Moorden kleven Suriname nog aan

Het bezoek aan Nederland van de Surinaamse president Venetiaan en de ondertekening van een raamverdrag tussen de beide landen markeren een nieuw tijdperk in de relaties die sinds december 1982 ernstig waren verstoord. In het vraaggesprek met Venetiaan in NRC Handelsblad van 22 juni, passeren diverse delicate problemen de revue, zoals de positie van het leger in Suriname.

Venetiaan is behoedzaam over de decembermoorden, wat niet onbegrijpelijk is gezien de verhoudingen in Suriname. Het is duidelijk dat de overheid van Suriname te maken heeft met een moeilijk moreel, juridisch en politiek dilemma. Hoe stelt men zich op tegenover de misdadigers uit eigen kring en tegenover de slachtoffers? Welk land en welke regering zich ook voor dit dilemma geplaatst ziet, de uitweg van de politieke opportuniteit in de zin van "zand erover' is niet de weg die de internationale rechtsorde aanwijst. Terecht spreekt Venetiaan over “de zaken waaraan we juridisch en internationaal gebonden zijn”.

Aan deze juridische en internationale gebondenheid van Suriname werd nader inhoud gegeven door het Comité voor de Rechten van de Mens dat als semi-rechterlijk orgaan toezicht uitoefent op de naleving van het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, waarbij Suriname partij is. In een uitspraak van 4 april 1985 over de klachten die de nabestaanden van acht van de in december 1982 vermoorde personen bij het Comité hadden ingediend, stelde het Comité vast dat de slachtoffers op willekeurige wijze beroofd waren van het recht op leven.

Aan deze constatering koppelde het Comité het klemmende beroep op Suriname om een onderzoek in te stellen naar de moorden, om degenen die voor de dood van de slachtoffers verantwoordelijk zijn voor de rechter te brengen, schadevergoeding te verschaffen aan de nabestaanden en te verzekeren dat het recht op leven effectief wordt beschermd. Suriname heeft aan de meeste onderdelen van dit beroep nog steeds geen uitvoering gegeven.

Het is begrijpelijk dat Venetiaan verwijst naar emotionele factoren, waarbij hij vermoedelijk ook binnenlands-politieke kwesties in het achterhoofd heeft. Het is positief dat hij in contact staat met de nabestaanden en dat de kans bestaat dat de tienjarige herdenking van de decembermoorden in Suriname wordt gehouden. Een belangrijk aspect van rechtsherstel is dat aan slachtoffers en nabestaanden recht wordt gedaan. Dit kan geldelijke compensatie zijn, maar ook een andere vorm van genoegdoening, zoals onderzoek naar de feiten, erkenning van verantwoordelijkheid en eerbetoon aan de nagedachtenis van de vermoorde personen. Een moeilijker stap is bestraffing van de schuldigen. De Nederlandse regering heeft zich bij de Verenigde Naties nadrukkelijk uitgesproken tegen het ongestraft laten van ernstige schendingen van de rechten van de mens. Over deze principiële stellingname valt eigenlijk niet te marchanderen, ook niet door dubieuze amnestiewetten. Niettemin is een onderzoek naar de feiten en het vaststellen van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid belangrijker dan de bestraffing.

Rechtsherstel kan niet los worden gezien van rechtsgaranties voor de toekomst. In de conclusie van een onlangs aan de Rijksuniversiteit Limburg gehouden internationaal colloquium over het recht op restitutie, compensatie en rehabilitatie voor slachtoffers van grove schendingen van de rechten van de mens, wordt daarom de nadruk gelegd op maatregelen ter voorkoming van een herhaling van ernstige schendingen. De conclusies vermelden onder andere: effectievere controle op leger en veiligheidsdiensten, versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, doeltreffende bescherming van de juridische professie en van verdedigers van de rechten van de mens, op mensenrechten georiënteerd onderwijs en training aan politie en veiligheidsdiensten.

Nederland kan daaraan, binnen het kader van de vernieuwde verhouding met Suriname, een bijdrage leveren.