Mostar: alleen de brug is gespaard

In de historische stad Mostar zijn na weken van hevige gevechten oude prentbriefkaarten nodig om te zien hoe de stad eruit zag voor de oorlog uitbrak. Dit weekeinde werd de stad hoofdstad van een nieuwe staat, die van de Kroaten in Bosnië-Herzegovina. Niet iedereen is er blij mee.

MOSTAR, 6 JULI. Vermoeide moslims sjouwen de bouwstenen voor de hervatting van hun leven over de “oude brug” middenin Mostar, een stad in het zuiden van Bosnië-Herzegovina. De een draagt een accu, de ander wat flessen water, een derde een oude fiets, zwetend, want de brug, een van ansichtkaarten welbekend 14de eeuws overblijfsel uit de Turkse tijd van Mostar, van oudsher een ontmoetingsplaats tussen oostelijke en westelijke culturen, is hoog en ongemakkelijk te belopen.

Maar het beroemde monument is tevens de enige, als door een wonder behouden gebleven verbinding tussen de twee oevers van de Neretva, de rivier die midden door Mostar stroomt. De “keizersbrug” uit de tijd van het Oostenrijks bestuur aan het begin van de eeuw heeft de strijd die hier tot voor kort woedde niet doorstaan, en evenmin de moderne brug in het centrum. Weinig van Mostar heeft die strijd trouwens doorstaan. Het Servische leger en het Kroatische leger hebben met elkaar een woedende, wekenlange strijd geleverd. Die is, tot getemperde vreugde van de moslim-bevolking in Mostar, in een Kroatische overwinning geëindigd, maar heeft hen achtergelaten met een grotendeels verwoeste stad.

Want de sjouwers op de brug, de spanning en ontzetting van de afgelopen weken nog in de ogen, lopen met hun last door grotendeels verwoeste straten. Het Turkse poortgebouw naast de brug is door granaten, bazooka's en andere zware wapens zodanig verwoest, dat er een oude prentbriefkaart voor nodig is om je te doen realiseren, dat het bouwsel ooit de vorm van een toren had. Ook de andere historische monumenten, de souvenirwinkeltjes in het centrum, de twee grote hotels, alle panden in de hoofdstraat, de “Maarschalk Tito”, het moderne warenhuis zijn verwoest.

Wat in Mostar niet geheel verwoest is, wat huizen of flats in de buitenwijken bijvoorbeeld, is op zijn minst zwaar gehavend door kogelregens of de inslag van granaatsplinters. Van de eens zo levendige stad, waar moslims, Serviërs en Kroaten tot voor kort elkaar in aantal ongeveer in evenwicht hielden en vredig eeuwenlang samenleefden, is slechts een staketsel over.

Nu lijkt de oorlog voorbij, voorlopig althans. Het Kroatische leger, hier bekend als de “HVO” (Kroatische Verdedigingsraad), heeft de Serviërs nu al meer dan 25 kilometer uit de stad de bergen ingedreven, en nog maar af en toe, aldus Kroatische functionarissen in Herzegovina, dalen Servische granaten op Mostar neer. In de verte zijn doffe dreunen van artillerie hoorbaar, kennelijk afkomstig van de strijd op die 25 kilometer afstand. Verder heerst er een onwezenlijke rust, want de enkele inwoners die verdwaasd door de straten lopen zijn niet tot conversatie geneigd en verkeer blijft beperkt tot een enkel militair voertuig. Staande naast de "oude brug' hoort men slechts het ruisen van de donkergroene Neretva, en sporadisch vuur uit automatische wapens in de straten van de stad, waarover de inwoners zich in het geheel geen zorgen schijnen te maken.

Wat hen wel zorgen baart is de toekomstige status van Mostar. “Dit is Bosnië, dit kan nooit Kroatië worden”, meent een jonge vrouw, die zich ook beklaagt over het feit dat zij haar salaris van de Bosnische regering in Joegoslavische dinars ontvangt terwijl het schaarse voedsel dat in Mostar nu te koop is, en dat uit Kroatië afkomstig is, in Kroatische dinars betaald moet worden. De een kun je niet voor de anderen wisselen. Het Kroatische leger hier, heeft - volgens nog onbevestigde berichten van Radio Sarajevo -- in zijn garnizoensplaats Grube tegen de Kroatische grens de onafhankelijke republiek “Herceg-Bosna” uitgeroepen, met als hoofdstad van deze Kroatische staat de stad Mostar, de voornaamste verovering van het HVO tot nu toe.

