Jos Lansink is gewend om een favoriet te zijn

AKEN, 6 JULI. Jos Lansink houdt niet van verstoppertje spelen. De 31-jarige ruiter uit Weerselo weet al lang dat hij tot de grote favorieten voor het Olympisch goud in Barcelona wordt gerekend. Het deert hem niet, dat hij na de winst van gisteren als eerste Nederlandse ruiter in het loodzware hoofdnummer van het CHIO in Aken om de Grote Prijs door nog meer concurrenten wordt getipt als voornaamste kanshebber.

“Ik heb al zo vaak een hoofdprijs gepakt, dat ik wel weet om te gaan met dat stempel van favoriet zijn. Ik voel het niet meer als een druk”, zei Lansink na zijn succesvolle rit met Egano, waarin hij in tegenstelling tot de Brit Nick Skelton (twaalf strafpunten) opnieuw foutloos bleef. “Ik heb nu binnen een paar weken de Grote Prijzen van Hickstead en Aken gewonnen. Wie kan me dat navertellen?”

Sinds Lansink, na zijn beenbreuk van oktober eind januari weer voorzichtig aan wedstrijden ging deelnemen kaapte hij ook nog de hoofdprijzen in Den Bosch en Eindhoven weg. Twee keer zadelde hij Libero H, even vaak stuurde hij Egano bij deze hoogtepunten. Het totale prijzengeld was ruim twee ton. “Ik heb geen last meer van dat been”, zei Lansink ten overvloede. “Alleen bij sterke temperatuurwisselingen irriteert het een beetje.”

Vrijdag had Lansink in de landenwedstrijd al laten zien dat het met Egano wel goed zat. Hij voltooide toen een perfecte rit. Omdat Nederland na de eerste ronde slechts zevende was behoefde Lansink niet meer terug te komen. “Die ene ronde was voor mij genoeg om te voelen, dat Egano naar behoren draaide. Maar eerlijk gezegd had ik dat gevoel hier de hele tijd al. Ik kan aan het dier zien of het er zin in heeft. Daar ken ik Egano na twee jaar goed genoeg voor.”

Het werd Lansink in de barrage bijzonder gemakkelijk gemaakt. Zijn enig overgebleven concurrent Skelton nam teveel risico en onderschatte de vermoeidheid van Dollar Girl, waarmee hij pas een maand een combinatie vormt.

Lansink liet zich de vele loftuitingen rustig ondergaan. “Ach”, zei hij. “Het is natuurlijk wel leuk en aardig favoriet te zijn voor de Olympische Spelen. Maar wat koop ik daar eigenlijk voor. Een foutje is zo gemaakt. Bovendien wordt daar op een zandbodem gesprongen, weet ik helemaal niet hoe die Spaanse parkoersbouwer de hindernissen neerzet en heb ik veel minder ruimte dan in Aken. Egano is in zijn element als hij alles een beetje kan overzien.”