"Ik hoef alleen de pot te vullen'

SAN SEBASTIAN, 6 JULI. De negen renners van de Zwitserse Helvetia-ploeg in de Tour dienen elke plas die zij 's avonds en 's nachts moeten doen ten dienste te stellen van een medisch onderzoek. Ze moeten daarnaast precies de tijd van hun urineproductie noteren. Het onderzoek wordt geleid door de Duitse biochemicus prof. dr. Manfred Donike en heeft tot doel het gedrag van het rennerslichaam bij zware, langdurige inspanningen te analyseren.

Donike, in San Sebastian aanwezig, behoort tot een speciale anti-dopingcommissie van de internationale wielerfederatie (UCI), die begin dit jaar werd opgericht. Daarnaast zijn de Duitse jurist en voorzitter van profsectie Göhner en Nederlandse arts Schattenberg lid. De commissie is een onderdeel van een beleidscampagne die de medische commissie van de UCI dit jaar is begonnen. Daarin zal aandacht worden besteed aan aspecten als cardiologie, biomechanica, veiligheid, aids (door verwondingen bij valpartijen), voeding en doping.

Donike begon zijn eerste onderzoek vorige maand in Ronde van Zwitserland, waar de renners van Helvetia ook als proefobject dienden. Het wielerteam staat onder leiding van Paul Köchli, een ploegleider die zich al jaren conscentieus bezig houdt met wetenschappelijke begeleiding. Hij stelde zijn renners ter beschikking na samenspraak met UCI-voorzitter Verbruggen en Donike. Henri Manders, de Nederlander in de ploeg, zegt niet precies te weten waarvoor de test dient. “Ik hoef niets anders te doen dan de pot te vullen die ik elke avond op mijn hotelkamer vind. Köchli heeft uitgelegd dat ze willen onderzoeken hoe hormonen zich gedragen in zo'n zware Tour. Nou, dan zal het wel goed zijn.”

Donike zegt dat het onderzoek niets te maken heeft met de discussie over de testosteron-épitestosteron verhouding die is ontstaan na de affaires met onder meer Theunisse, Sabatier, Haghedooren en Freuler. “De gelimiteerde ratio 6:1 staat niet ter discussie. Dat blijft zo. De aanleiding is een combinatie van problemen die sporters kunnen krijgen wanneer hun lichaam zware inspanningen moeten doen, zoals in de Tour de France. Er is geen haast met dit onderzoek. Misschien worden de resultaten pas volgend jaar bekend. En dan nog moeten we zien wat we er mee kunnen doen.”

Verbruggen legt uit dat de medische commissie tot nu toe alleen maar met het bestrijden van doping bezig is geweest. De campagne moet gezien worden als het begin van een voorlichtingsbeleid. Naast de anti-dopingcommissie is een cardiologie-commissie ingesteld. “Het kost heel veel geld. Maar ik investeer het liever hier in dan in dopingcontroles. In de toekomst krijgen voeding en biomechanica dezelfde aandacht.”

Verbruggen benadrukt dat het onderzoek in de Tour los staat van de testosteron-épitestosteron-discussie. Maar hij geeft in tegenstelling tot Donike toe dat aan de limiet van 6:1 - bepaald op basis van onderzoeken van Donike - is getwijfeld. “Begin dit jaar heeft de UCI de normen van de IOC overgenomen. Renners bij wie 1 tot 6 wordt waargenomen gaan vrijuit. Maar renners bij wie 6 tot 10 wordt gevonden - en dat is veranderd - wordt nader onderzoek gedaan. Zoals bij de Belg Haghedooren. Hoger dan 10 is zonder meer positief. Er zijn medici die vinden dat 3:1 al een sportman positief moet zijn. Maar dat vindt de medische commissie niet nodig.”

Dat uitgerekend de als een fanatieke dopingjager te boek staande Donike dit objectieve onderzoek doet, is voor Verbruggen geen bezwaar. “Mijn houding tegenover Donike wordt bepaald door de constructieve manier waarop hij bezig is.” Het stoort ploegleider Jan Gisbers van PDM wèl. Geconfronteerd met de naam van de onderzoeker die hem na de collectieve voedselvergiftiging in de Tour van vorig jaar beschuldigde van doping in zijn ploeg, zegt hij: “Het interesseert me echt niets wat hij doet. Als ik me daar in de nadagen van mijn carrière nog druk over moet maken. Renners laten maar met zich doen. Die hebben maar te plassen als dat gevraagd wordt. Weet Donike ook of die jongens van Helvetia iets gepakt hebben. Anders deugt het hele onderzoek toch niet. En wat doet hij er mee als hij ook iets vindt wat van hem niet mag?”

Gisbers vindt het vreemd dat een omstreden man als Donike die al jaren jacht maakt op bijvoorbeeld gebruikers van hormoonpreparaten als testosteron, nu zou kunnen concluderen dat het wellicht noodzakelijk is om testosteron toe te dienen. Volgens hem is er in feite niets op tegen renners dergelijke middelen te geven wil je ze niet de dood injagen. “Er zijn al veel artsen die vinden dat testosteron wel eens nodig is. Te veel gevaarlijk? Te veel alcohol en nicotine is gevaarlijk, maar dat mag wel. Je moet vermijden dat renners hun gezondheid verliezen. Maar als ze doorgaan met dopingcontroles, weet je dat ervan alles wordt bedacht om het gebruik te camoufleren. Dopingcontroles zijn belachelijk. Ik ben voor voorlichting. Bij elke sporter, van jongsaf aan.”

Gisbers vindt dat de wielersport tegenwoordig alleen maar in verband wordt gebracht met doping. “Terwijl deze sport bij dopinggebruikers niet eens bij de eerste twintig sporters staat. Jimmy Connors zegt openlijk voor de televisiecamera dat hij na een vijfsetter op Flushing Meadow zes uur aan het infuus heeft gelegen. Daar heeft iedereen begrip voor. Als het bij wielrenners gebeurt, denkt men meteen aan doping.”

Dat renners gevraagd wordt hun plas in te leveren voor een onderzoek, is hun zorg, vindt Gisbers, niet de zijne. “Er bestaat zogenaamd een medisch beroepsgeheim. Je levert je plas bij een dopingcontrole bij een arts in. Maar de volgende dag weet iedereen in de hele wereld wat je voor medicijnen hebt gebruikt.” Of Donike bij zijn ploeg welkom is? “Hij doet maar. Dat moeten de renners zelf beslissen. Maar ik denk niet dat er een is die durft te weigeren.”

Gert-Jan Theunisse, die vorig jaar een half jaar geschorst was wegens een te hoge verhouding testosteron-épitestosteron, ziet positieve kanten aan het initiatief van de UCI. “Ze gaan dus ook inzien dat Donikes standpunt van 6:1 niet langer houdbaar is”, veronderstelt hij. “Want de reglementen zijn niet bestand tegen al die processen die volgen op de uitspraak van de burgerrechter.” Mr. Eddie Beugels is nog bezig uit te zoeken of langs juridische weg Theunisse gerehabiliteerd kan worden. De TVM-renners zegt bang te zijn als hij op dopingcontrole moet. “Maar het feit dat ik nog steeds niet zonder meer positief ben, geeft aan dat ze het met die verhouding niet zeker weten.”