Houten vogels blijven meer dan drie dagen in de lucht

Houten vogels die meer dan drie dagen in de lucht blijven - kinderspeelgoed, een gestel van papier op latjes dat in de lucht gelaten wordt. Zo wordt de vlieger beschreven, respectievelijk in een Chinese tekst van 400 jaar voor Christus en door de Van Dale van nu. Maar geen van beide definities vangen de vliegers die tegenwoordig boven het strand zweven.

Vliegers van nu dragen namen als Speedwing, Wolkensturmer, Lite Fite of Skynasaur. Kinderspeelgoed is het niet meer. Je moet minstens twaalf jaar en vrij sterk zijn om de "Speedwing' niet te laten ontsnappen tijdens het "power kiting': hangend aan twee stuurlijnen je laten voortslepen over het strand met snelheden tot dertig kilometer per uur.

Vliegers worden steeds groter - de grootste vlieger ter wereld heeft een oppervlak van 550 vierkante meter - en vliegen steeds harder - 228 kilometer per uur is het record. Om die snelheid optimaal te benutten is het "buggy-rijden' uitgevonden. Voortgetrokken door grote stuntvliegers bereik je in een wagentje gemakkelijk een snelheid van zestig kilometer per uur. Behalve in buggy's kun je je ook laten voorttrekken in een bootje, op schaatsen of op skies.

Niet bekend

Fantastische verhalen worden verteld over de vliegers. In China zou een leger op de vlucht zijn geslagen voor het angstaanjagend gehuil van nachtvliegers met resonerende draden. Volgens een Japanse legende heeft de dief Ishikawa ooit geprobeerd de gouden dolfijn op de tempel van Nagoya te stelen. Op een maanloze nacht ging hij aan een vlieger de lucht in. Maar het lot en de wind waren hem niet gunstig gezind: hij slaagde er alleen in een vin af te rukken.

De vlieger werd in de vijftiende eeuw in Nederland "gemporteerd' uit Japan. Van de Japanners werd ook het typische vliegermodel, de "huisjesvlieger', afgekeken. Nieuw was de staart die Nederlanders aan de vliegers knoopten.

In de achttiende en negentiende eeuw werd de vlieger gebruikt voor allerlei natuurkundige experimenten. Zo bewees Benjamin Franklin met behulp van een vlieger dat bliksem elektriciteit is - een experiment dat hem bijna zijn leven kostte. Ook diende de vliegervorm als basis voor de eerste vliegtuigen. Maar met de uitvinding van de verbrandingsmotor en de heliumbalon taande de interesse voor de vlieger. De zelfgeplakte diamant werd vooral gebruikt als kinderspeelgoed.

Geen volwassene haalde het in zijn hoofd om openlijk op het strand te vliegeren toen in 1977 in Den Haag de winkel "Vliegerop' werd geopend, de eerste vliegerwinkel van het Europese continent. “Ons werd voorspeld dat we binnen een jaar onze winkel konden sluiten”, zegt oprichter G. van der Loo. Tegen de verwachting in bleef de winkel, waar zowel kant en klare vliegers als doe-het-zelf materiaal wordt verkocht, open. Van der Loo: “Aanvankelijk verkochten we alleen kindervliegers, maar na een tijdje namen vaders hun kind mee als excuus om zelf een vlieger te kopen.”

De vliegers werden ingewikkelder en duurder. Behalve de stuntdelta - een bestuurbare, vliegende vleugel van ongeveer een meter breed - en de meer traditionele bestuurbare kruisvlieger kwamen er bijvoorbeeld "vliegende matrassen', waarvan de gepatenteerde Flexifoil de bekendste is. De Flexifoil is bij toeval uitgevonden door twee Engelse studenten industriële vormgeving die een kunstwerk wilden maken dat kon vliegen. Ze plakten een rij zakken aan elkaar en voorzagen die aan de voorkant van gaas. In de wind gehouden werden de vormeloze zakken tot een strakke vleugel opgeblazen. Aan elke zijkant bevestigden ze een stuurlijn en ze staken een stok in de vleugel om hem gestrekt te houden.

Volgens kenners is de ideale vlieger van het moment de "Peel': een Australische vlieger die de vorm heeft van een sinaasappel-partje. De "Peel' is snel en kan bijna niet kapot gaan, omdat er geen stok in zit.

Nederland telt inmiddels twintig vliegerwinkels, waar je een vlieger kunt kopen van 15 tot 1000 gulden. Hoewel je met papier, schaar en vurehout nooit tot "power-kiting' kunt komen, wordt nog altijd zo'n zestig procent van de vliegers zelfgemaakt.

Er worden steeds meer vliegers verkocht; volgens Van der Loo gaan in Nederland jaarlijks zo'n 150.000 vliegers over de toonbank. “Maar spreek niet van een rage”, waarschuwt hij. “Vliegers mogen hier tijdelijk populair zijn, in het Verre Oosten hebben ze nog dezelfde functie als 2000 jaar geleden. In Japan, bijvoorbeeld, wordt op vijf mei gevliegerd voor de jongens die dat jaar zijn geboren. En in Korea worden bij begrafenissen vliegers opgelaten. Op het hoogste punt wordt het touw doorgeknipt, zodat de vlieger de ziel van de overlevende mee de hemel in kan nemen.”