Koerillen-eilanden niet op agenda G-7

TOKIO, 6 JULI. Dat was een bittere tegenvaller. Of was het in Japans buitenlandse politiek de zoveelste taxatiefout? De media brachten het dit weekeinde als groot nieuws. Teruggave van de Koerillen-eilanden, zo had premier Miyazawa zaterdag in Londen van zijn Britse collega te verstaan gekregen, was geen internationale kwestie. Het was een bilateraal probleem tussen Tokio en Moskou, dat beide onderling maar moesten zien op te lossen. Miyazawa moest zeker de agenda van de wereldtop van de G-7 er niet mee belasten.

De barse Britse opstelling moet een ontgoocheling zijn geweest voor de Japanse premier. Miyazawa liet niet na te herhalen dat de G-7 Rusland financieel alleen te hulp mocht schieten als Japan eerst zijn eilanden terugkreeg die Stalin na Japans capitulatie nog gauw even bezette. Zijn eis was door Major in een klap tot non-issue gereduceerd.

Vorige week had Jeltsin Japan al een lesje geleerd. Nog geen cent, nog geen yen aan hulp had Japan aan Rusland gegeven. Dat maakte een oplossing van de eilandenkwestie natuurlijk niet gemakkelijker. De Russische president zinspeelde op een bedrag van zes miljard dollar. Tokio weigerde er serieus op te reageren. Niet eerst yens en dan de eilanden, maar eerst de eilanden en dan pas yens, is immers steeds het Japanse standpunt geweest.

President Bush had Miyazawa vorige week nog gesterkt in diens opstelling. Amerika steunde Japan onvoorwaardelijk. Nu ja, onvoorwaardelijk? Bush toonde zich verrukt over Miyazawa's toezegging dat Japan dit najaar met een grootscheeps programma de economie wilde stimuleren. Dat zou de Amerikaanse export naar Japan ten goede komen en dat was goed nieuws voor een president met verkiezingen in het vooruitzicht die het in de peilingen slecht doet. Bush had zijn toezegging binnen en ach, kon hij het helpen dat vervolgens de Europeanen de zaak van de eilanden maar een marginale kwestie vonden.

Dat de Amerikanen Japan niet serieus namen, bleek een dag later. Bush zei dat Rusland lid mocht worden van de G-7. Dat was een regelrechte ondermijning van Japans standpunt. Gelukkig waren de reacties uit Europa op Bush' uitspraak een steun voor Japan. Zo zag Duitsland niets in een volwaardig Russisch lidmaatschap van de meest exclusieve club op aarde.

Maar dat neemt niet weg dat de verwijzing door de Britse premier van de eilandenkwestie naar de bilaterale onderhandelingstafel Japan in de hele G-7 in een gesoleerde positie heeft gebracht. Japan staat alleen voor zijn zaak.

Eigenlijk had Tokio gewaarschuwd moeten zijn na de jongste financiële G-7 in Washington dit voorjaar. Eerst verkondigden president Bush en bondskanselier Kohl dat de G-7 Rusland met 24 miljard dollar te hulp zou schieten. Japan ontkende prompt zich aan dit bedrag te hebben gecommitteerd. Toen de zeven ministers van financiën en zeven centrale bankpresidenten het bedrag daarop alsnog fiatteerden, maakte Japan een terugtrekkende beweging. De hulp, zo verklaarde het ministerie van buitenlandse zaken in Tokio, zou worden verstrekt via internationale organisaties als het IMF en de Wereldbank. Dat betekende, nog steeds volgens het ministerie, dat de bilaterale betrekkingen met Moskou er niet door werden belast.

Dit najaar komt president Jeltsin voor een officieel bezoek naar Japan. Als dan een regeling wordt getroffen voor de eilanden, zal dat niet dan tegen hoge betaling zijn. Tokio wordt dezer dagen op de wereldtop van de G-7 in München nog eens hard geconfronteerd met zijn eigen tekortkoming: niet echt kunnen onderhandelen, maar vertrouwen op de welgezindheid van zijn bondgenoten.

Het beste wat Miyazawa er nog kan uitslepen is een annex in de slotverklaring waarin de G-7 zich alsnog uitspreekt voor steun aan Japans standpunt. Maar dat gebeurde al op de laatste wereldtop in Londen, dank zij voorzitter John Major. Nu Londen Tokio is afgevallen, is de verbittering groot. De vraag is hoe lang Japan zich nog met een kluitje in het riet laat sturen.

In Japan gaan steeds meer stemmen op om het wereldpolitieke toneel echt te beklimmen en als economische supermacht zijn tanden te laten zien. Japan, zo redeneert men, is tenslotte de grootste financiële macht ter wereld: het Westen zij gewaarschuwd, met een verbitterde supermacht is het kwaad kersen eten. Maar vooralsnog zijn deze stemmen niet doorslaggevend, en het Westen weet dat.