat kan je niet eens uitspreken.”

Ga je naar de Spelen?

Ik ga het nog een keer proberen. Drie weken geleden wees het NOC de voordracht af. Vrijdag heb ik het NOC al een brief gestuurd: ze moesten opletten, ik zou er aan komen, ik zou in het zomerkampioenschap goed zwemmen. Nu heb ik met een tijd van 54,71 bewezen dat ik in drie weken duidelijk vooruitgang heb gemaakt. Vandaag wordt er door de KNZB weer een brief gestuurd. De zwembond ondersteunt mijn voordracht. Die gelooft in me.

Is de limiet te scherp?

Ik vind van wel, zeker vergeleken met andere sporten. Sommige atleten hoeven alleen maar vormbehoud te tonen. Wij moesten ons op één dag kwalificeren. Drie jaar geleden stond al vast dat het in 54 seconden voorbij zou zijn. Eén kans is veel te weinig. Als je die mist heb je drie jaar voor niets getraind. Een kwalificatie in een periode van een paar weken zou veel makkelijker en eerlijker zijn. De waterpoloërs hebben de hele wereld afgereisd om zich te kwalificeren.

Er waren voor Barcelona veertien plaatsen voor de zwembond gereserveerd. Negen kregen goedkeuring van het NOC. Er is dus geld over. Ik kan best mee, net als die marathonloopster die de limiet te laat heeft gelopen.

Kan je nog harder?

In Nederland ben ik op de vlinderslag "only the lonely'. Met tegenstanders erbij moet het harder kunnen. Misschien laag in de 54 seconden. Dat kan goed zijn voor de B-finale, of zelfs de echte finale.

Zou je geen last van heimwee krijgen in Barcelona?

In Barcelona zullen mijn ouders er bij zijn.