Deze eenzijdige Kroatische stap - een getrouwe kopie van het optreden van de Bosnische Serviërs, die eerder hun “Servische republiek Bosnië-Herzegovina” aan het gezag van de regering in Sarajevo onttrokken - komt nauwelijks als een verrassing. Binnen de voornaamste Kroatische partij van Bosnië-Herzegovina, de HDZ-BiH, verloren de voorstanders van loyale samenwerking in een multinationale staat het al maandenlang geleden van degenen die een eigen Kroatische staat wilden uitroepen, ter latere aansluiting bij het "moederland' Kroatië.

Er bestaan geheime akkoorden tussen Serviërs en Kroaten over een opdeling van het vroegere Bosnië-Herzegovina, waarbij voor de moslims, zo'n veertig procent van de bevolking, slechts hier en daar een reservaatachtige zone zou overblijven. De nog steeds heftige strijd tussen Servische en Kroatische eenheden gaat over gebieden waarover bij akkoord geen overeenstemming kon worden bereikt, zoals Oost-Herzegovina ten oosten van Mostar. Elders heerst vrede, bijvoorbeeld in de meest westelijke buitenwijken van Sarajevo. Zonodig gaan de Kroaten, ondanks een formeel moslim-Kroatisch defensieverbond, de strijd aan met moslim-eenheden die de Kroatische hegemonie over een bepaalde streek afwijzen, zoals onlangs bij de stad Novi Travnik is gebeurd.

De moslim-voorbijgangers tussen de ruïnes, die we spreken even voordat de oprichting van de onafhankelijke Kroatische staat Herceg-Bosna bekend wordt, lijkt de toekomstige status van Mostar als Kroatische hoofdstad zeker niet te enthousiasmeren. “Het is niet waar dat de Kroaten ons van de Serviërs hebben bevrijd”, meent een vrouw. “Dat was ons eigen Mostar-bataljon van moslims, Kroaten en loyale Serviërs. Die hadden hun wapens van de Kroaten, maar de Kroaten kwamen pas in de tweede golf de stad binnen”. Ze beklaagt zich ook over het feit dat Radio Mostar het programma van Radio Zagreb overneemt, uit de Kroatische hoofdstad dus.

Ze zou liever naar Radio Sarajevo luisteren, uit de hoofdstad waar de wettige regering van Bosnië-Herzegovina met moeite standhoudt onder de Servische artillerie, kennelijk nog slechts gesteund door loyale Kroatische en Servische minderheden en de internationale gemeenschap, die vasthoudt aan de alom erkende eenheidsstaat Bosnië-Herzegovina met drie ethnische min of meer autonome zones.

Aan beide oevers van de Neretva, tussen de puinhopen van Mostar, wordt aan die nu grotendeels fictieve eenheidsstaat nog steeds vastgehouden. Aan de oostelijke oever houdt een groepje moslims een politiepost in stand, voorzien van het wapen van Bosnië-Herzegovina, versie wettige regering, met de Franse lelies. Aan de westelijke oever is een soortgelijke post van de “TO BiH”, het legertje van de wettige regering. Zij schieten wel af en toe in de lucht, ten teken van hun gezag, als weer eens geweervuur van onbekende herkomst door de straten schalt.

Maar het echte werk hier wordt gedaan door de HVO, het plaatselijke Kroatische leger, dat ook aan buitenstaanders de pasjes afgeeft om dit gebied binnen te komen. Die zijn al ondertekend door Mate Boban, gisteren uitgeroepen tot president van de nieuwe republiek Herceg-Bosna. De Kroatische soldaten zijn ook degenen die in een jeep met kogelvrije vesten door de straten van deze stad achter hun front patrouilleren, een ploeg gespecialiseerd in het uitschakelen van sluipschutters. En in een land waar in de spanningsgebieden bijna iedereen de nummerplaten van zijn auto gehaald heeft, doen zij geen enkele poging hun Kroatische herkomst te verloochenen. De witte Mitsubishi staat geregistreerd in Rijeka, de Kroatische havenplaats aan de grens met Italië.